Wie plannen maakt om te emigreren, kijkt al snel naar huizenprijzen, boodschappen, belastingen en energiekosten. Dat is begrijpelijk, want je wilt weten of je je nieuwe leven straks kunt betalen. Toch zou ik daar nooit mee beginnen.
Mijn advies is altijd hetzelfde: volg je droom. Wanneer je al jarenlang verlangt naar een leven tussen de meren en bossen van Finland, moet je niet ineens naar Bulgarije vertrekken omdat het leven daar goedkoper is. En wanneer je droom in Noorwegen ligt, weet je dat daar waarschijnlijk een hoger prijskaartje aan hangt. Dat hoort bij de keuze die je maakt.
Een ranglijst met goedkope landen is daarom geen goede basis voor een emigratiebesluit. Noord-Macedonië, Roemenië en Bulgarije behoren tot de goedkoopste landen van Europa, maar daarmee zijn het nog niet automatisch de landen waar jij gelukkig zult worden. Klimaat, landschap, taal, cultuur, voorzieningen en de afstand tot Nederland spelen minstens zo’n grote rol.
Tegelijkertijd kun je de financiële kant natuurlijk niet negeren. Een droom die financieel onhaalbaar blijkt, kan snel veranderen in een bron van stress. Daarom is het verstandig om vooraf te weten hoe het prijsniveau van je toekomstige woonland zich verhoudt tot dat van Nederland.
Een hulpmiddel bij het maken van je keuze
Het prijsniveau mag dus best meewegen. Zeker wanneer je twijfelt tussen twee of drie landen die je allemaal aantrekkelijk vindt. Misschien overweeg je Spanje en Portugal, of twijfel je tussen Oostenrijk en Slovenië. Het verschil in dagelijkse kosten kan dan helpen om tot een weloverwogen keuze te komen.
Ook wanneer je keuze al vaststaat, heb je iets aan deze cijfers. Je kunt er je financiële planning op aanpassen. Wie naar een duurder land verhuist, zal meer reserves moeten meenemen of genoegen moeten nemen met een kleinere woning. Wie naar een goedkoper land vertrekt, krijgt mogelijk meer ruimte in het maandelijkse budget.
Het gaat daarbij niet alleen om de prijs van een kop koffie of een volle boodschappentas. Je hebt ook te maken met huur of hypotheek, energie, vervoer, verzekeringen, gezondheidszorg, gemeentelijke lasten en belastingen. Een goed emigratiebudget moet al die onderdelen bevatten.
Wat laat het overzicht precies zien?
Het bovenstaande overzicht bij dit artikel is gebaseerd op cijfers van Eurostat over het prijsniveau van de feitelijke individuele consumptie in 2025. Het gemiddelde van de Europese Unie is vastgesteld op 100. Een land met een score van 120 is grofweg 20 procent duurder dan het EU-gemiddelde. Bij een score van 80 ligt het prijsniveau ongeveer 20 procent onder het gemiddelde.
Bij deze vergelijking kijkt Eurostat naar een breed pakket goederen en diensten. De cijfers zijn gebaseerd op internationale prijsvergelijkingen en koopkrachtpariteiten. De feitelijke individuele consumptie omvat ook diensten die inwoners gebruiken, maar die geheel of gedeeltelijk door overheden of andere organisaties worden betaald. Het overzicht is daarom vooral een brede graadmeter voor het algemene prijsniveau. Het is geen exacte berekening van wat jij straks iedere maand uitgeeft.
Je moet de cijfers ook niet tot achter de komma als een harde ranglijst lezen. Eurostat waarschuwt zelf dat kleine verschillen tussen landen statistisch weinig betekenis kunnen hebben. Of Spanje nu op 91,1 staat en Slovenië eveneens op 91,1, zegt dus niet dat iedere aankoop in beide landen precies even duur zal zijn.
Nederland staat ruim boven het Europese gemiddelde
Nederland heeft in dit overzicht een index van 120,4. Daarmee ligt het prijsniveau ruim 20 procent boven het gemiddelde van de Europese Unie. Nederland behoort dus duidelijk tot de duurdere landen van Europa.
Dat zal voor veel Nederlanders niet als een verrassing komen. Wonen, energie, horeca en allerlei persoonlijke diensten zijn de afgelopen jaren duur geworden. Toch is het goed om te zien dat Nederland niet bovenaan staat. Er zijn verschillende landen waar je gemiddeld nog meer betaalt.
België en Oostenrijk liggen met respectievelijk 118,1 en 119,0 dicht bij Nederland. In de praktijk zal iemand die naar een van deze landen verhuist daarom niet plotseling merken dat alles veel goedkoper wordt. Het prijsverschil met Nederland bedraagt volgens deze brede index slechts enkele procenten.
Duitsland staat op 109,1 en Frankrijk op 106,4. Vergeleken met Nederland ligt het algemene prijsniveau daar respectievelijk ongeveer 9 en 12 procent lager. Dat klinkt aantrekkelijk, maar ook binnen deze landen zijn de regionale verschillen groot. München, Hamburg en Parijs zijn heel andere financiële bestemmingen dan een dorp op het Duitse platteland of een kleine plaats in Midden-Frankrijk.
IJsland en Zwitserland zijn ongeveer de helft duurder dan Nederland
De hoogste prijsniveaus vinden we in IJsland en Zwitserland. IJsland komt uit op 183,7 en Zwitserland op 181,0. Omgerekend ligt het prijsniveau daar ongeveer 50 procent hoger dan in Nederland.
Daarna volgen Luxemburg met 148,0, Denemarken met 140,2, Ierland met 139,6 en Noorwegen met 138,4. Denemarken, Ierland en Noorwegen zijn volgens deze cijfers ongeveer 15 tot 16 procent duurder dan Nederland. Voor Luxemburg loopt het verschil op tot bijna 23 procent.
Ook Zweden en Finland liggen boven Nederland. Zweden heeft een index van 128,4 en Finland van 126,1. Het verschil met Nederland blijft hier beperkter. Zweden is volgens deze berekening ongeveer 7 procent duurder en Finland ongeveer 5 procent.
Wie droomt van Scandinavië of Finland hoeft zich daardoor niet direct te laten afschrikken. Je zult je voorbereiding wel op het hogere prijsniveau moeten afstemmen. Misschien betekent dit dat je langer moet sparen, een hogere maandelijkse reserve nodig hebt of buiten de duurste stedelijke gebieden moet zoeken. Je droom blijft dezelfde, alleen het financiële plan wordt anders.
Zuid-Europa blijft duidelijk goedkoper
Italië bevindt zich met een index van 98,0 ongeveer op het gemiddelde van de Europese Unie. Vergeleken met Nederland ligt het prijsniveau er ongeveer 19 procent lager. Dat betekent overigens niet dat heel Italië goedkoop is. In Milaan, Rome, Florence en populaire kustgebieden kunnen huren en koopwoningen stevig geprijsd zijn.
Spanje staat op 91,1. Het algemene prijsniveau ligt daarmee ongeveer 24 procent onder dat van Nederland. Portugal komt uit op 85,3 en is volgens deze vergelijking ongeveer 29 procent goedkoper dan Nederland. Griekenland staat op 84,0 en ligt ongeveer 30 procent lager.
Dit zijn interessante verschillen voor Nederlanders die hun inkomen uit Nederland blijven ontvangen. Denk aan gepensioneerden, mensen met inkomsten uit verhuur of ondernemers die hun bedrijf op afstand blijven voeren. Hun inkomen krijgt in een goedkoper land vaak meer bestedingsruimte.
Toch moet je ook hier goed naar de plaatselijke situatie kijken. De woningmarkt in Lissabon, Porto, Barcelona, Madrid en op populaire eilanden wijkt sterk af van het landelijke gemiddelde. Een land kan gemiddeld goedkoper zijn, terwijl jouw favoriete regio juist een van de duurste delen van dat land is.
Midden- en Zuidoost-Europa bieden financieel meer ruimte
Nog grotere prijsverschillen vinden we in Midden- en Zuidoost-Europa. Kroatië heeft een index van 76,3, Tsjechië van 82,0 en Slowakije en Litouwen staan beide op 81,4. Het prijsniveau ligt daar grofweg een derde lager dan in Nederland.
Hongarije komt uit op 71,6 en Polen op 71,1. Beide landen zijn volgens het overzicht ongeveer 41 procent goedkoper dan Nederland. Dat is een aanzienlijk verschil en verklaart mede waarom deze landen steeds vaker worden overwogen door Nederlanders die willen emigreren of een deel van het jaar in het buitenland willen wonen.
Ik merk in Hongarije zelf natuurlijk ook dat veel dagelijkse uitgaven lager kunnen zijn dan in Nederland. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde diensten, zoals het (spotgoedkope) openbaar vervoer en energieprijzen. Tegelijkertijd zijn ook daar de prijzen gestegen. Boedapest is bovendien duurder dan veel kleinere Hongaarse steden en dorpen. Geïmporteerde producten kunnen zijn vrijwel even duur of soms zelfs duurder zijn dan in Nederland.
Bulgarije staat op 60,0 en Roemenië op 58,9. Het algemene prijsniveau ligt daar ongeveer de helft onder het Nederlandse niveau. Binnen de Europese Unie behoren deze landen tot de goedkoopste bestemmingen. Buiten de EU komen Noord-Macedonië met 49,7, Turkije met 52,2 en Bosnië en Herzegovina met 55,7 nog lager uit.
Dat maakt deze landen financieel interessant, maar een lage prijsindex mag nooit het enige argument zijn om er te gaan wonen. Je zult er ook moeten kunnen omgaan met de taal, de bureaucratie, de gezondheidszorg, het verkeer en de plaatselijke cultuur. Goedkoop wonen in een land waar je je niet thuis voelt, blijft uiteindelijk een dure vergissing.
Een goedkoop land maakt je inkomen niet automatisch hoog
Bij deze cijfers ontbreekt een belangrijk onderdeel: het inkomen. Eurostat past de prijsniveaus niet aan de lonen of inkomens in de verschillende landen aan. Een land met lage prijzen heeft meestal ook lagere lokale salarissen. Voor inwoners kan het leven daar daarom helemaal niet zo goedkoop aanvoelen.
Het maakt dus veel uit waar je inkomen vandaan komt. Neem je een Nederlands pensioen, een Nederlands ondernemersinkomen of voldoende vermogen mee, dan kun je duidelijk profiteren van een lager prijsniveau. Ga je na je emigratie voor een lokaal salaris werken, dan kan het voordeel grotendeels verdwijnen.
Een Nederlandse gepensioneerde kan in Hongarije of Portugal meer bestedingsruimte hebben dan in Nederland. Een werknemer met een Hongaars of Portugees salaris ervaart dat heel anders. De prijs van een maaltijd zegt weinig zonder te weten hoeveel uur iemand ervoor moet werken.
Belastingen staan niet in dit ene cijfer
Ook belastingen vragen om een aparte beoordeling. Het overzicht geeft een indruk van het prijsniveau van goederen en diensten, maar vertelt je niet hoeveel inkomstenbelasting je straks betaalt, hoe pensioen wordt belast of welke premies en verzekeringen verplicht zijn.
Een land met lage prijzen kan fiscaal ongunstig zijn voor jouw specifieke inkomen. Andersom kan een duurder land regelingen hebben die voor jou juist gunstig uitpakken. Je zult daarom naast het prijsniveau ook moeten kijken naar het belastingverdrag met Nederland, de belasting op inkomen en vermogen, de zorgverzekering en eventuele lokale heffingen.
Hetzelfde geldt voor wonen. Een gemiddelde prijsindex zegt weinig over de beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen. In sommige goedkope landen is huren buiten de hoofdstad eenvoudig en betaalbaar, terwijl het aanbod in populaire steden schaars en duur is.
Maak altijd je eigen emigratiebegroting
Gebruik dit overzicht daarom als vertrekpunt voor je onderzoek. Neem vervolgens jouw eigen levensstijl als uitgangspunt. Bereken wat je verwacht uit te geven aan wonen, energie, boodschappen, vervoer, zorg, belastingen, verzekeringen en reizen naar Nederland.
Vergeet daarbij ook de kosten van de emigratie zelf niet. Denk aan verhuizing, tijdelijke huisvesting, documenten, vertalingen, registratie, inrichting en mogelijk de invoer van een auto. Juist in het eerste jaar liggen de uitgaven vaak hoger dan mensen vooraf verwachten.
Maak vervolgens een ruimere begroting dan strikt noodzakelijk lijkt. Prijzen kunnen stijgen, wisselkoersen kunnen veranderen en een huis kan onderhoud nodig hebben. Een financiële buffer geeft je de rust om aan je nieuwe leven te wennen zonder dat iedere onverwachte rekening direct een probleem vormt.
Dit zijn de cijfers over 2025
De gegevens in het overzicht hebben betrekking op 2025 en zijn in juni 2026 door Eurostat gepubliceerd. Volledige cijfers over 2026 zijn er nog niet. Eurostat publiceert de eerste uitgebreide prijsvergelijkingen doorgaans ongeveer zes maanden na afloop van het betreffende jaar. De cijfers over 2026 kunnen we daarom pas in 2027 verwachten.
Ik verwacht geen complete omkering van de ranglijst. De afstand tussen Nederland en landen als Bulgarije, Roemenië, IJsland en Zwitserland is daarvoor te groot. Er kunnen natuurlijk wel verschuivingen optreden. Inflatie, economische groei en wisselkoersen werken in ieder land anders door. Landen die dicht bij elkaar staan, kunnen daardoor gemakkelijk van positie wisselen.
Eerst de droom, daarna de rekensom
De belangrijkste vraag blijft waar jij je toekomstige leven voor je ziet. Misschien is dat een huis aan een Noors fjord, een boerderij in Frankrijk, een appartement in Boedapest of een woning in een Spaans dorp. Die droom geeft richting aan je emigratie.
Daarna komt de financiële werkelijkheid. Kun je die droom betalen, welk inkomen neem je mee en hoeveel reserve heb je nodig? De prijsindex van Eurostat helpt om de eerste verschillen zichtbaar te maken. Je ziet ermee of je toekomstige woonland gemiddeld duurder of goedkoper is dan Nederland.
Laat je keuze er niet volledig door bepalen. Zie het als een extra instrument om je plannen realistischer te maken. Een geslaagde emigratie begint tenslotte bij een land waar je graag wilt wonen én bij een financieel plan waarmee je daar ook prettig kunt blijven wonen.
Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!
Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl
Bekijk alle handboeken van Eric Jan van Dorp & Karin Wouters: