In mijn werk als adviseur spreek ik veel mensen die voelen dat het in Nederland niet meer klopt. Ze zijn onrustig, vermoeid of simpelweg uitgekeken. Vaak hoor ik dat het ergens anders beter zal zijn. Rustiger. Vrijer. Lichter. Die gedachte begrijp ik goed, maar ik plaats er altijd meteen een kanttekening bij.
Een andere plek lost niet per sé iets op
Een ander land verandert je omgeving. Het verandert niet automatisch je leven. Dat zie ik steeds opnieuw terug bij mensen die vertrekken met het idee dat alles anders zal worden zodra ze de grens over zijn.
Wat er wél verandert, is de setting waarin je leeft. Je hoort ineens een andere taal op straat en merkt hoe afhankelijk je daarvan bent bij simpele dingen als een afspraak maken of een probleem uitleggen. Het tempo kan lager liggen, waardoor je eindelijk rust ervaart, maar net zo goed hoger, waardoor je je opgejaagd voelt. De dagen voelen nieuw, soms zelfs als een vakantie, maar dat gevoel slijt zodra het dagelijks leven begint.
Tegelijkertijd neem je jezelf volledig mee. Je karakter verdwijnt niet bij de grens. Wie moeite heeft met structuur, loopt daar ook in Portugal tegenaan. Wie conflicten uit de weg gaat, doet dat net zo goed in Frankrijk. En wie verwachtingen heeft die nooit worden uitgesproken, raakt ook in Spanje teleurgesteld.
Ik zie mensen die denken dat ze socialer worden in een zonniger land, maar vervolgens vooral thuis blijven omdat ze de taal niet spreken. Ik zie mensen die vrijheid zoeken, maar zichzelf verliezen in onzekerheid zodra vaste kaders wegvallen. En ik zie mensen die pas in het buitenland ontdekken hoe belangrijk hun eigen houding is in hoe ze het leven ervaren.
De omgeving verandert, maar jij blijft degene die elke dag keuzes maakt. Dat besef is misschien confronterend, maar het is ook bevrijdend. Want het betekent dat geluk niet afhankelijk is van het land dat je kiest, maar van hoe jij je leven daar vormgeeft.
Wat je meeneemt, bepaalt wat je vindt
Er is een boeddhistisch verhaal dat ik vaak in mijn achterhoofd heb wanneer ik met mensen over emigreren praat.
De priester en het dorp In een klein dorp aan de voet van een berg woonde een oude boeddhistische priester. Op een dag kwam een reiziger naar hem toe en zei: “Meester, ik overweeg hier te komen wonen. Hoe zijn de mensen in dit dorp?” De priester glimlachte en vroeg: “Vertel me, hoe waren de mensen in de plaats waar je vandaan komt?” De reiziger zuchtte. “Ze waren egoïstisch, onvriendelijk en altijd in conflict.” De priester knikte langzaam. “Dan zul je merken dat de mensen hier precies zo zijn.”
Enkele dagen later kwam een andere reiziger met dezelfde vraag. “Meester, hoe zijn de mensen hier?” De priester stelde opnieuw dezelfde tegenvraag. “Hoe waren de mensen waar jij vandaan komt?” De tweede reiziger glimlachte. “Ze waren warm, behulpzaam en eerlijk.” De priester antwoordde: “Dan zul je merken dat de mensen hier precies zo zijn.”
Toen een leerling vroeg waarom hij twee verschillende antwoorden gaf, zei de priester: “Waar je ook gaat, je neemt je hart en je blik mee. De wereld weerspiegelt wat je zelf inbrengt.”
Dit zie ik steeds opnieuw
Dat verhaal raakt precies wat ik in de praktijk zie. Niet het land bepaalt hoe je emigratie voelt, maar wat je meeneemt. Wie vooral teleurstelling en frustratie met zich meedraagt, komt die vaak opnieuw tegen. Wie ruimte maakt voor nieuwsgierigheid en zelfreflectie, ervaart een andere werkelijkheid.
Daarom benadruk ik steeds dat emigreren geen vlucht mag zijn. Wat je niet aankijkt, reist moeiteloos met je mee. Een verhuizing verplaatst je lichaam, maar laat je vragen intact. Sterker nog, juist doordat je in een nieuw land opnieuw moet beginnen, komen die vragen vaak nadrukkelijker op tafel te liggen.
Vaste structuren vallen weg. Werk, sociale contacten en dagelijkse routines moeten opnieuw worden opgebouwd. Dat geeft ruimte, maar het legt ook bloot waar je normaal gesproken op leunt. Wie zijn identiteit sterk ontleent aan werk, voelt zich ineens leeg zonder die rol. Wie houvast haalt uit een druk sociaal leven, kan zich onverwacht eenzaam voelen. En wie altijd doorgaat, wordt in een rustiger land soms juist onrustiger.
Die confrontatie is niet negatief. Ze is eerlijk. Emigreren haalt de ruis weg en vergroot wat er al was. Voor sommigen werkt dat verhelderend en bevrijdend. Voor anderen is het wennen aan het idee dat verandering van buitenaf niet automatisch innerlijke rust brengt. Juist daar begint het echte werk.
De vraag achter de vraag
Voor mij is de belangrijkste vraag niet waar je wilt wonen, maar waarom je weg wilt. Beweeg je ergens naartoe, of probeer je iets achter je te laten. Dat onderscheid bepaalt in grote mate of emigreren een verrijking wordt of een teleurstelling.
Geluk zit niet in zonuren, lagere kosten of een mooier uitzicht. Het zit in keuzes die je maakt en in de verantwoordelijkheid die je neemt voor je eigen leven. Ook in Spanje, Frankrijk of Portugal bestaat twijfel, eenzaamheid en onzekerheid.
Emigreren als bewuste stap
Wie dat onder ogen ziet, kan emigreren gebruiken als een bewuste stap. Niet als oplossing, maar als mogelijkheid. Als een andere context waarin je opnieuw kunt bouwen. Aan werk dat beter bij je past, aan een ritme dat klopt en aan een leven dat meer in lijn ligt met wat voor jou werkelijk telt.
In mijn boek Succesvol emigreren ga ik hier dieper op in, omdat deze mentale kant zo vaak wordt onderschat. Een goede emigratie begint niet met een land, maar met zelfinzicht.
Dat is misschien niet het meest romantische uitgangspunt. Het is wel een eerlijk uitgangspunt. En eerlijkheid is, zo heb ik gemerkt, de beste basis voor een succesvolle emigratie.