Wie regelmatig met de auto vanuit Nederland naar het buitenland rijdt, kent het verschijnsel. Je passeert de grens, kijkt naar de prijzen bij het eerste tankstation en vraagt je af waarom dezelfde liter benzine ineens zoveel goedkoper kan zijn. En datzelfde geldt in de meeste gevallen ook ook voor gas en elektriciteit.
Dat verschil is momenteel behoorlijk groot. De gemiddelde prijs van een liter Euro 95 lag in Nederland op 21 september 2026 op € 2,45. Langs de snelweg zit je soms al op € 2,72. Diesel was met gemiddeld € 2,58 zelfs nog duurder. Daarmee behoort Nederland tot de duurste landen van de Europese Unie om de tank vol te gooien. Van iedere liter benzine van € 2,45 bestaat momenteel ongeveer € 1,27 uit accijns, btw en andere heffingen.
Voor iemand die over emigreren nadenkt, is dat interessanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Energie is immers een kostenpost die iedere maand terugkomt. Je rijdt auto, verwarmt je huis, kookt, gebruikt warm water en zet in Zuid-Europa waarschijnlijk regelmatig de airconditioning aan.
Ik ben daarom eens gaan kijken wat je in een aantal populaire emigratielanden daadwerkelijk voor energie betaalt. En dan blijken de verschillen behoorlijk groot.
Nederland is vooral met brandstof en gas duur
Eerst even Nederland als uitgangspunt. De Nederlandse benzineprijs van gemiddeld € 2,45 per liter ligt ongeveer 25 procent boven het EU-gemiddelde. Diesel kost € 2,58 en ligt ruim 20 procent boven het gemiddelde van de Europese Unie (Europese Commissie, Weekly Oil Bulletin, 21 september 2026).
Ook bij aardgas staat Nederland bijna bovenaan. De meest recente volledig vergelijkbare cijfers van Eurostat hebben betrekking op de tweede helft van 2025. Nederlandse huishoudens betaalden toen gemiddeld 17,19 cent per kWh gas. Alleen Zweden was met 20,92 cent nog duurder. Het gemiddelde in de EU bedroeg 12,28 cent.
Opvallend is waar dat Nederlandse prijsverschil vandaan komt. Maar liefst 51,8 procent van de Nederlandse gasprijs bestond uit belastingen en heffingen. Dat was het hoogste percentage van de Europese Unie (Eurostat, 5 mei 2026).
Bij elektriciteit ligt het beeld anders. Dat wil ik nadrukkelijk noemen, omdat nogal eens wordt beweerd dat Nederland ook daarmee tot de duurste landen van Europa behoort. Dat is volgens Eurostat niet het geval. Een Nederlands huishouden betaalde in de tweede helft van 2025 gemiddeld 25,58 cent per kWh. Het EU-gemiddelde lag op 28,96 cent. Duitsland zat bijvoorbeeld op 38,69 cent en Denemarken op 33,12 cent (Eurostat, dataset nrg_pc_204).
De verschillen in één oogopslag
Om landen onderling te kunnen vergelijken, gebruik ik voor elektriciteit en gas de laatste volledig vergelijkbare Eurostat-cijfers, over de tweede helft van 2025. De benzineprijzen zijn veel actueler en komen uit het Weekly Oil Bulletin van de Europese Commissie van september 2026.
Land
Euro 95*
Elektriciteit**
Gas***
Mijn indruk
Nederland
€ 2,45
€ 0,26
€ 0,17
vooral brandstof en gas duur
Hongarije
€ 1,64
€ 0,11
€ 0,03
zeer lage huishoudelijke energiekosten
Bulgarije
ca. € 1,66
€ 0,14
relatief laag
zeer gunstig
Spanje
€ 1,93
€ 0,27
duidelijk onder Nederland
gunstiger, vooral door klimaat en brandstof
Portugal
€ 2,11
€ 0,24
middelmatig
stroom gunstig, brandstof minder
Frankrijk
€ 2,22
€ 0,26
lager dan Nederland
gemengd beeld
Italië
€ 2,14
€ 0,30
€ 0,15
gas en stroom relatief duur
Duitsland
€ 2,35
€ 0,39
relatief hoog
weinig voordeel
Oostenrijk
ca. € 1,93
€ 0,33
middelmatig
stroom relatief duur
Zweden
ca. € 1,58
€ 0,27
€ 0,21
gas zeer duur, maar weinig huishoudens gebruiken gas
Denemarken
ca. € 2,62
€ 0,33
relatief hoog
bepaald geen goedkoop energieland
Noorwegen
wisselend
€ 0,19
nauwelijks relevant
goedkope stroom, andere verwarmingsstructuur
* gemiddelde literprijs Euro 95 rond 21 september 2026 ** gemiddelde huishoudprijs per kWh, tweede helft 2025 *** gemiddelde huishoudprijs per kWh waar vergelijkbare gegevens beschikbaar zijn (Bronnen: Europese Commissie, Weekly Oil Bulletin, september 2026; Eurostat, nrg_pc_204 en nrg_pc_202).
Hongarije is een bijzonder geval
Hongarije springt er behoorlijk uit. In de tweede helft van 2025 betaalde een gemiddeld huishouden volgens Eurostat slechts 10,82 cent per kWh elektriciteit. Dat was de laagste prijs van de gehele Europese Unie. Voor aardgas was het verschil nog spectaculairder: 3,40 cent per kWh tegenover 17,19 cent in Nederland. Een Nederlandse consument betaalde voor dezelfde hoeveelheid gas statistisch dus ongeveer vijf keer zoveel.
Dat komt voor een belangrijk deel door het Hongaarse systeem van gereguleerde energieprijzen voor huishoudens. Energie wordt tot bepaalde verbruiksgrenzen tegen sterk gereguleerde tarieven geleverd.
Ook benzine is goedkoper, ongeveer een volle euro minder dan in Nederland. Bij een verbruik van 1000 liter benzine per jaar praat je alleen daardoor al over ruim € 1000 verschil.
Bulgarije is eveneens opvallend goedkoop
Ook Bulgarije komt bij vrijwel iedere vergelijking aan de goedkope kant terecht. Elektriciteit kostte gemiddeld 13,55 cent per kWh. Alleen Hongarije en Malta waren binnen de EU goedkoper.
Voor iemand die naar Bulgarije verhuist, kan het verschil met Nederland daardoor aanzienlijk zijn, zeker wanneer een woning voornamelijk elektrisch wordt verwarmd. De relatief lage inkomens in Bulgarije spelen uiteraard een rol bij het prijsbeleid, maar een Nederlandse emigrant met een Nederlands inkomen of pensioen profiteert gewoon van de lokale tarieven.
Ook autorijden is er aanzienlijk goedkoper dan in Nederland.
Spanje profiteert vooral van het klimaat
Spanje is een ander verhaal. De elektriciteitsprijs van gemiddeld 26,69 cent per kWh verschilt helemaal niet zo spectaculair van de Nederlandse 25,58 cent. Toch kan je totale energierekening er lager uitvallen. De belangrijkste reden is het klimaat.
Een woning aan de Costa Blanca hoeft in januari nu eenmaal niet op dezelfde manier te worden verwarmd als een woning in Drenthe. Dat voordeel wordt in juli en augustus gedeeltelijk weer ingeleverd, omdat airconditioning elektriciteit verbruikt. Toch is koelen meestal minder energie-intensief dan maandenlang een huis verwarmen.
Daar komt de benzineprijs bij. Euro 95 kostte in Spanje op 21 september gemiddeld € 1,93 per liter. Dat scheelt ruim 50 cent met Nederland. Diesel was met € 1,92 zelfs ongeveer 66 cent per liter goedkoper. Wie veel rijdt, merkt dat onmiddellijk in zijn maandelijkse uitgaven.
Portugal is niet op ieder gebied goedkoop
Portugal wordt vaak gezien als een goedkoop woonland, maar voor energie moet je daar iets genuanceerder naar kijken. Elektriciteit was met 24,35 cent per kWh wel goedkoper dan in Nederland en lag onder het EU-gemiddelde.
Benzine is een ander verhaal. Die kostte in september gemiddeld ongeveer € 2,11 per liter. Dat is nog steeds goedkoper dan Nederland, maar het verschil is veel kleiner dan in Hongarije of een aantal Oost-Europese landen.
Bovendien zijn Portugese woningen lang niet altijd goed geïsoleerd. Een zacht klimaat betekent dus niet automatisch dat je in de winter nauwelijks hoeft te stoken. Wie een ouder huis koopt, doet er verstandig aan ook naar isolatie, ramen en verwarmingssysteem te kijken.
Duitsland valt tegen
Duitsland is op energiegebied bepaald geen goedkoop alternatief voor Nederland. Benzine kostte in september ongeveer € 2,35 per liter en diesel € 2,46. Het verschil met Nederland is daarmee beperkt.
Elektriciteit is er zelfs aanzienlijk duurder. Duitse huishoudens betaalden gemiddeld 38,69 cent per kWh. Dat was na Ierland de hoogste prijs binnen de EU.
Wie naar Duitsland verhuist om goedkoper te leven, moet dus niet automatisch aannemen dat ook de energierekening lager wordt. Dat geldt overigens voor meer kostenposten in Duitsland.
Italië zit eveneens aan de dure kant
Italië is interessant omdat het klimaat in een groot deel van het land gunstig is, terwijl de energie zelf bepaald niet goedkoop is. Elektriciteit kostte gemiddeld 29,66 cent per kWh en de gasprijs lag met 14,81 cent eveneens hoog. Alleen Zweden en Nederland hadden in de tweede helft van 2025 een hogere gemiddelde gasprijs. Ook benzine was in september met ongeveer € 2,14 per liter niet goedkoop.
Daar staat tegenover dat het energieverbruik van iemand in Puglia of op Sicilië moeilijk te vergelijken is met dat van iemand die in Noord-Italië tegen de Oostenrijkse grens woont. Italië laat misschien wel het beste zien waarom alleen een prijs per kWh niet voldoende is.
Scandinavië is een verhaal apart
Zweden, Denemarken en Noorwegen zijn nauwelijks over één kam te scheren. Zweden heeft volgens Eurostat de hoogste huishoudelijke gasprijs van de EU, maar dat cijfer zegt voor veel Zweden weinig omdat aardgas daar een veel kleinere rol speelt in de verwarming van woningen. Warmtepompen, stadsverwarming, hout en elektriciteit zijn veel belangrijker.
Noorwegen is nog opvallender. Dankzij de enorme hoeveelheid waterkracht is elektriciteit er relatief goedkoop. De vergelijkbare Eurostat-prijs lag in de tweede helft van 2025 rond 19 cent per kWh. Tegelijkertijd heb je in Noorwegen natuurlijk veel meer energie nodig om een woning warm te houden dan in Spanje.
Denemarken behoort ondertussen juist tot de duurdere landen voor zowel elektriciteit als brandstof. Benzine kostte eind september zelfs iets meer dan in Nederland.
Kijk naar de woning en niet alleen naar het land
Dat brengt mij bij iets wat ik mensen die willen emigreren sowieso altijd adviseer: kijk bij een woning verder dan de koop- of huurprijs.
Vraag naar de energierekeningen van de vorige bewoners. Kijk hoe het huis wordt verwarmd. Controleer de isolatie. Zoek uit of er zonnepanelen liggen en hoe oud de cv-ketel of warmtepomp is. In Zuid-Europa moet je bovendien kijken naar zonwering en airconditioning.
Een prachtig oud stenen huis in Frankrijk kan in februari een energieslurper blijken. Een goedkope Portugese woning zonder behoorlijke isolatie kan ’s winters verrassend koud zijn. Een goed geïsoleerd appartement in Boedapest kan daarentegen voor een bedrag worden verwarmd waarvan je in Nederland inmiddels nauwelijks meer een paar weken gas kunt betalen.
Energie kan honderden euro’s per maand schelen
Ik zou nooit adviseren om een emigratieland uitsluitend op basis van de energieprijs te kiezen. Daarvoor zijn zaken als gezondheidszorg, belastingen, woningprijzen, klimaat, bereikbaarheid en de taal veel te belangrijk. Maar energiekosten horen inmiddels wel degelijk thuis in het financiële plaatje dat je vóór een emigratie maakt.
Wie puur naar de huishoudelijke energiekosten kijkt, ziet vooral Hongarije en Bulgarije gunstig uit de vergelijking komen. Spanje heeft een belangrijk klimaatvoordeel en goedkopere brandstof. Portugal is gematigder. Frankrijk zit ergens in het midden. Italië is duurder dan je misschien verwacht. Duitsland en Denemarken leveren op energiegebied weinig financieel voordeel op ten opzichte van Nederland.
En Nederland zelf? Daar is het vooral de combinatie van extreem dure brandstof en een zeer hoge gasprijs die zwaar weegt. Een tank van 50 liter Euro 95 kost bij de huidige gemiddelde prijs ruim € 122. In Hongarije ben je voor dezelfde hoeveelheid rond € 86 kwijt. Dat is een verschil dat je iedere keer dat je bij de pomp staat opnieuw voelt.
Energie zal zelden dé reden zijn om Nederland te verlaten. Maar als je toch al serieus naar emigreren kijkt, kan het verschil in de maandelijkse energierekening uiteindelijk behoorlijk meetellen.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun mijn team en mij met een kleine donatie en help op die manier Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!