Door C.L. Wouters

In Swissness volg je Charlotte Franzen, een Nederlandse die voor werk in de kunstwereld naar Zwitserland verhuist. Ze komt terecht in Bern, pendelt meerdere keren per week naar Winterthur en probeert zich een jaar lang een plek te geven in een land dat tegelijk warm en afstandelijk kan aanvoelen. Het boek leest als een reeks korte, scherpe scènes waarin ze zichzelf steeds opnieuw tegenkomt. Soms letterlijk, bij een loket met stempels en formulieren. Vaker figuurlijk, in een web van gewoontes, regels en stilzwijgende afspraken.

De verhaallijn start al vóór de aankomst. Charlotte wil alles netjes en volgens de regels doen. Ze belt instanties, verzamelt papieren, maakt lijsten van haar inboedel en rijdt met klamme handjes richting de grens. Het wordt meteen een eerste les in Zwitserse orde. Ze kiest de verkeerde grensovergang, is dus “illegaal” binnengekomen, en moet terug om het alsnog precies goed te doen. Wanneer ze uiteindelijk de stempel krijgt, voelt dat als een overwinning. Later hoort ze hoe iemand anders zonder gedoe de grens overstak en dan is haar trots ook een beetje haar gelijk. Als je hier wilt wonen, ga je je gedragen als iemand die zich aan de regels houdt, is haar impliciete besluit.

Wonen en werken als administratieve hindernisbaan

Daarna volgt de volgende hobbel: een verblijfsvergunning regelen in een land dat niet in de EU zit. Ze beschrijft de cirkel waar veel nieuwkomers in belanden. Voor een vergunning heb je een baan nodig, voor een contract een woning, voor een woning een verzekering, en voor een verzekering weer papieren die je pas krijgt als je er officieel woont. Ze heeft wel werk gevonden, maar een appartement in Bern vinden blijkt bijna een sollicitatie op zichzelf. Veel bezichtigingen, brieven, formulieren, en afwijzingen. Als het uiteindelijk lukt, is de opluchting groot, maar de toon is gezet: Zwitserland laat je binnen, alleen niet op jouw tempo.

De dagelijkse cultuurshock zit in kleine dingen

Een belangrijk deel van de sfeer komt uit het contrast tussen haar Nederlandse reflexen en de Zwitserse vanzelfsprekendheden. Dat zit in kleine dingen. De eerste sneeuw bijvoorbeeld. Charlotte verwacht een Nederlandse sneeuwpaniek, maar in Bern rijdt alles door. Treinen op tijd, bussen op tijd, mensen schouders omhoog. Zij staat daar met proviand en snowboots alsof er een ramp aankomt, terwijl de rest gewoon naar kantoor gaat.

Hetzelfde gebeurt met eten en seizoenen. In de Zwitserse blik is aardbeien in februari niet “handig”, maar sociaal onhandig. Regionaal en seizoensgebonden eten is niet alleen smaak of milieu, het is ook cultuur en imago. Zij leert dat je daar vanzelf in schuift, ook omdat het eten echt beter smaakt als je wacht tot het moment klopt.

Orde, controle en de rust die dat geeft

Door het boek heen bouwt ze een beeld op van een land dat veiligheid bijna tot kunst verheft. Ze krijgt als nieuwe inwoner een voucher voor jodiumtabletten vanwege kerncentrales in de regio, en dat voelt tegelijk zorgzaam en confronterend. Ze ziet schuilkelders, noodvoorraad-adviezen en een bevolking die zich graag verzekert tegen alles wat mis kan gaan. Ze merkt dat die organisatie en voorspelbaarheid haar rust geven.

Tegelijk laat ze zien dat orde ook wrijving geeft. Afval scheiden is geen praktisch klusje maar een systeem met tijden, regels en sociale controle. In de trein bestaan weer andere regels: vragen of een plek vrij is, stil zijn, je tas niet op de stoel, beleefdheid als standaardinstelling. Ze beschrijft het niet als moralistisch, maar als een constante onderstroom: je doet hier mee, want zo hoort het.

Taal, afstand en hoe dichtbij komen tijd kost

De cultuurshock zit niet alleen in gewoontes, maar ook in taal. Charlotte komt aan met het idee dat Duits wel zal volstaan, en ontdekt Schwyzerdütsch als dagelijks dialect waar ze niets van begrijpt. Ze ervaart hoe het je meteen op achterstand zet als je de informele taal mist. Later blijkt het nog lastiger, omdat “Zwitserduits” niet één ding is. Dialecten verschillen per kanton en zelfs per dal. Ze leert woorden, struikelt, wordt uitgelachen en gaat toch door.

Daarnaast merkt ze dat Zwitsers vriendelijk zijn, maar lastig dichtbij komen. Werk en privé blijven gescheiden, buren praten weinig, vriendschap vraagt tijd. Toch eindigt dat spoor niet cynisch. Bij haar afscheid blijkt dat er wel degelijk emotie en waardering is, alleen vaak pas wanneer de relatie “rijp” is.

Wat dit boek achterlaat

In de laatste hoofdstukken schuift het boek van observatie naar conclusie. Charlotte kijkt terug met liefde en een tikje weemoed. Ze heeft veel geleerd over structuur, rust en hoe een samenleving kan functioneren met sterke ongeschreven regels. Maar ze voelt ook dat Zwitserland niet haar eindbestemming is. Onder meer omdat ze zich niet helemaal thuis voelt bij bepaalde maatschappelijke reflexen, al erkent ze dat er verandering is, alleen stap voor stap.

Als je het boek dichtklapt, blijft vooral verwondering hangen. Het is geen afrekening en ook geen reclamefolder. Het is het verhaal van iemand die zichzelf serieus neemt, maar niet te serieus, en die via alledaagse details laat zien hoe een land werkt. De stille conclusie is simpel: je kunt je voorbereiden tot je een ons weegt, maar leven in een andere cultuur leer je pas door er middenin te staan, fouten te maken en te merken waar je vanzelf mee gaat doen. En dan opeens, als je weer thuis bent, mis je dingen waarvan je dacht dat je ze irritant vond.

Nieuwsbrief

Blijf altijd op de hoogte van onze nieuwste uitgaves

© 2026 Grenzenloos - Design & realisatie door Webheads