Emigreren wordt vaak voorgesteld als een sprong naar iets beters. Meer zon, meer ruimte, een groter huis, lagere woonlasten, een rustiger leven of eindelijk die omgeving waarin je altijd al had willen wonen. Het zijn allemaal heel begrijpelijke redenen om te vertrekken en voor veel mensen pakt zo’n verhuizing ook werkelijk goed uit.
Toch zit er een kant aan emigreren waar volgens mij minder vaak over wordt gesproken. Wie naar een ander land verhuist, laat namelijk niet alleen Nederland achter. Je laat ook een leven achter dat je in tientallen jaren stap voor stap hebt opgebouwd en waarin heel veel zaken inmiddels vanzelfsprekend zijn geworden.
Je weet waar je boodschappen doet, welke huisarts je prettig vindt, bij welke garage je met je auto terechtkunt en wie je belt wanneer er iets aan het huis moet gebeuren. Je internet werkt, je telefoonabonnement loopt, je bankrekening bestaat al jaren, je verzekeringen zijn geregeld en de gemeente weet waar je woont. Je hebt meubels, servies, gereedschap, handdoeken, een stofzuiger en waarschijnlijk ergens een la vol spullen waarvan je niet eens meer weet wanneer je ze hebt gekocht.
Dat klinkt allemaal weinig spectaculair, maar juist daarin zit een groot deel van de inspanning die bij emigreren hoort. Want zodra je in een ander land opnieuw begint, moet een verrassend groot deel van dat gewone leven opnieuw worden opgebouwd. En deze keer gebeurt dat niet verspreid over twintig of dertig jaar, maar vaak binnen een paar maanden.
Je hebt het allemaal al eens gedaan
Toen je voor het eerst op jezelf ging wonen, had je waarschijnlijk nauwelijks iets. Misschien een bed, een tafel, een paar stoelen en een kast die iemand nog over had. Daarna kwam er langzaam van alles bij. Je kocht een betere bank, verving een gammel servies, richtte een tuin in, schafte gereedschap aan en ontdekte na verloop van tijd welke spullen je in huis nodig hebt. Ondertussen opende je een bankrekening, sloot je verzekeringen af, regelde je internet en vond je een tandarts, huisarts en garage.
Later verhuisde je misschien nog een paar keer en werd alles steeds wat completer.
Het bijzondere is dat je je nauwelijks realiseert hoeveel tijd daarin is gaan zitten, juist omdat het allemaal geleidelijk gebeurde. Het ene jaar kocht je een nieuwe eettafel, het volgende jaar werd de tuin aangepakt en weer twee jaar later liet je de badkamer verbouwen. Je wisselde een keer van energieleverancier, sloot ergens een goedkoper telefoonabonnement af en vond via een buurman een goede loodgieter.
Na twintig of dertig jaar lijkt het alsof het allemaal vanzelf is ontstaan. Totdat je emigreert. Dan ontdek je ineens hoeveel onderdelen zo’n dagelijks leven eigenlijk heeft.
Alles komt tegelijk
Na een emigratie komt dat allemaal samen in een periode waarin je hoofd toch al behoorlijk vol zit. Je moet je inschrijven bij de lokale overheid en afhankelijk van het land misschien ook een verblijfsdocument aanvragen. Je moet een belastingnummer regelen, een bankrekening openen en mogelijk een zorgverzekering afsluiten of je aansluiting op het zorgstelsel organiseren.
Als je een auto meeneemt, moet die misschien worden ingevoerd, gekeurd, geregistreerd en verzekerd. Soms moet je een lokaal kenteken aanvragen en uitzoeken welke belastingen daarbij horen.
Je wilt internet in huis, dus moet er een provider worden gevonden en een abonnement worden afgesloten. Vervolgens blijkt misschien dat de aansluiting niet aanwezig is of dat iemand eerst langs moet komen. De afspraak is op donderdag tussen acht uur ’s ochtends en vijf uur ’s middags, en wanneer er om half zes nog niemand is geweest, ontdek je meteen hoe goed je inmiddels bent in het voeren van telefoongesprekken in de lokale taal.
Je hebt een nieuw telefoonabonnement nodig, moet uitzoeken welke energieleverancier je hebt, wilt weten hoe de afvalinzameling werkt en ontdekt dat je voor iets waarvan je in Nederland nog nooit had gehoord een formulier bij het gemeentehuis moet ophalen.
Heb je kinderen, dan komt daar nog een complete wereld bij. Welke school past bij ze, hoe werkt de inschrijving, welke documenten zijn nodig en kunnen ze het onderwijs volgen wanneer ze de taal nog niet beheersen? En ondertussen staan er waarschijnlijk tientallen verhuisdozen in huis.
Precies daarom heb ik in mijn emigratiehandboeken altijd veel aandacht besteed aan checklists. Niet dat emigreren met een checklist opeens eenvoudig wordt, maar je moet vooraf weten vooraf moet weten welke zaken op je af zullen komen. In de Succesvol emigreren naar …- serie loop ik die praktische stappen per land langs.
Zo’n overzicht voorkomt niet dat je al die dingen moet regelen, maar het voorkomt wel dat je ze pas ontdekt wanneer je al bent vertrokken. En dat scheelt behoorlijk wat stress.
Het huis moet ook nog een thuis worden
Daarmee begint een tweede project dat gemakkelijk wordt onderschat. Je hebt misschien maandenlang gezocht naar dat huis in Frankrijk, Spanje, Italië of Hongarije en wanneer je uiteindelijk de sleutel krijgt, voelt dat als het grote moment waarop alles is gelukt. In werkelijkheid begint er dan vaak pas iets nieuws.
Een woning die op de foto’s prachtig was, moet namelijk nog jouw huis worden. Misschien heb je een deel van je spullen uit Nederland meegenomen, maar vrijwel altijd ontbreken er dingen. Er moeten lampen worden gekocht, gordijnen opgehangen, kasten geplaatst en allerlei kleine zaken geregeld waarvan je pas ontdekt dat je ze nodig hebt wanneer ze er niet zijn.
Als er een tuin bij het huis hoort, begint het volgende avontuur. De tuin die bij de bezichtiging zo romantisch oogde, blijkt na een paar weken vooral uit werk te bestaan. Er moet gesnoeid worden, misschien moet er gras worden aangelegd, ergens ontbreekt een schutting en een boom die tijdens de bezichtiging zo schilderachtig leek blijkt precies boven het dak van de buurman te hangen.
Dus ga je op zoek naar een tuinman. Daarna naar een loodgieter, omdat de kraan lekt. Vervolgens naar een elektricien, omdat een stopcontact het niet doet. En daarna naar iemand die een muur kan stuken.
Dat klinkt allemaal tamelijk simpel, maar probeer in een land waar je nog niet precies weet hoe alles werkt maar eens drie betrouwbare vakmensen te vinden. In Nederland had je misschien al jaren een mannetje voor dat soort dingen. Of je buurman kende iemand. Of je wist welke bedrijven in de omgeving een goede naam hadden. In je nieuwe land begin je weer bij nul.
Je sociale leven begint eveneens opnieuw
Daar komt iets bij wat zich minder gemakkelijk laat oplossen met geld. Je laat mensen achter. Dat klinkt vanzelfsprekend, want iedereen die emigreert weet dat familie en vrienden in Nederland blijven wonen. Toch is het verschil tussen weten dat je iemand minder vaak zult zien en het werkelijk ervaren daarvan behoorlijk groot.
In Nederland kon je misschien op zondagmiddag even bij je kinderen langsgaan. Je sprak een vriend spontaan in de stad, dronk ergens koffie met je zus of ging ’s avonds bij iemand eten zonder daar weken van tevoren een reis voor te plannen. Na een emigratie worden veel van die ontmoetingen afspraken.
Je vliegt naar Nederland, mensen vliegen naar jou en agenda’s moeten op elkaar worden afgestemd. Een bezoek aan vrienden is ineens onderdeel van een reis waarvoor tickets moeten worden geboekt. Natuurlijk bestaan WhatsApp, FaceTime en allerlei andere manieren om contact te houden, maar een scherm blijft een scherm.
Ook dat betekent niet dat je daarom niet zou moeten emigreren. Het betekent wel dat je jezelf vooraf moet afvragen hoeveel waarde je hecht aan de vanzelfsprekendheid waarmee sommige mensen nu deel uitmaken van je dagelijks leven. Want juist die vanzelfsprekendheid verdwijnt.
Nieuwe vrienden maak je niet per bestelling
Tegelijkertijd wil je in je nieuwe omgeving waarschijnlijk nieuwe mensen leren kennen. Ook dat kost energie. Toen je twintig was, leek het vaak vanzelf te gaan. Je zat op school, studeerde, werkte ergens, ging sporten en kwam voortdurend nieuwe mensen tegen. Vriendschappen ontstonden min of meer automatisch omdat je dagen vol zaten met mensen van dezelfde leeftijd en vaak ook met dezelfde interesses.
Op latere leeftijd werkt dat anders. Je komt in een nieuwe omgeving waar veel sociale verbanden al bestaan. Mensen hebben familie, oude vrienden en hun eigen gewoonten. Je zult dus zelf iets moeten ondernemen als je onderdeel wilt worden van die omgeving.
Je kunt lid worden van een vereniging, naar lokale activiteiten gaan, vrijwilligerswerk doen, buren uitnodigen of bewust proberen contact te leggen met andere buitenlanders. Dat kan ontzettend leuk zijn. Je kunt er zelfs een heel nieuw sociaal leven aan overhouden. Maar ook dit gebeurt niet vanzelf.
En wanneer je in de eerste maanden daarnaast nog bezig bent met het huis, de administratie, de taal, de auto en de loodgieter, kan zelfs iets leuks als nieuwe mensen ontmoeten soms voelen als de zoveelste taak op een lange lijst.
De bureaucratie doet niet mee aan je emigratiedroom
Misschien is bureaucratie wel het mooiste voorbeeld van het verschil tussen emigratieplannen maken en daadwerkelijk geëmigreerd zijn. Tijdens de voorbereiding zit je thuis achter de computer en bekijk je huizen, regio’s en temperaturen. Je rekent uit wat je straks ongeveer nodig hebt en stelt je voor hoe het dagelijks leven eruit zou kunnen zien. Dat deel heeft iets spannends. Je bent bezig met een nieuw hoofdstuk.
Na aankomst kan dat nieuwe hoofdstuk op dinsdagochtend om negen uur bestaan uit een plastic stoel in een gemeentekantoor, terwijl je wacht tot nummer 197 aan de beurt is en je zelf nummer 142 hebt.
Je begrijpt niet precies welke documenten je nodig hebt, maar weet inmiddels wel dat het document dat je gisteren had moeten meenemen waarschijnlijk het enige document is dat thuis op tafel ligt. Vervolgens krijg je een formulier mee dat uiteraard alleen beschikbaar is in de lokale taal. En dan realiseer je je dat emigreren behalve een avontuur ook gewoon administratie is. Veel administratie soms.
Daar hoef je niet bang voor te zijn en het is uiteindelijk allemaal op te lossen, maar je moet wel bereid zijn die fase door te maken.
Ook hier helpt het enorm wanneer je vooraf weet wat je kunt verwachten. Dat is precies de reden waarom ik bij het schrijven van mijn emigratiehandboeken nooit alleen aandacht besteed aan de aantrekkelijke kanten van een land. Een boek over emigreren moet je wat mij betreft ook vertellen waar je je moet inschrijven, welke documenten je nodig kunt hebben, hoe de gezondheidszorg werkt, wat er met je auto moet gebeuren, hoe belastingen zijn geregeld en welke praktische stappen na aankomst volgen.
Juist die minder spectaculaire hoofdstukken blijken in de praktijk vaak het nuttigst.
Je bent ineens weer een beginner
Wat emigreren daarnaast vermoeiend kan maken, is dat je op heel veel terreinen weer een beginner wordt. In Nederland weet je hoe dingen gaan. Je kent de ongeschreven regels, begrijpt wat een ambtenaar bedoelt en weet hoe je moet reageren wanneer een bedrijf iets verkeerd heeft gedaan. In een nieuw land moet je dat allemaal opnieuw leren.
Hoe spreek je iemand aan? Hoe streng wordt een afspraak genomen? Moet je bij de huisarts eerst bellen of kun je ergens binnenlopen? Wanneer geef je iemand een fooi? Hoe snel reageert een bedrijf op een e-mail? Is het normaal dat een vakman niet verschijnt zonder af te bellen, of heb je gewoon pech gehad?
Dat zijn kleine dingen, maar ze vragen voortdurend een beetje aandacht. Zelfs boodschappen doen kan in het begin meer energie kosten. Je zoekt producten, leest etiketten en probeert te onthouden hoe iets in de lokale taal heet.
Na verloop van tijd wordt dat allemaal gewoon en precies dát is het punt. Ook in je nieuwe land bouw je opnieuw vanzelfsprekendheden op. Alleen moet je eerst door die fase heen waarin nog bijna niets vanzelfsprekend is.
Hoe ouder je bent, hoe groter de verandering kan voelen
Ik denk dat leeftijd daarin ook een rol speelt. Wie op zijn vijfentwintigste vertrekt, beschikt vaak over een ander soort energie dan iemand die op zijn vijfenzestigste emigreert. Dat zegt niets over de vraag of emigreren op latere leeftijd verstandig is. Ik ken genoeg mensen die juist na hun pensionering aan een geweldig nieuw leven zijn begonnen.
Maar je mag wel eerlijk zijn over wat zo’n verhuizing van je vraagt. Misschien heb je na veertig jaar werken juist geen behoefte meer aan formulieren, aannemers, bankmedewerkers en telecombedrijven. Je hebt alles eindelijk een beetje op orde en zou eigenlijk vooral van je vrijheid willen genieten.
Dan is het goed om vooraf te beseffen dat emigreren tijdelijk precies het tegenovergestelde kan veroorzaken. Je maakt je leven eerst ingewikkelder om het daarna eenvoudiger te kunnen maken. Dat kan een uitstekende investering zijn, zolang je daar zin in hebt.
Voorbereiden betekent ook energie besparen
Daar zit voor mij een belangrijk verschil tussen zomaar vertrekken en voorbereid emigreren. Een goede voorbereiding betekent niet dat alles daarna vanzelf gaat. Je kunt niet iedere vertraging, verkeerde afspraak of lokale verrassing voorkomen.
Wat je wel kunt voorkomen, is dat werkelijk iedere stap nieuw voor je is. Als je vooraf al weet dat je een belastingnummer nodig hebt, hoe je je moet inschrijven, welke documenten je uit Nederland moet meenemen en wat je ongeveer moet regelen rondom zorg, auto, bank en woning, hoef je dat allemaal niet pas uit te zoeken wanneer je ter plaatse bent.
Dat klinkt misschien als een klein verschil, maar in een drukke emigratieperiode kan het enorm veel schelen. Je hebt dan als het ware al een routekaart.
Dat is ook hoe ik mijn handboeken zelf zie. Je hoeft ze niet van de eerste tot de laatste pagina uit je hoofd te leren. Ze zijn vooral bedoeld om vooraf een beeld te krijgen van wat eraan komt en om ze er later weer bij te pakken wanneer je bij een volgende stap bent aangekomen.
Want precies zoals je je leven in Nederland ooit stap voor stap hebt opgebouwd, kun je dat in het buitenland ook doen. Alleen is het handig wanneer iemand vooraf alvast heeft uitgezocht welke stappen er ongeveer op je wachten.
De vraag is niet of je het kunt
Bijna al die praktische zaken zijn uiteindelijk oplosbaar. Je krijgt internet. De bankrekening komt er. De auto krijgt zijn kenteken. De tuinman wordt gevonden en na drie pogingen vind je misschien zelfs een uitstekende loodgieter. De interessante vraag is daarom niet zozeer of je dat allemaal kunt regelen. De vraag is of je het wilt.
Heb je zin om opnieuw uit te zoeken hoe alles werkt? Vind je het interessant om opnieuw te beginnen en krijg je energie van het idee dat je een compleet nieuw leven opbouwt? Of merk je eigenlijk dat je vooral verlangt naar rust en dat het vooruitzicht van al die praktische rompslomp je bij voorbaat tegenstaat?
Beide antwoorden zijn prima. Het zou alleen jammer zijn wanneer je dat pas ontdekt nadat de verhuiswagen is vertrokken.
Sommige mensen bloeien er juist van op
Er is namelijk ook een andere kant. Voor sommige mensen is precies dit proces een van de leukste onderdelen van emigreren. Ze vinden het heerlijk om een nieuw huis in te richten, nieuwe winkels te ontdekken, een tuin vanaf nul op te bouwen en langzaam te begrijpen hoe hun nieuwe land functioneert.
Het feit dat nog niet alles vastligt geeft ze energie. Ze worden actiever, nieuwsgieriger en soms zelfs ondernemender dan ze in Nederland jarenlang zijn geweest. Een probleem met de internetprovider is dan geen ramp, maar gewoon een verhaal dat later tijdens het eten lachend wordt verteld.
Juist het feit dat je opnieuw moet beginnen kan je het gevoel geven dat je weer veel bewuster leeft. Je rijdt niet automatisch dezelfde route naar dezelfde supermarkt, maar kijkt om je heen. Je hebt gesprekken die je anders nooit zou hebben gevoerd en ontdekt dat je na dertig jaar routine kennelijk nog heel goed in staat bent nieuwe dingen te leren.
Voor wie daarvan houdt, kan emigreren bijna verjongend werken. Maar ook dan blijft het werk.
De eerste maanden zijn misschien helemaal niet ontspannen
Dat is ook waarom ik mensen zou aanraden om niet te veel verwachtingen te koppelen aan de eerste maanden na een emigratie. Je hebt misschien jarenlang gedroomd van rust, maar de kans is groot dat juist de eerste periode helemaal niet rustig is. Je moet regelen, bellen, zoeken, kopen, wachten, vragen stellen en soms opnieuw beginnen omdat iets verkeerd is gegaan.
De gedachte dat je onmiddellijk na aankomst iedere ochtend ontspannen met een kop koffie op het terras zit, kan daardoor een beetje tegenvallen.
Dat moment komt waarschijnlijk wel, maar misschien nog niet in de tweede week. Dan zit je mogelijk vooral op een monteur te wachten, terwijl er een week later weer een afspraak met een ambtenaar in je agenda staat en je ondertussen ontdekt dat je voor allebei nog aanvullende papieren nodig hebt.
Het hoort bij het proces waarin een vreemde plek langzaam je thuis wordt.
Wat krijg je ervoor terug?
Daarmee komen we uiteindelijk bij de belangrijkste vraag. Wat krijg je voor al die moeite terug?
Als je na een jaar wakker wordt op een plek waar je werkelijk graag woont, kan die investering ineens heel klein lijken. Misschien heb je meer ruimte, leef je vaker buiten, voel je je veiliger of geniet je iedere dag van de natuur. Misschien ben je financieel vrijer geworden, heb je nieuwe vrienden gemaakt en merk je dat het leven beter aansluit bij wie je bent. Dan was dat jaar waarin alles opnieuw moest worden geregeld misschien gewoon de toegangsprijs.
Maar wanneer je vooral bent vertrokken omdat het huis in het buitenland goedkoop was of omdat je tijdens vakanties altijd zo genoot van het weer, kan dezelfde inspanning heel anders voelen. Want een mooi uitzicht maakt het gemeentekantoor niet minder vermoeiend en een goedkoop huis belt niet zelf de loodgieter.
Maak de checklist vóór je vertrekt
Ik zou daarom bij de voorbereiding van een emigratie niet alleen een financieel overzicht maken, maar ook een praktische checklist van alles wat je in de eerste twaalf maanden waarschijnlijk opnieuw zult moeten regelen.
Denk aan je woning, internet, telefoon, bank, verzekeringen, zorg, registratie, auto, belastingen, onderhoud, tuin, vakmensen, boodschappen, huisarts, tandarts en eventueel school. Daar komen per land weer andere verplichtingen en procedures bij.
Die checklists zijn niet voor niets een belangrijk onderdeel van mijn emigratiehandboeken. Tijdens het schrijven ervan merk ik iedere keer opnieuw hoeveel losse onderwerpen uiteindelijk samen één emigratie vormen.
Het voordeel van zo’n checklist is vooral dat je de grote berg kunt opdelen in kleinere stukken. Je hoeft niet alles op één dag te doen. Sommige zaken moeten voor vertrek, andere meteen na aankomst en weer andere kunnen rustig een paar maanden wachten. Wie dat onderscheid vooraf maakt, haalt al een deel van de druk van de emigratie af.
Schrijf daarnaast eens op welke mensen je minder vaak zult zien en denk na over hoe je dat contact wilt onderhouden. Kijk daarna naar het geheel en stel jezelf niet alleen de vraag of het allemaal mogelijk is, maar vooral hoe je je voelt bij het idee dat je dit werkelijk gaat doen.
Krijg je er zin in? Of merk je dat je vooral tegen die berg opziet? Dat antwoord zegt misschien meer over je emigratiebereidheid dan de prijs van een huis of het aantal zonuren per jaar.
Het echte werk begint na vertrek
De voorbereiding op emigreren is vaak spannend en leuk. Je zoekt informatie, bezoekt plaatsen, vergelijkt woningen en praat over hoe je toekomstige leven eruit zou kunnen zien. Daar kun je jarenlang plezier aan beleven. Maar het echte werk begint meestal wanneer je eenmaal bent vertrokken. Dan moet die droom worden omgezet in een normaal dagelijks leven. En een normaal dagelijks leven bestaat nu eenmaal voor een verrassend groot deel uit dingen die niet bijzonder leuk zijn.
Rekeningen, afspraken, formulieren, reparaties, verzekeringen en mensen die zeggen dat ze morgen terugbellen. Alleen doe je dat deze keer in een land waar je nog niet precies weet hoe alles werkt.
Daarom geloof ik ook zo sterk in goed voorbereiden. Niet omdat je daarmee ieder probleem kunt voorkomen, maar omdat je minder vaak wordt overvallen door dingen waarvan je achteraf denkt: had ik dit maar eerder geweten.
Daar probeer ik met mijn emigratiehandboeken precies bij te helpen. Ze nemen het werk niet van je over en uiteindelijk zul je zelf naar dat gemeentehuis, die bank of die verzekeraar moeten. Maar het scheelt enorm wanneer je vooraf weet waarom je daarheen moet, welke stap daarna komt en welke zaken je niet moet vergeten.
Uiteindelijk wordt ook daar alles gewoon
En gelukkig gebeurt daarna ongeveer hetzelfde als ooit in Nederland. Langzaam ontstaat er weer een netwerk van vanzelfsprekendheden. Je weet waar de supermarkt is waar je graag komt en welke garage betrouwbaar is. Je kent iemand die de tuin doet, hebt een huisarts gevonden en weet inmiddels welke ambtenaar je moet hebben als er iets geregeld moet worden. Het huis raakt ingericht en de stapel dozen verdwijnt. De buurman blijkt aardig, je weet op welke dag het afval wordt opgehaald en welk telefoonnummer je moet bellen wanneer het internet uitvalt.
Op een bepaald moment realiseer je je dat het allemaal niet meer nieuw voelt. Je bent weer een gewoon leven aan het leiden, alleen op een andere plek.
Dat is uiteindelijk wel de kern van emigreren. Je verruilt niet simpelweg je oude leven voor een beter leven. Eerst moet je bereid zijn een deel van de zekerheid en vanzelfsprekendheid die je in tientallen jaren hebt opgebouwd los te laten en opnieuw te investeren in iets nieuws. Dat kost tijd, geduld en soms behoorlijk wat energie.
Een goede voorbereiding kan die investering een stuk overzichtelijker maken, maar neemt hem nooit helemaal weg. De vraag is daarom niet alleen hoeveel geld je nodig hebt om te emigreren of welk land het beste bij je past.
Een minstens zo belangrijke vraag is hoeveel van jezelf je bereid bent in die nieuwe start te steken. Want pas wanneer je daar een eerlijk antwoord op hebt, kun je beoordelen of het leven dat je ervoor terugkrijgt die investering voor jou werkelijk waard is.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun mijn team en mij met een kleine donatie en help op die manier Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!