Home / 🇪🇸 Spanje / Extremadura. Niet extreem, niet dura. Gewoon ons paradijs.
Extremadura. Niet extreem, niet dura. Gewoon ons paradijs.
Gepubliceerd op: 04-11-2026
Door Cintha van Marrewijk, gastauteur
Hoe één jaartje Spanje uitgroeide tot elf jaar geluk in het mooiste stukje Spanje dat bijna niemand kent
Als ik in Spanje vertel waar ik woon, gebeurt er vaak iets grappigs. Even een stilte. Een opgetrokken wenkbrauw. En dan de vraag: Extremadura, waar ligt dat? En Spanjaarden vragen meestal, waarom daar?
Ik moet er elke keer om lachen. Want ik weet precies wat er door hun hoofd gaat. Extreem heet. Droog. Niks te doen. Ver weg van alles. Zelfs veel Spanjaarden hebben dat beeld. Totdat ze één keer komen. Dan zijn ze om. Altijd.
Ik ben Cintha. Samen met mijn Spaanse man Tomás woon ik al elf jaar in Extremadura. En ik neem je graag mee in ons verhaal. Want het is het bewijs dat dromen gewoon uitkomen als je de stap zet.
Eén jaartje Spanje. Dat was het plan.
Tomás en ik leerden elkaar kennen in 1996. Vanaf 1998 woonden we samen in Nederland. We kregen twee kinderen. We hadden een prima leven. Wel druk en snel. Maar ja, iedereen vond dat normaal. Dus dan zal het wel zo zijn.
Spanje was altijd ons vakantieland. En natuurlijk zat daar de Spaanse familie.
Toen overleed mijn vader in 2013. Binnen tien dagen. Dat was voor mij een enorme wekker. Het leven kan zomaar ineens voorbij zijn. Bij ons thuis hing vroeger op de wc zo’n tegeltje: Geniet van het leven, het duurt maar even. Ineens begreep ik precies wat daar stond.
Ik zei tegen Tomás: ik wil in Spanje wonen. Grappig genoeg wilde Tomás helemaal niet. Hij was als Spanjaard echt verliefd geworden op Nederland. En op werken met Nederlanders. Maar ik wilde het zo graag. En de kinderen wilden het ook wel proberen.
Dus in 2015 deden we het gewoon. We gingen naar Spanje. Voor één jaartje, zeiden we tegen elkaar. Even proberen. Kijken hoe het voelt. Nou. Dat ene jaartje is inmiddels elf jaar geworden. En ik kan me geen ander leven meer voorstellen.
Een dorp van 700 inwoners en ineens een hele grote familie
We kwamen aan in Los Guadalperales. Een dorp met zo’n 700 inwoners. En ik was vol verbazing. We werden zo ontzettend hartelijk ontvangen. De mensen waren trots op hun dorp. En zo blij dat wij hun dorp hadden gekozen. Het voelde alsof we er ineens een enorm grote familie bij kregen.
Onze kinderen waren toen 10 en 12 jaar. Ze spraken nog geen woord Spaans. Maar vanaf dag één stonden de kinderen uit het dorp al aan de deur. Of ze mee kwamen spelen. Of voetballen. Nou, daar kwam heel snel verandering in. Binnen no time kletsten ze gewoon mee.
En wij? Wij genoten. Van de ruimte. Van de stilte. Van de wijdse uitzichten. Ons dorp ligt midden tussen de rijstvelden en de fruitplantages. Overal ooievaars. En in de wintermaanden bivakkeren de kraanvogels in die rijstvelden. En feesten! Zoveel feesten. Het hele dorp komt dan samen en iedereen hoort erbij.
Eén ding werd me meteen duidelijk. Spaans spreken is hier echt de sleutel. Zonder Spaans kom je nergens.
Het Spanje dat de meeste mensen overslaan
Extremadura ligt in het westen van Spanje. Tegen Portugal aan. Tussen Madrid en Sevilla in. De meeste toeristen rijden er gewoon doorheen. Op weg naar de Costa del Sol of naar het zuiden van Portugal.
En weet je wat? Daar ben ik eigenlijk best blij mee. Want daardoor is Extremadura gebleven wat het altijd was. Echt. Puur. Ongerept. Geen hotelflats aan de horizon. Geen menukaarten in zes talen. Geen drukte. Wel eindeloze landschappen, kleine oude dorpjes en een rust die je meteen in je lijf voelt. Het is Spanje zoals Spanje vroeger overal was. En hier nog steeds is.
Extremadura is ongeveer zo groot als Nederland. Maar er wonen hier maar ruim één miljoen mensen. Er lopen hier meer schapen rond dan mensen, zeg ik altijd. En ik hou ervan.
Extreem en dura? Ach welnee
Die naam zet mensen op het verkeerde been. Extremadura klinkt als extreem en duro, hard. Een ruig gebied waar het leven zwaar is. Maar de naam komt van iets heel anders. De meest gehoorde uitleg is dat het vroeger het land aan de uiterste grens was, voorbij de rivier de Duero. Een grensgebied dus. Meer niet.
En eerlijk? Er is hier helemaal niks extreem. Behalve de schoonheid misschien. En het leven is ook niet dura. Het is juist zacht. Langzaam. Gezellig.
Ik zie het steeds weer gebeuren bij Spanjaarden uit Madrid of Barcelona die hier voor het eerst komen. Ze verwachten een kale vlakte. Ze vinden groene heuvels, kabbelende beekjes, eikenbossen zover je kunt kijken en meren waar je in kunt zwemmen. Ze kunnen het bijna niet geloven. En dan komen ze terug. Elk jaar weer.
Natuur waar je stil van wordt
Als je mij vraagt wat Extremadura zo bijzonder maakt, dan is het de natuur. Die is echt overweldigend.
Het eerste wat je ziet is de dehesa. Een golvend landschap vol oude steeneiken en kurkeiken. Daaronder grazen koeien, schapen en de beroemde zwarte varkens. Het ziet eruit als een eindeloos park. In het voorjaar staat alles vol met bloemen. Geel, paars, wit. Een zee van kleur.
En dan de ooievaars. Overal ooievaars. Op kerktorens. Op oude muren. Op elektriciteitspalen. Ze klepperen boven je hoofd als je op het plein een koffie drinkt. Ik vind het nog steeds elke keer prachtig.
Het Nationaal Park Monfragüe is een droom voor iedereen die van vogels houdt. Gieren zweven daar vlak langs de rotsen. Je ziet arenden, ooievaars en met een beetje geluk een zwarte ooievaar. Je hoeft er niks voor te doen. Gewoon gaan zitten op een uitkijkpunt en genieten. In de winter komen er duizenden kraanvogels uit het noorden van Europa naar Extremadura. Ze overwinteren hier in de dehesa. Dat geluid. Die grote groepen in de lucht. Dat vergeet je nooit meer.
En water. Mensen denken altijd dat het hier droog is. Maar Extremadura heeft enorme meren en stuwmeren. Bij Orellana ligt zelfs een binnenlands strand met een blauwe vlag. Zand, helder water en de bergen op de achtergrond. In de zomer duiken de Spanjaarden daar massaal het water in.
En wij ook. Want wij hebben daar een huis gekocht. Met uitzicht op een prachtig meer van 5.000 hectare.
In het noorden, in de Valle del Jerte, bloeien in het voorjaar honderdduizenden kersenbomen tegelijk. Het hele dal kleurt wit. Het lijkt wel sneeuw. Echt een van de mooiste dingen die ik ooit heb gezien.
En ’s avonds? Dan kijk je omhoog. Omdat er zo weinig licht is, zie je hier de sterren zoals je ze in Nederland nooit ziet. De Melkweg gewoon boven je huis. Elke heldere avond weer.
Steden vol geschiedenis, zonder de drukte
Extremadura is niet alleen natuur. Er zijn ook steden waar je mond van openvalt. Cáceres is een van de best bewaarde middeleeuwse steden van Europa. Je loopt door smalle straatjes langs stenen paleizen en torens. ’s Avonds, als de lantaarns aangaan, waan je je honderden jaren terug in de tijd.
Mérida was ooit een belangrijke Romeinse stad. Het Romeinse theater wordt in de zomer nog steeds gebruikt voor voorstellingen. Stel je voor. Een toneelstuk onder de sterren, in een theater van tweeduizend jaar oud.
Trujillo heeft een van de mooiste pleinen van Spanje. En in Guadalupe staat een indrukwekkend klooster midden in de bergen. Overal waar je komt is het rustig. Je hebt alle tijd en ruimte om rond te kijken.
Eten en drinken. Echt een feestje
Over eten kan ik niet uren praten zoals de Spanjaarden. Maar wat ik wel even wil vertellen is dat de jamón ibérico uit Extremadura wereldberoemd is. De zwarte varkens lopen vrij rond in de dehesa en eten eikels. Dat proef je. Zacht, nootachtig, het smelt op je tong.
Dan heb je de Torta del Casar. Een romige schapenkaas die je met een lepeltje uit de korst schept. Met een stukje brood erbij. Heerlijk. En de pimentón de la Vera, het gerookte paprikapoeder uit het noorden van Extremadura, gaat de hele wereld over.
Het allerleukste? In elk dorpscafé krijg je bij je drankje gewoon een tapa. Een klein bordje met iets lekkers. Zo gaat dat hier. Je bestelt een drankje en er komt vanzelf wat bij. En zo zit je zomaar uren op een terras te genieten.
De mensen. Daar draait het om
Natuur en eten zijn prachtig. Maar wat Extremadura echt zo speciaal maakt, zijn de mensen. De Extremeños zijn trots op hun regio. Ze zijn warm, nieuwsgierig en gastvrij. Ze hebben alle tijd voor je. Voor je het weet zit je aan tafel bij mensen die je een uur geleden nog niet kende.
In ons dorp kent iedereen elkaar. Je groet iedereen op straat. Je maakt een praatje bij de bakker. En er is altijd wel weer een feest. Het hele dorp komt samen. Er wordt gegeten, gedanst en gelachen tot diep in de nacht. Jong en oud door elkaar.
Dat gevoel van erbij horen. Dat is goud waard.
Het geheime sleuteltje: een paar woordjes Spaans
Er is één ding fijn om te weten over Extremadura. Hier spreekt bijna niemand Engels. Niet bij de bakker. Niet bij de huisarts. Niet op het gemeentehuis.
En weet je? Dat is juist het mooie. Want zodra jij een paar woordjes Spaans zegt, gaat de deur wagenwijd open. De Spanjaarden stralen. Ze vinden het zo leuk dat je het probeert. Ze helpen je, ze praten met je, ze nemen je op in het dorp. Het hoeft echt niet perfect. Een buenos días en een gracias doen al wonderen.
Hoe de Spaanse dorpskinderen mijn bedrijf op gang hielpen
In het dorp ging ik de Spaanse kinderen helpen met Engels. En ik schrok me rot van wat ze op school kregen. Wat een onzin. Zoveel grammatica. En helemaal niet gericht op het echte leven. Daar leer je toch geen gewoon gesprekje van voeren?
Ik dacht meteen terug aan mijn eigen schooltijd. Acht jaar lang kreeg ik Frans en ik spreek nog steeds geen woord Frans, echt waar.
Toen wist ik het. Als ik zelf mensen een taal ging leren, dan zou ik het volledig anders doen.
En dat deed ik. In 2016 startte ik Supergoed Spaans Leren. Mijn doel was simpel. Iedereen helpen om vanaf week één het Spaanse leven in te duiken. Gewoon kijken wat je echt nodig hebt in het Spaanse leven. De grammatica zo eenvoudig mogelijk. Zodat jij je prima verstaanbaar maakt, alles zelf regelt en heerlijk geniet van je Spaanse droom.
In elke les spreekt een Spaanse nativo het Spaans in. Ik leg het uit in het Nederlands. Zo hoor je meteen hoe het echt klinkt en snap je ook precies wat je zegt.
Dat doe ik nu al tien jaar. Met meer dan 133.000 deelnemers. Ruim 7.000 mensen hebben snel, makkelijk en moeiteloos Spaans leren spreken. En met 4,7 sterren op Google ben ik zo blij dat ik al deze mensen mag helpen.
Tja, en je wilt in Spanje natuurlijk ook gewoon werken. Online was voor mij de oplossing. En zeker vanuit Extremadura. Hier werk ik met rust, ruimte, stilte en het echte Spaanse leven om me heen.
Zelf een keer komen kijken? Mijn tips
Ben je nieuwsgierig geworden? Dat hoop ik! Hier een paar tips van mij.
Kom in het voorjaar of in het najaar. Dan is het weer heerlijk, alles is groen en de natuur is op haar mooist. Maart en april zijn magisch, met de bloeiende dehesa en de kersenbloesem in de Valle del Jerte. Oktober en november zijn ook prachtig.
De winter is hier zacht en zonnig. Ideaal als je wilt overwinteren. En je ziet de kraanvogels.
De zomer is warm. Echt warm. Dan leef je gewoon zoals de Spanjaarden. ’s Ochtends vroeg op pad, ’s middags siësta in de koelte en ’s avonds laat het dorp in. Want dan begint het leven pas echt.
Neem de tijd. Huur een huisje in een klein dorp in plaats van een hotel in de stad. Ga elke ochtend naar hetzelfde café. Je zult zien dat ze je na drie dagen al bij je naam noemen.
En leer Spaans voordat je komt. Buenos días. Un café con leche, por favor. ¡Qué bonito! Daarmee kom je al zo ver. Wil je meer? Dan zijn mijn online cursussen Beginners en Semi-Gevorderden supersimpel. Zo stap je meteen het echte Spaanse leven in.
Mijn paradijs. Misschien straks ook het jouwe
Elf jaar geleden kwamen we hier voor één jaartje. Nu weet ik het zeker. Dit is thuis.
Extremadura is niet extreem. En ook niet dura. Het is rust, ruimte, warme mensen, prachtige natuur en lekker eten. Het is het Spanje dat de meeste mensen nooit te zien krijgen. En dat maakt het juist zo bijzonder.
Droom jij ook van een leven in Spanje? Doe het gewoon. Het hoeft niet perfect. Je hoeft niet alles al te weten. Zet die eerste stap en laat de rest je overkomen. Stap voor stap gaat die geweldige Spaanse wereld voor je open.
Wie weet zie ik je straks op een terrasje in Extremadura. Dan drinken we een café con leche. En dan zeg ik tegen je: bienvenido. Welkom thuis.
Wil je mijn hulp? Mail me gerust op info@supergoedspaansleren.nl. Ik vind het leuk om van je te horen.
Un beso, Cintha
Cintha van Marrewijk leerde in 1996 haar Spaanse man Tomás kennen op Mallorca. Na 18 jaar in Nederland vertrokken zij in 2015 met hun kinderen Kay en Nina naar Extremadura. In 2016 begon ze Supergoed Spaans Leren, waarmee inmiddels meer dan 7000 Nederlanders en Vlamingen snel en makkelijk Spaans leren spreken met een eigen unieke Versnelde Supergoed Spaans Methode voor het echte Spaanse leven. Meer weten? Kijk op www.supergoedspaansleren.nl