Wie gaat emigreren, denkt aan de taal, een woning, de gezondheidszorg en misschien een nieuwe baan. Je verdiept je in belastingen en probeert te begrijpen hoe je toekomstige buren leven. Maar wanneer heb je voor het laatst de verkeersregels van je nieuwe woonland bekeken? Waarschijnlijk staat dat onderwerp ergens onderaan je lijstje. Je hebt immers al jaren een rijbewijs en overal in Europa lijkt het verkeer ongeveer hetzelfde te werken.
Toch is dat een riskante aanname. Juist doordat autorijden grotendeels op routine gaat, neem je Nederlandse gewoonten ongemerkt mee over de grens. Een rotonde ziet er vertrouwd uit, een invoegstrook ook. Maar wat je moet doen, kan verschillen. Integreren betekent daarom ook dat je achter het stuur bereid bent iets opnieuw te leren. Dat klinkt misschien minder aantrekkelijk dan kennismaken met de plaatselijke keuken, maar je hebt er bijna dagelijks mee te maken.
Eerst een misverstand over invoegen
Laat ik beginnen met iets waarvan ik zelf wilde weten hoe het precies zat. Moet je op de Duitse autobaan voorrang geven aan een auto die via de invoegstrook de snelweg op wil? Het antwoord is nee. Volgens de Duitse verkeerswet heeft het verkeer op de doorgaande rijbaan voorrang. In Nederland moet de invoegende bestuurder eveneens het overige verkeer voor laten gaan.
Ook in Hongarije krijgt een automobilist die vanaf de invoegstrook van rijstrook wisselt geen algemene voorrang op het doorgaande verkeer. De Hongaarse verkeersregels verplichten degene die van richting of rijstrook verandert om het verkeer dat zijn richting behoudt voor te laten gaan.
Dat iemand ruimte voor je maakt, betekent dus niet dat je daar automatisch recht op hebt. Hier zit meteen een belangrijke les: onderscheid de wettelijke regel van hoffelijkheid en plaatselijke gewoonten. Wat je andere automobilisten ziet doen, vertelt je niet altijd wat er in de verkeerswet staat.
België: ritsen is verplicht
Bij een wegversmalling ligt dat anders. In België is ritsen bij sterk vertraagd verkeer wettelijk geregeld. Houdt je rijstrook op of kun je daarop niet verder rijden, dan voeg je pas vlak voor de versmalling in. Bestuurders op de vrije rijstrook moeten daar om beurten één voertuig voor laten gaan. Dat vraagt dus van beide kanten een bepaalde aanpak.
In Nederland wordt ritsen ook aangemoedigd, maar blijft een rijstrookwisseling in beginsel een bijzondere manoeuvre waarbij je het overige verkeer voor moet laten gaan. De Belgische verplichting is dus meer dan een vriendelijke aanbeveling. Overigens geldt die Belgische ritsregel niet voor het via een gewone oprit oprijden van de autosnelweg. Daar houdt het doorgaande verkeer voorrang. Twee situaties die op elkaar lijken, kunnen juridisch toch verschillend zijn.
Duitsland: maak ruimte voordat je een sirene hoort
Sta je in Duitsland op de autobaan in een file, dan moet je rekening houden met de Rettungsgasse. Zodra het verkeer stapvoets rijdt of stilstaat, moet tussen de meest linkse rijstrook en de rijstrook direct daarnaast een doorgang voor hulpdiensten ontstaan. Links gaat naar links, de overige rijstroken wijken naar rechts uit. De verplichting geldt ook op wegen buiten de bebouwde kom met minstens twee rijstroken per richting.
Je wacht dus niet totdat er een ambulance achter je verschijnt. Juist dat vooraf ruimte maken is essentieel. Als iedereen bumper aan bumper staat, wordt uitwijken veel moeilijker. De gebruikelijke Nederlandse gedachte dat hulpdiensten de vluchtstrook wel zullen nemen, is hier geen bruikbaar uitgangspunt. Kijk bij filevorming meteen hoe je de doorgang kunt vrijhouden.
Portugal: een rotonde vraagt voorbereiding
Een rotonde met meerdere rijstroken is in Portugal een goed voorbeeld van een vertrouwd verkeersplein met een specifieke aanpak. Neem je de eerste afslag, dan gebruik je de rechterrijstrook. Wil je een latere afslag nemen, dan mag je pas naar de buitenste rijstrook nadat je de afslag vóór jouw afslag bent gepasseerd. Je moet die rijstrookwisseling uiteraard veilig uitvoeren .
Wil je de derde afslag nemen, dan blijf je dus niet vanaf het begin gemakshalve helemaal rechts rijden. Je kiest een passende binnenste rijstrook en gaat na de tweede afslag voorzichtig naar buiten. Voor onder meer fietsers en zware voertuigen bestaan uitzonderingen. Volg daarnaast altijd de aanwezige verkeerstekens en rijstrookindeling.
Zo’n regel vraagt dat je vooraf weet waar je naartoe wilt. Alleen naar de navigatie luisteren wanneer die roept dat je de rotonde moet verlaten, is wat laat. Bekijk vóór de rotonde welke afslag je nodig hebt en kies bewust je positie.
Frankrijk: regen verandert de maximumsnelheid
In Frankrijk kan een regenbui betekenen dat een andere wettelijke maximumsnelheid geldt, zonder dat er ineens een nieuw bord naast de weg verschijnt. Op een autosnelweg waar onder normale omstandigheden 130 kilometer per uur is toegestaan, wordt dat bij regen of andere neerslag maximaal 110. Op wegen met twee door een middenberm gescheiden rijbanen daalt de algemene limiet van 110 naar 100. Lagere aangegeven limieten blijven uiteraard gelden.
Bij een zicht van minder dan 50 meter geldt bovendien maximaal 50 kilometer per uur op alle wegen, dus ook op de autosnelweg. Dat is een harde bovengrens, geen advies om bij mist ongeveer zo hard te rijden. Je snelheid moet daarnaast altijd veilig zijn voor de omstandigheden.
Wie uitsluitend naar de laatst geziene snelheidsaanduiding kijkt, mist dus een deel van de regels. Ook het weer bepaalt wat je mag.
Spanje: binnen de bebouwde kom is 50 geen vanzelfsprekendheid
Veel Nederlanders hebben 50 kilometer per uur als uitgangspunt voor de bebouwde kom in hun hoofd, tenzij borden anders aangeven. In Spanje hangt de algemene stedelijke limiet af van de inrichting van de straat. Bij één rijstrook per richting is dat in beginsel 30 kilometer per uur. Bij twee of meer rijstroken per richting geldt doorgaans 50. Liggen rijbaan en trottoir op hetzelfde niveau, dan geldt als algemene limiet 20.
Voorbehouden rijstroken, bijvoorbeeld voor het openbaar vervoer, tellen bij die berekening niet mee. Gemeenten kunnen bovendien via bebording afwijkende limieten vaststellen binnen de wettelijke mogelijkheden. Je moet dus zowel naar de wegindeling als naar de borden kijken. Een brede straat is op zichzelf geen vrijbrief om 50 te rijden.
Hongarije: geen wijntje en wel verlichting
In mijn woonland Hongarije geldt voor automobilisten een alcoholgrens van nul. Het Nederlandse onderscheid tussen een grens van 0,5 promille voor ervaren bestuurders en 0,2 voor beginnende bestuurders kun je hier niet toepassen. Ga je met de auto naar een restaurant of vrienden, dan betekent dat geen alcohol drinken als je nog moet rijden.
Een ander dagelijks verschil is de verlichting. Buiten de bebouwde kom moet je in Hongarije ook overdag bij goed zicht dagrijverlichting of dimlicht voeren. Dat geldt dus eveneens op een zonnige middag. In Nederland bestaat voor personenauto’s geen vergelijkbare algemene verplichting bij goed zicht overdag (KRESZ, artikel 44; Rijksoverheid).
Controleer daarbij wat de automatische stand van je auto werkelijk doet. De aanwezigheid van een lichtsensor ontslaat je niet van de verantwoordelijkheid om de juiste verlichting te gebruiken.
Frankrijk: handsfree betekent niet met oordopjes
Ook iets kleins als telefoneren kan gewenning vragen. In Nederland mag je tijdens het rijden handsfree bellen, bijvoorbeeld met oordopjes, zolang je veilig blijft rijden. In Frankrijk mag een bestuurder geen oordopje, headset of hoofdtelefoon dragen die geluid afgeeft. Eén oordopje is ook niet toegestaan. Telefoneren via een ingebouwd handsfreesysteem van de auto kan wel. Voor gehoorapparaten bestaat een uitzondering (Rijksoverheid; Franse verkeersveiligheidsdienst Sécurité routière).
Die Franse regel geldt bovendien ook voor fietsers. Wie vanuit Nederland gewend is met een podcast in de oren naar de winkel te fietsen, moet dus eveneens zijn routine aanpassen. Je hoeft daarvoor geen auto te bezitten: plaatselijke verkeersregels raken ook je dagelijkse fietstocht.
Een opfrisles is geen nederlaag
Je hoeft vóór je verhuizing niet de verkeerswetgeving van heel Europa uit je hoofd te leren. Begin met het land waar je gaat wonen en de landen waar je regelmatig doorheen rijdt. Bekijk de regels via de overheid, politie of een betrouwbare verkeersorganisatie. Vraag bij twijfel een plaatselijke rijschool om uitleg. Een opfrisles kan nuttiger zijn dan jarenlang vertrouwen op iets wat iemand ooit op een verjaardag vertelde.
En houd regels en verkeersgedrag uit elkaar. Dat andere bestuurders te hard rijden, zonder richting aan te geven afslaan of ongeduldig claxonneren, maakt dat gedrag nog niet toegestaan. Aanpassen aan je nieuwe woonland betekent ook dat je weet welke gewoonten je beter kunt overslaan.
We praten bij integreren graag over taal, cultuur en sociale contacten. Terecht, maar een deel van je nieuwe leven speelt zich gewoon af onderweg naar de supermarkt. Ook daar ben je iemand die de omgeving nog moet leren kennen. Wie dat accepteert, rijdt met meer aandacht en geeft anderen minder reden om zich af te vragen waar die buitenlandse automobilist nu weer mee bezig is.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun mijn team en mij met een kleine donatie en help op die manier Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!