Emigreren is voor veel mensen een behoorlijk grote stap. Je laat een vertrouwde omgeving achter, je moet in een ander land opnieuw je weg vinden en je weet vooraf nooit helemaal hoe het gaat uitpakken. Hoe fijn zou het dan zijn als je dat samen kunt doen met mensen die je goed kent? Met een bevriend stel bijvoorbeeld. Met je broer of zus en hun gezin. Of met je ouders, die ook wel iets voelen voor een leven over de grens.
Ik kan me heel goed voorstellen dat dat aantrekkelijk klinkt. Je begint ergens opnieuw, maar je neemt toch een stukje van je vertrouwde leven mee. Je staat er niet alleen voor. Als er iets tegenzit, zijn er mensen in de buurt bij wie je terechtkunt. En als er iets te vieren valt, hoef je het niet te houden bij een videogesprek met Nederland. Dan schuif je gewoon bij elkaar aan tafel.
Samen emigreren kan dan ook heel goed uitpakken. Maar het is wel belangrijk om vooraf te bedenken wat dat ‘samen’ precies betekent. Want gezellig met elkaar omgaan in Nederland is iets anders dan samen een nieuw bestaan opbouwen in een ander land. Zeker als je ook nog samen gaat wonen, een pand koopt of een bedrijf begint.
Een vertrouwd gezicht in een nieuwe omgeving
Laat ik beginnen met de voordelen. Want die zijn er natuurlijk. Alleen al tijdens de voorbereiding kun je veel aan elkaar hebben. De een zoekt graag uit hoe dingen geregeld moeten worden, de ander is beter in de taal en een derde heeft plezier in het bekijken van huizen. Je kunt informatie delen, samen op onderzoek uitgaan en elkaar helpen bij beslissingen waar je in je eentje misschien langer over zou twijfelen.
Ook na de verhuizing kan het prettig zijn om iemand dichtbij te hebben die begrijpt wat je doormaakt. Iemand die ook nog moet wennen aan de omgeving, die net als jij soms naar woorden zoekt en die snapt waarom iets eenvoudigs ineens een hele onderneming kan zijn. Je hoeft niet steeds uit te leggen waarom je moe bent van een dag waarop je voor je gevoel nauwelijks iets hebt gedaan.
Voor kinderen kan het eveneens fijn zijn als er vertrouwde mensen meegaan. Een neefje of nichtje in de buurt, opa en oma een deur verder of de kinderen van vrienden met wie ze al jaren optrekken. Er verandert al zoveel: een ander huis, een andere school, misschien een andere taal. Dan kan het helpen als niet alles en iedereen nieuw is. Ook voor ouders kan dat een geruststellende gedachte zijn.
En laten we eerlijk zijn: samen plannen maken is gewoon leuk. Je bekijkt huizen en ziet het al voor je. Een grote tuin, ruimte voor de kinderen, een lange tafel waar iedereen aan kan zitten. Misschien een paar gastenkamers erbij. De een houdt van koken, de ander kan goed klussen. Dat zou toch prachtig kunnen worden?
Dat kan het ook. Alleen zou ik op dat moment wel even verder kijken dan die lange tafel.
Hoe goed kennen jullie elkaar eigenlijk?
Want hoe goed kennen jullie elkaar eigenlijk? Misschien zijn jullie al twintig jaar bevriend. Misschien kennen jij en je zus elkaar je hele leven. Maar weet je ook hoe de ander reageert als het geld krap wordt, als een verbouwing uitloopt of als er wekenlang nauwelijks tijd is om uit te rusten? En weet de ander dat van jou?
Als je in Nederland een weekend bij elkaar op bezoek gaat, ga je daarna weer naar je eigen huis. Je hebt je eigen werk, je eigen gewoontes en je eigen sociale leven. Een irritatie verdwijnt vaak vanzelf als je elkaar een tijdje niet ziet. Bij een gezamenlijke emigratie kan dat heel anders zijn. Zeker in het begin trek je waarschijnlijk veel met elkaar op. Je gaat samen dingen regelen, samen de omgeving ontdekken en samen problemen oplossen.
Woon je ook nog vlak naast elkaar, of zelfs in hetzelfde pand, dan wordt die omgang behoorlijk intensief. Zo’n groot huis met twee woningen klinkt misschien ideaal. Allebei een eigen voordeur en toch bij elkaar in de buurt. Maar mag iedereen zomaar binnenlopen? Verwacht je dat je iedere avond samen eet? Is het vanzelfsprekend dat opa en oma op de kinderen passen? En wat als zij juist zijn geëmigreerd om meer tijd voor zichzelf te hebben?
Het zijn van die dingen waarvan je vooraf misschien denkt: daar komen we wel uit. En waarschijnlijk geldt dat ook voor een heleboel dingen. Maar verwachtingen die je niet uitspreekt, kunnen ongemerkt behoorlijk uiteenlopen. Jij denkt dat jullie samen een leven gaan opbouwen. De ander denkt dat jullie ieder een eigen leven gaan opbouwen, toevallig op dezelfde plek. Dat verschil merk je pas echt als jullie er wonen.
Niet iedereen voelt zich even snel thuis
Daar komt bij dat niet iedereen op dezelfde manier went aan een ander land. De een voelt zich na een paar maanden helemaal thuis. Die maakt contact met de buren, krijgt plezier in de taal en wil voorlopig nergens anders meer wonen. De ander mist Nederland steeds meer. Die vindt de dagelijkse dingen ingewikkeld, mist vrienden en vraagt zich af of de verhuizing wel zo’n goed idee was.
Dat kan ook gebeuren als jullie vooraf precies hetzelfde enthousiasme hadden. Je kunt samen dezelfde huizen bekijken, dezelfde plannen maken en dezelfde verhuiswagen vullen. Daarmee is nog niet gezegd dat je de emigratie ook hetzelfde gaat beleven. Zelfs binnen één stel kunnen de ervaringen behoorlijk verschillen. Als je met vier volwassenen vertrekt, heb je dus ook met vier mensen te maken die ieder op hun eigen manier moeten wennen.
Stel dat jullie vrienden na een jaar zeggen dat ze terug willen naar Nederland. Wat doet dat dan met jou? Kun je zeggen: jammer, maar we begrijpen het? Of voelt het alsof ze jullie in de steek laten? Jullie waren hier toch samen aan begonnen? Misschien had je deze stap zonder hen helemaal niet gezet. Misschien heb je juist voor dit dorp of dit huis gekozen omdat zij daar zo enthousiast over waren.
Zou je ook zonder de anderen emigreren?
Ik denk dat daar een belangrijke vraag zit die je jezelf vóór vertrek moet stellen: zou ik deze emigratie ook willen als de anderen uiteindelijk niet meegaan? Of als ze na een halfjaar weer vertrekken?
Als het antwoord nee is, hoeft dat niet meteen te betekenen dat je het hele plan moet afblazen. Maar het vertelt je wel iets over hoe afhankelijk jouw keuze is van de aanwezigheid van anderen. Je emigreert dan mede omdat zij meegaan. Dat mag, alleen is het goed om dat van jezelf te weten. En om te bedenken wat je gaat doen als die situatie verandert.
Want als het ene stel teruggaat, is de emigratie van het andere stel daarmee natuurlijk niet automatisch mislukt. Misschien hebben jullie het nog steeds prima naar je zin. Misschien willen de kinderen helemaal niet meer weg. Toch kan het vertrek van de anderen het plezier behoorlijk beïnvloeden. De gezamenlijke etentjes verdwijnen. Een deel van de plannen valt weg. En ineens zit je in een huis dat je voor deze manier van samenleven hebt uitgezocht.
Dan helpt het niet als daar ook nog verwijten bij komen. ‘We hebben dit toch voor jullie gedaan?’ Of: ‘Jullie wisten toch waar je aan begon?’ Niemand kan vooraf precies weten hoe een emigratie gaat voelen. Je kunt je goed voorbereiden, maar je kunt niet beloven dat je ergens gelukkig wordt. Het lijkt me belangrijk dat je elkaar die ruimte geeft, ook als de uitkomst voor jou teleurstellend is.
Samen wonen én samen ondernemen
Dat wordt ingewikkelder als jullie ook zakelijk aan elkaar verbonden zijn. Samen een hotelletje runnen, een B&B beginnen of een ander bedrijf opzetten kan een prachtig plan zijn. Je kunt het werk verdelen en gebruikmaken van elkaars kwaliteiten. Maar dan ben je behalve familie of vrienden ook zakenpartners. En als je op dezelfde plek woont, neem je een meningsverschil over het werk gemakkelijk mee naar de keukentafel.
Misschien vindt de een dat er meer gewerkt moet worden, terwijl de ander juist meer vrije tijd verwachtte na de emigratie. Misschien wil iemand opnieuw investeren en vindt de ander dat er nu eindelijk geld verdiend moet worden. Of de taakverdeling blijkt in de praktijk minder eerlijk te voelen dan op papier. Wie staat er iedere ochtend vroeg op voor het ontbijt van de gasten? Wie doet de administratie? En wie is er vrij als er onverwacht iemand moet inspringen?
Bespreek dat voordat jullie beginnen. Wat verwacht iedereen van het bedrijf? Hoeveel tijd wil je erin steken? Wat heb je nodig om prettig te kunnen leven? En wat gebeurt er als iemand ziek wordt, minder wil werken of helemaal wil stoppen? Dat zijn misschien niet de leukste gesprekken tijdens het dromen over een nieuw bestaan, maar ze horen er wel bij.
Wat als iemand eruit wil stappen?
Hetzelfde geldt voor geld dat jullie samen in een huis of bedrijf steken. Stel dat één stel terug wil en het ingelegde geld nodig heeft om in Nederland opnieuw te beginnen. Kan het andere stel dan verder? Is er geld om het vertrekkende stel uit te kopen? Wat als dat geld er niet is? Moet het pand dan worden verkocht, ook als de achterblijvers dat helemaal niet willen?
Ik zou zulke vragen niet laten liggen totdat ze actueel worden. Dan zitten er waarschijnlijk al teleurstelling, zorgen en misschien boosheid bij. Vooraf kun je rustiger bespreken wat iedereen redelijk vindt. Maak daarbij afspraken die ook uitvoerbaar zijn. ‘Dan kopen wij jullie wel uit’ klinkt geruststellend, maar heeft weinig waarde als niemand heeft bedacht waarvan dat betaald moet worden.
Schrijf op wat jullie afspreken en laat afspraken over gezamenlijk bezit en een bedrijf goed uitwerken met passende deskundige hulp. Alleen al het gesprek daarover kan nuttig zijn. Je ontdekt misschien dat jullie onder dezelfde afspraak iets heel anders verstaan. Dat kun je beter merken terwijl je nog plannen maakt dan op het moment dat iemand zijn vertrek aankondigt.
Ook het dagelijks leven vraagt om afspraken
Naast die grote onderwerpen zou ik ook het gewone dagelijkse leven bespreken. Hoeveel privacy heeft iedereen nodig? Hoe verdeel je gezamenlijke kosten en klusjes? Wat gebeurt er als er familie uit Nederland komt logeren? Mag iemand twee weken gasten ontvangen in de gezamenlijke tuin, terwijl de ander daar rustig wil zitten? Juist zulke alledaagse dingen kunnen gaan schuren als je voortdurend dicht op elkaar leeft.
Het kan daarom zinvol zijn om vooraf eens wat langer samen op één plek te verblijven. Ook op dagen waarop er gewerkt, gekookt, opgeruimd en geregeld moet worden. Een gezellige vakantie vertelt je vooral hoe jullie samen vakantie vieren. Een periode waarin ieder zijn eigen bezigheden en verplichtingen heeft, laat misschien meer zien van hoe het dagelijks samenleven zou kunnen worden.
Geef elkaar de ruimte
Zorg na de verhuizing bovendien dat je ieder een eigen leven opbouwt. Eigen contacten, eigen bezigheden en de mogelijkheid om iets zonder de anderen te doen. Als je voortdurend alles samen onderneemt, wordt het ook lastiger om eens te zeggen dat je ergens geen zin in hebt. Terwijl het heel normaal is dat je broer graag iedere zondag samen eet en jij soms liever met je eigen gezin op pad gaat.
Blijf ook vragen hoe het echt gaat. Niet alleen met het huis, de verbouwing of de boekingen, maar met iedereen persoonlijk. Kan iemand zeggen dat hij twijfelt, zonder dat de anderen dat meteen als kritiek op het hele plan beschouwen? Hoe eerder er ruimte is voor zo’n gesprek, hoe kleiner de kans dat iemand maandenlang zijn mond houdt en uiteindelijk ineens zegt: ik trek dit niet meer, ik wil weg.
Ik wil hiermee zeker niet zeggen dat je beter niet met vrienden of familie kunt emigreren. Het kan je veel steun, gezelligheid en mooie gezamenlijke ervaringen opleveren. Maar zorg dat iedereen bewust kiest voor zowel het land als de manier waarop jullie daar samen gaan leven. Geef elkaar ruimte en bespreek vooraf wat er gebeurt als iemand een andere weg wil inslaan. Dan hoeft teruggaan naar Nederland geen einde te betekenen aan een vriendschap of een goede familieband. En kunnen degenen die blijven ook met plezier verder met hun emigratie.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun mijn team en mij met een kleine donatie en help op die manier Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!