Door Eric Jan van Dorp, emigratiespecialist

Op het eerste gezicht lijkt dit misschien vooral een probleem voor influencers met een ringlamp, een drone en een Instagram-account. Toch is het onderwerp veel breder. Het raakt ook de groeiende groep mensen die een paar maanden naar Spanje, Portugal, Griekenland, Italië, Canada of Nieuw-Zeeland vertrekt en daar “gewoon” blijft doorwerken. Dat kan gaan om een werknemer met een laptop, een zzp’er, een online coach, een tekstschrijver, een consultant, een webshop-eigenaar of iemand die betaalde cursussen verkoopt.

Ik noem deze groep vaak semigranten. Ze emigreren niet helemaal, maar ze zijn ook geen gewone toeristen meer. Ze verblijven langere tijd in een ander land, huren daar soms een woning, doen er boodschappen, bouwen er een ritme op en werken ondertussen online verder. Dat lijkt heerlijk vrij, en dat is het soms ook. Alleen kijkt een overheid daar niet altijd zo romantisch naar.

De laptop maakt je niet onzichtbaar

Veel mensen denken nog steeds: mijn klanten zitten in Nederland, mijn bedrijf staat in Nederland, mijn bankrekening staat in Nederland, dus er is fiscaal niets aan de hand. Dat is begrijpelijk, maar te simpel. Belastingdiensten en immigratiediensten kijken niet alleen naar de plek waar je opdrachtgever zit. Ze kijken ook naar de plek waar jij fysiek bent terwijl je het werk doet.

Dat is precies de verschuiving die nu zichtbaar wordt. Voor de reiziger voelt de laptop als vrijheid. Voor de overheid kan diezelfde laptop een aanwijzing zijn dat je geen gewone toerist bent. Zeker wanneer je langer blijft, zichtbaar commerciële activiteiten verricht of inkomen verdient terwijl je in het land verblijft.

De OECD heeft in 2025 haar modelbelastingverdrag aangepast en daarbij expliciet aandacht besteed aan grensoverschrijdend remote werken. De vraag wanneer een thuiswerkplek in het buitenland gevolgen kan hebben voor de belastingpositie van een bedrijf, is daarmee niet langer een exotisch detail voor fiscalisten. Het is een onderwerp geworden dat past bij de nieuwe manier van werken na corona.

Vakantie, verblijf en werk zijn drie verschillende dingen

Een van de grootste misverstanden is dat mensen visumregels en belastingregels door elkaar halen. Dat zijn twee aparte werelden. Een land kan zeggen dat je er als toerist drie of zes maanden mag verblijven. Dat betekent nog niet automatisch dat je er onbeperkt mag werken. En als je er wel op afstand mag werken, betekent dat nog niet automatisch dat er fiscaal niets gebeurt.

Daarom moet je eigenlijk drie vragen uit elkaar houden. Mag je in dat land verblijven? Mag je tijdens dat verblijf werken? En waar ben je belastingplichtig over het inkomen dat je verdient?

Bij een korte vakantie speelt dit meestal niet. Niemand zal moeilijk doen wanneer je in een hotel in Florence even je mail beantwoordt of tijdens een week in Valencia een videogesprek voert. Het wordt anders wanneer je drie, vier of vijf maanden in een appartement zit, elke dag werkt, klanten bedient, content maakt, advertenties draait of producten verkoopt. Dan begint je verblijf te ruiken naar economische activiteit.

De grens van 183 dagen is belangrijk, maar niet heilig

Veel mensen kennen de 183-dagenregel. Wie meer dan 183 dagen per jaar in een land verblijft, kan daar fiscaal inwoner worden. Die regel komt inderdaad in veel landen terug, maar hij is geen vrijbrief om tot dag 182 zorgeloos te doen wat je wilt.

Spanje kijkt bijvoorbeeld naar verblijf van meer dan 183 dagen in een kalenderjaar, maar ook naar het centrum van je economische belangen. Bovendien kunnen tijdelijke afwezigheden meetellen, tenzij je kunt aantonen dat je fiscaal inwoner bent van een ander land.

Portugal hanteert eveneens de grens van meer dan 183 dagen, maar kijkt ook naar de vraag of je daar een woning hebt die erop wijst dat je die als gewone verblijfplaats wilt gebruiken.

Italië kijkt sinds de recente regels naar verschillende aanknopingspunten, waaronder fysieke aanwezigheid, woonplaats en domicilie, wanneer die voor het grootste deel van het jaar aanwezig zijn.

Griekenland hanteert ook de grens van meer dan 183 dagen in een periode van twaalf maanden. Interessant is dat de Griekse belastingdienst een uitzondering noemt voor mensen die uitsluitend om toeristische, medische of vergelijkbare privéredenen in Griekenland verblijven en niet langer dan 365 dagen blijven. Daar zit precies de kern van dit verhaal. Wie alleen vakantie viert, is iets anders dan iemand die vanuit Griekenland zijn normale werk blijft doen.

Sommige landen maken ruimte voor remote workers

Er zijn ook landen die juist proberen duidelijkheid te geven. Nieuw-Zeeland laat bezoekers sinds 2025 op een bezoekersvisum op afstand werken voor buitenlandse werkgevers of klanten. Tegelijk geeft de immigratiedienst aan dat de belastingvraag afhankelijk blijft van de duur van het verblijf. Als je inkomen elders wordt belast, hoef je in Nieuw-Zeeland meestal geen belasting te betalen wanneer je er minder dan 92 dagen in een periode van twaalf maanden verblijft. Voor inwoners van landen waarmee Nieuw-Zeeland een belastingverdrag heeft, kan die grens in bepaalde gevallen oplopen tot 183 dagen.

Canada doet iets vergelijkbaars. Digitale nomaden die op afstand werken voor een werkgever buiten Canada kunnen volgens de Canadese overheid met bezoekersstatus maximaal zes maanden in Canada wonen en werken. Ze hebben daarvoor geen Canadese werkvergunning nodig, zolang ze niet de Canadese arbeidsmarkt betreden. Maar ook hier moet je de fiscale kant apart bekijken. De Canadese belastingdienst kijkt onder meer naar verblijfsduur en banden met Canada, en bij meer dan 182 dagen kan fiscale residentie in beeld komen.

Dit zijn nuttige voorbeelden, omdat ze laten zien dat overheden niet allemaal hetzelfde doen. Sommige landen proberen remote workers juist aan te trekken. Maar ook dan gebeurt dat onder voorwaarden. Je wordt niet zomaar een toerist met een laptop. Je valt in een aparte categorie.

De Verenigde Staten kijken naar waar je werkt

Een scherp voorbeeld komt uit de Verenigde Staten. De Amerikaanse belastingdienst kijkt bij inkomsten uit persoonlijke diensten in beginsel naar de plaats waar die diensten fysiek worden verricht. Werk je in de Verenigde Staten, dan kan het inkomen uit dat werk als Amerikaans broninkomen worden gezien. Dat staat los van de vraag waar je opdrachtgever zit of waar je wordt betaald. Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld bij zeer kort verblijf en beperkte inkomsten, maar het uitgangspunt is duidelijk: de stoel waarop je zit te werken doet ertoe.

Dat is precies wat veel semigranten onderschatten. Het internet voelt plaatsloos. Een belastingdienst vindt dat vaak helemaal niet. Die kijkt naar aanwezigheid, activiteiten, inkomsten en de feitelijke situatie.

Digitale-nomadenvisa zijn bedoeld om de grijze zone te verkleinen

Steeds meer landen hebben een speciaal visum of verblijfsrecht voor digitale nomaden. Kroatië is daar een bekend voorbeeld van. Het land heeft een aparte tijdelijke verblijfsregeling voor digitale nomaden, met inkomenseisen en voorwaarden. Kroatië presenteert zichzelf ook nadrukkelijk als land waar digitale nomaden welkom zijn, mits zij werken voor werkgevers of klanten buiten Kroatië. Voor dat soort werkzaamheden geldt volgens de Kroatische toeristische informatie dat digitale nomaden zijn vrijgesteld van Kroatische inkomstenbelasting wanneer zij diensten verrichten voor werkgevers die niet in Kroatië zijn geregistreerd.

Dat klinkt aantrekkelijk, en dat kan het ook zijn. Toch bewijst zo’n regeling vooral dat er verschil is tussen vakantie en werken. Een speciaal visum bestaat juist omdat een gewoon toeristenverblijf niet bedoeld is voor langdurig werken vanuit dat land.

Influencers lopen extra in de kijker

Influencers en contentmakers zijn in dit verhaal extra kwetsbaar. Hun werk is zichtbaar. Een adviseur die vanuit een huurhuis in de Algarve rapporten schrijft voor Nederlandse klanten, valt minder snel op. Een influencer die dagelijks video’s plaatst vanaf een Balinees strand, een villa promoot of een yogaschool aanprijst, zet zijn eigen economische activiteit online.

Daar komt bij dat de grens tussen privé en commercieel bij influencers vaak vaag is. Een foto van een ontbijt kan privé zijn. Diezelfde foto kan ook onderdeel zijn van een betaalde samenwerking. Een video over een hotel kan een vakantietip zijn. Diezelfde video kan ook reclame zijn. Voor de autoriteiten is dan vooral de vraag of er economische waarde ontstaat.

Dat is ook de reden waarom Bali interessant is als waarschuwing. De maatregel gaat over influencers, maar de achterliggende gedachte geldt voor veel meer mensen. Zodra je verblijf economisch wordt, verandert de beoordeling.

Wat betekent dit voor semigranten?

Voor semigranten is de belangrijkste les dat je vooraf moet nadenken over je feitelijke situatie. Hoe lang blijf je? Werk je echt, of beantwoord je af en toe een mail? Heb je klanten? Maak je omzet terwijl je in het buitenland bent? Huur je daar voor langere tijd een woning? Schrijf je je ergens in? Heb je een lokaal netwerk, lokale opdrachten of lokale inkomsten? En hoe kijkt je werkgever hiernaar?

Vooral dat laatste wordt vaak vergeten. Werknemers denken soms dat remote werken alleen hun eigen keuze is. Maar voor de werkgever kan het ook gevolgen hebben. In sommige gevallen kan een werknemer die langdurig vanuit het buitenland werkt vragen oproepen over loonbelasting, sociale zekerheid, arbeidsrecht of zelfs de vraag of het bedrijf in dat land een fiscale aanwezigheid krijgt. De OECD heeft juist daarom meer aandacht besteed aan remote work en de vraag wanneer een buitenlandse werkplek gevolgen kan hebben voor de belastingpositie van een onderneming.

Voor zzp’ers en ondernemers ligt het weer anders. Zij moeten niet alleen kijken naar hun persoonlijke fiscale woonplaats, maar ook naar de plek waar de onderneming feitelijk wordt bestuurd, waar het werk wordt verricht en waar de waarde ontstaat. Dat is maatwerk. Het ene geval is het andere niet.

Een paar maanden naar de zon kan nog steeds, maar doe het bewust

Ik wil niemand bang maken. Een paar maanden naar de zon kan een prachtige manier zijn om te ontdekken of een land bij je past. Sterker nog, ik adviseer mensen al jaren om een land eerst langer uit te proberen voordat ze definitief emigreren. Huur eerst, leef mee met het gewone ritme en ontdek hoe het land voelt wanneer je er niet alleen op vakantie bent.

Maar wie tijdens zo’n proefperiode gewoon blijft werken, moet eerlijk zijn over wat hij doet. Je bent dan niet alleen een vakantieganger. Je bent ook iemand die economisch actief blijft. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang je weet welke regels gelden en je niet doet alsof je verblijf puur toeristisch is.

De verleiding is groot om te denken: ach, iedereen doet het. Misschien is dat zo. Maar “iedereen doet het” is geen fiscale strategie. En het is al helemaal geen goed immigratieadvies.

De grens tussen vakantie en emigratie wordt dunner

De moderne werkelijkheid past slecht in oude hokjes. Je kunt wonen in Nederland, overwinteren in Spanje, klanten hebben in België, een bedrijf inschrijven in Estland en je nieuwsbrief schrijven vanuit Griekenland. Technisch kan dat allemaal. Juridisch en fiscaal is het een stuk minder eenvoudig.

Daarom zullen overheden hier de komende jaren scherper naar kijken. Landen willen toeristen ontvangen. Ze willen ook graag koopkrachtige remote workers aantrekken. Maar ze willen niet dat mensen maandenlang in het land werken, geld verdienen en gebruikmaken van voorzieningen, terwijl ze formeel blijven doen alsof ze alleen maar op vakantie zijn.

Bali is dus geen losstaand incident. Het is een signaal. De tijd waarin je met een laptop overal kon zitten zonder dat iemand zich afvroeg wat je daar precies deed, loopt langzaam op zijn einde.

Voor wie droomt van een leven over de grens, is dat geen reden om die droom op te geven. Het is wel een reden om beter voorbereid te vertrekken. Juist voor semigranten, overwinteraars en remote workers geldt: kijk niet alleen naar het klimaat, de huurprijzen en de vliegtickets. Kijk ook naar je visum, je belastingpositie en de vraag hoe jouw verblijf eruitziet door de ogen van de overheid van het land waar je naartoe gaat.

Want vakantie is vakantie. Werken is werken. En zodra die twee door elkaar gaan lopen, wordt het tijd om even heel goed op te letten.

Gebruikte bronnen: nu.nl, news.com.au, imigrasi.go.id, oecd.org, immigration.govt.nz, canada.ca, agenciatributaria.gob.es, pwc.com, agenziaentrate.gov.it, aade.gr, irs.gov, mup.gov.hr


Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.

☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!

Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl

Nieuwsbrief

Blijf altijd op de hoogte van onze nieuwste uitgaves

Doneren

Grenzenloos.nl is volledig vrij van advertenties. Alleen samen kunnen we zorgen dat dit zo blijft.

Doneren
© 2026 Grenzenloos - Design & realisatie door Webheads