Door Eric Jan van Dorp, emigratiespecialist

Emigreren begint vaak als een gedachte die steeds terugkomt. Eerst voorzichtig, daarna wat vaker. Je leest een artikel over wonen in Spanje, je ziet een huis in Frankrijk op internet, je spreekt iemand die naar Portugal is verhuisd of je zit op vakantie in Hongarije op een terras en denkt: waarom woon ik hier eigenlijk niet?

Daarna begint het te malen. Zou het kunnen? Zou het verstandig zijn? Wat doen we met ons huis? Wat betekent het voor ons werk? Hoe zit het met  kinderen, pensioen, zorg, belasting, huisdieren, auto, taal en administratie? En dan is er nog die ene grote vraag die bijna iedereen zichzelf stelt: durf ik dit eigenlijk wel?

Dat is helemaal niet vreemd. Emigreren is geen nieuwe jas kopen. Je verandert niet alleen van adres, maar ook van omgeving, ritme, gewoontes en sociale kring. Je stapt uit een land dat je kent als je broekzak, met alle ergernissen die daarbij horen, en je stapt een land binnen dat misschien veel aantrekkelijker lijkt, maar dat je nog lang niet door en door kent. Het is dus heel normaal dat je daar tegenaan hikt. ‘Twijfel is de beide kanten der dingen zien,’ aldus Eugène Marbeau, een Frans filantroop en politicus (1825-1910). Ik heb deze wijze woorden ook in al mijn boeken een plek gegeven.

Toch hoeft emigreren niet altijd een sprong in het diepe te zijn. Waarom zou je? Je kunt ook beginnen aan de rand van het zwembad. Eerst met één teen in het water. Daarna tot je knieën. En pas als je voelt dat het eigenlijk best lekker is, zwem je verder.

Je hoeft niet meteen alles los te laten

Veel mensen maken emigreren in hun hoofd groter dan het op dat moment hoeft te zijn. Ze denken meteen aan een verkocht huis, een opgezegde baan, een volle verhuiswagen, afscheid nemen van familie en vrienden en een definitieve handtekening onder een nieuw leven. Geen wonder dat je dan koudwatervrees krijgt.

Maar je kunt een emigratieplan ook kleiner maken. Niet door de droom kleiner te maken, maar door de weg ernaartoe op te delen. Je hoeft niet meteen voor altijd te vertrekken om te onderzoeken of een land bij je past. Je kunt ook eerst twee weken gaan kijken. Daarna misschien zes weken. Daarna een paar maanden. En pas daarna beslissen of je de stap echt wilt zetten.

Dat klinkt misschien minder stoer dan “we hebben alles verkocht en zijn gewoon gegaan”, maar in de praktijk is het vaak veel verstandiger. Je leert een land beter kennen, je ontdekt of het beeld in je hoofd wel klopt en je voorkomt dat je een grote beslissing neemt op basis van een vakantiefoto en een makelaarsadvertentie met net iets te veel zonsondergang.

Want laten we eerlijk zijn: bijna elk land is leuker als je er vakantie viert. Je hoeft niet te werken, je hebt geen administratieve rompslomp, je kijkt niet naar de energierekening en je hoeft je nog niet af te vragen waar je in februari je auto laat keuren. Je ziet de mooie pleinen, de leuke restaurantjes, de vriendelijke marktkoopman en het huis met de luiken waar je meteen verliefd op wordt.

Dat is mooi, want verliefdheid hoort er ook bij. Zonder verlangen kom je nergens. Maar verliefdheid is niet hetzelfde als wonen.

Begin met een echte verkenning

Een goede eerste stap is om naar de plek te gaan die je in gedachten hebt. Niet als gewone toerist die elke dag een nieuw stadje afvinkt, maar als iemand die wil onderzoeken of een gewoon leven daar mogelijk is. Dat is een heel ander soort reis.

Huur bijvoorbeeld een appartement via Airbnb of een andere verhuursite. Het liefst niet midden in het meest toeristische deel van de stad, maar in een gewone buurt waar ook mensen wonen die daar hun dagelijkse leven leiden. Ga boodschappen doen in de supermarkt waar je later misschien ook zou komen. Zoek uit waar de bakker zit, waar de huisarts praktijk houdt, waar je de bus neemt, hoe lang je onderweg bent naar een grotere plaats en of je zonder auto uit de voeten kunt.

Probeer ook eens niets te doen. Dat klinkt gek, maar juist op die dagen voel je beter hoe een plek werkelijk is. Als je elke dag uitstapjes maakt, blijft het vakantie. Als je een ochtend op het balkon zit, een was draait, naar de markt loopt, ergens koffie drinkt en daarna gewoon een boek leest, komt er een ander gevoel boven. Dan merk je of je rustig wordt van die plek, of juist ongedurig. Of je je bekeken voelt, of welkom. Of je de stilte prettig vindt, of te stil.

Praat met mensen. Niet alleen met Nederlanders die er al wonen, al kunnen die natuurlijk heel nuttige informatie geven. Praat ook met de eigenaar van het appartement, de buurman, de vrouw van de groentekraam, de ober die je na een paar dagen herkent. Soms zeggen kleine contacten meer dan lange rapporten. Als mensen vriendelijk reageren wanneer je stuntelt in hun taal, zegt dat iets over de sfeer. Als iedereen gesloten blijft, zegt dat ook iets.

Van twee weken naar twee maanden

Een verblijf van één of twee weken kan een eerste indruk geven, maar eigenlijk is dat te kort om te voelen hoe het is om echt ergens te wonen. 

Daarom kan het zinvol zijn om een tweede stap te zetten. Niet één of twee weken, maar één of twee maanden. Dat is voor veel mensen niet eenvoudig, want je hebt te maken met werk, vakantiedagen, schoolgaande kinderen, huisdieren en allerlei praktische zaken. Toch is het soms mogelijk om iets te regelen. Misschien kun je vakantiedagen combineren met onbetaald verlof. Misschien kun je tijdelijk op afstand werken. Misschien kun je met je werkgever afspreken dat je een maand minder werkt. Niet iedereen heeft die ruimte, maar het is de moeite waard om het serieus te onderzoeken.

Zes weken of twee maanden op een plek wonen geeft een heel ander beeld dan vakantie. Je hebt dan tijd om langzaam te wennen. Je hoeft niet elke dag iets te beleven. Je kunt ontdekken hoe het is als het regent, als je moe bent, als je even geen zin hebt in iets, als je wellicht wat heimwee voelt of als je ineens merkt dat je het Nederlandse tempo helemaal niet mist en dat je op je plek bent.

In die periode kun je ook praktische zaken onderzoeken. Waar kun je later een huis huren? Wat kosten gewone boodschappen? Zijn er goede verbindingen met een vliegveld? Hoe is de gezondheidszorg in de omgeving geregeld? Is er een internationale school, als dat nodig is? Hoe ver is het ziekenhuis? Hoe ingewikkeld is het om de taal een beetje te gebruiken in het dagelijks leven?

Dat klinkt misschien zakelijk, maar het helpt juist om rust te krijgen. Angst ontstaat vaak uit vaagheid. Hoe minder je weet, hoe groter de stap lijkt. Hoe meer je onderzoekt, hoe kleiner het monster onder het bed wordt.

Vergelijk niet alleen landen, maar ook levens

Soms hebben mensen al één land in hun hoofd. Spanje, omdat ze van zon houden. Zweden, omdat ze ruimte zoeken. Frankrijk, omdat ze daar altijd al een zwak voor hadden. Hongarije, omdat het betaalbaar en veilig is en het leven er anders voelt. Italië, omdat het idee alleen al iets oproept van lange tafels, heuvels en een eenvoudiger leven.

Toch is het verstandig om niet alleen naar het land te kijken, maar vooral naar het leven dat je daar daadwerkelijk gaat leiden. Een huis in een Spaans dorp is iets anders dan een appartement aan de rand van Valencia. Een boerderij in Frankrijk is iets anders dan een woning in een levendig stadje met voorzieningen om de hoek. Wonen in Zweden kan fantastisch zijn, maar een huis midden in de natuur vraagt iets anders van je dan een plek in de buurt van een universiteitsstad.

Daarom kan het nuttig zijn om twee of drie gebieden met elkaar te vergelijken. Niet in één haastige rondreis, maar in verschillende perioden. Ga eens naar de streek waar je het meest van droomt. Ga daarna naar een gebied dat praktischer lijkt. En ga misschien ook naar een plek die je nog niet goed kent, maar die op papier goed bij je past.

Het kost tijd, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. De meeste emigratieplannen ontstaan toch niet in drie weken. Mensen denken er vaak jaren over na. Eerst is het een fantasie, daarna een gespreksonderwerp, daarna een mapje op de computer met huizen, artikelen en aantekeningen. Op een gegeven moment wordt het concreter. Dan komen er berekeningen, gesprekken met familie en misschien de eerste serieuze reizen.

Dat is geen getreuzel, dat is rijping van een wens. En dat is gewoon prima.

Tijdelijk wonen is geen mislukte emigratie

De volgende stap kan zijn dat je tijdelijk in het land gaat wonen. Bijvoorbeeld een half jaar of een jaar. Je zegt misschien je werk op, of je stopt tijdelijk met je bedrijf, of je neemt een tussenjaar. Je huurt een huis in de streek die je op het oog hebt, terwijl je je huis in Nederland nog aanhoudt. Dat kan natuurlijk alleen als het financieel mogelijk is. Maar voor sommige mensen is het een prachtige tussenstap.

Je hoeft dan nog niet definitief te kiezen. Je hoeft nog niet meteen alles te verkopen. Je hoeft nog niet te doen alsof je nooit meer terugkomt. Je gaat gewoon ervaren hoe het is.

In zo’n periode leer je veel. Niet alleen over het land, maar ook over jezelf. Je merkt of je kunt leven met afstand tot familie. Je merkt hoe belangrijk Nederlandse vanzelfsprekendheden voor je zijn. Je ontdekt of je werkelijk verlangt naar rust, of vooral naar vakantie. Je leert hoe je reageert als dingen trager gaan, als de taal tegenvalt, als je een formulier niet begrijpt of als je drie keer terug moet naar hetzelfde loket.

Dat zijn geen redenen om niet te emigreren. Het zijn juist de ervaringen die je nodig hebt om te weten of je het wilt. Een emigratie die alleen op mooie verwachtingen drijft, is kwetsbaar. Een emigratie die ook gewone dagen, tegenvallers en praktische rompslomp heeft overleefd, staat steviger.

Het koude water wordt vanzelf lauwer

Wat ik vaak zie, is dat mensen niet per se bang zijn voor het buitenland. Ze zijn bang voor de definitieve stap. Voor het moment waarop alles tegelijk lijkt te moeten gebeuren. Huis verkopen, iInschrijven, uitschrijven, verhuizen, afscheid nemen, een nieuw leven beginnen. Dat is veel. Soms te veel.

Maar als je het proces opdeelt, wen je langzaam aan je andere leventje en dat kan voor sommige mensen heel fijn voelen. Dan kan koudwatervrees veranderen in vertrouwen.

De plek die eerst alleen een vakantieherinnering was, krijgt straten die je kent. De supermarkt heeft ineens een vaste route. De bakker weet wat je meestal koopt. Je weet waar de zon ’s ochtends op het terras valt. Je weet welke weg je beter kunt vermijden op marktdag. Je weet hoe het voelt om daar wakker te worden zonder dat er een excursie op het programma staat.

Gun jezelf een aanloop

Emigreren hoeft geen heldendaad te zijn. Je hoeft niet met een dramatisch gebaar alle schepen achter je te verbranden. Soms is het veel beter om jezelf een aanloop te gunnen. Zeker als je al voelt dat je wilt, maar nog niet durft.

Een goede emigratie begint niet altijd met een sprong, laat staan een bommetje, want zo leek het voorbeeld waarmee ik dit artikel begon. Soms begint het met voorzichtig wennen, onderzoeken en steeds een stapje verder het water in gaan.

En op een dag merk je dat je niet meer aan de rand staat te twijfelen. Je staat er middenin. Het water is warm geworden. En je denkt: ja, hier zou ik kunnen wonen, laten we het nu maar doen.


Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.

☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!

Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl

Nieuwsbrief

Blijf altijd op de hoogte van onze nieuwste uitgaves

Doneren

Grenzenloos.nl is volledig vrij van advertenties. Alleen samen kunnen we zorgen dat dit zo blijft.

Doneren
© 2026 Grenzenloos - Design & realisatie door Webheads