Er zijn mensen die emigreren omdat ze verliefd zijn geworden op een land. Op de ruimte in Zweden, het dorpsleven in Frankrijk, de zon in Spanje, de rust in Hongarije of de overzichtelijkheid van Denemarken. Dat vind ik nog altijd de beste reden om te vertrekken. Emigreren moet in de eerste plaats een positieve keuze zijn. Je gaat ergens naartoe omdat je daar een beter passend leven ziet.
Maar ik zou mijn ogen sluiten als ik zou doen alsof mensen alleen maar uit verlangen vertrekken. Soms ontstaat het verlangen om te emigreren ook door teleurstelling. Door het gevoel dat Nederland te vol, te duur, te druk en bestuurlijk machteloos is geworden. Een van de onderwerpen die daarin steeds vaker meespeelt, is migratie.
Niet migratie als abstract begrip, maar migratie zoals mensen die in hun eigen straat, gemeente of woningzoektocht ervaren. Nieuwe opvanglocaties. Protesten bij gemeentehuizen. Wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Statushouders die een woning moeten krijgen in een toch al vastgelopen woningmarkt. Nareizigers. En een overheid die al jaren zegt dat het anders moet, maar in de praktijk nauwelijks grip lijkt te krijgen.
Daar komt de frustratie vandaan. Niet uit één incident of door één opvanglocatie, maar uit het gevoel dat er week na week druk bijkomt op een systeem dat al lang vastloopt.
De frustratie zit dieper dan één opvanglocatie
De recente protesten tegen asielopvang gaan meestal niet alleen over dat ene gebouw of die ene groep mensen. Natuurlijk speelt de directe omgeving een rol. Mensen maken zich zorgen over veiligheid, over druk op voorzieningen en over de manier waarop een gemeente communiceert. Maar daaronder zit iets breders: het gevoel dat de Nederlandse bevolking telkens opnieuw moet inschikken, terwijl de overheid geen geloofwaardige oplossing biedt.
Dat zag je de laatste maanden op verschillende plekken. In Loosdrecht liep een protest tegen een noodopvang uit de hand. Er werd vuurwerk gegooid, er ontstond brand bij de opvanglocatie en de brandweer werd gehinderd. Ook in andere gemeenten ontstonden felle protesten tegen opvanglocaties. Geweld, intimidatie en brandstichting zijn nooit te verdedigen, maar het is evenmin verstandig om iedereen die zich zorgen maakt weg te zetten als iemand met verkeerde bedoelingen. Frustratie en wanhoop komen tenslotte ergens uit voort.
Veel Nederlanders ervaren de migratieproblematiek niet als een moreel debat in een talkshow, maar als iets wat direct raakt aan wonen, veiligheid, leefbaarheid en vertrouwen in de overheid en juist dat vertrouwen staat steeds meer onder druk.
Wanneer een gemeente pas enkele dagen van tevoren aankondigt dat er een asielzoekerscentrum of noodopvang in de buurt wordt geopend, is het niet vreemd dat mensen zich overvallen voelen. Dan ontstaat al snel het gevoel dat de overheid achter de rug van de burger om besluiten neemt. Eerst wordt er vergaderd, gerekend en besloten, en daarna mag de bevolking nog iets vinden. Maar op dat moment lijkt de uitkomst voor veel mensen al vast te staan.
Inspraak voelt dan niet meer als inspraak, maar als een formulier dat nog even moet worden ingevuld omdat het bestuurlijk zo hoort. Dat tast het vertrouwen aan. Niet iedere burger die zich verzet tegen een opvanglocatie is tegen hulp aan vluchtelingen. Maar mensen willen wel serieus genomen worden wanneer hun leefomgeving verandert.
Afnemend vertrouwen in de overheid is meer dan politieke teleurstelling. Het is alsof de basis voor rustig en veilig wonen langzaam onder je voeten vandaan glijdt. Als burgers denken dat de overheid niet meer namens hen handelt, maar vooral over hen heen beslist, wordt elke nieuwe opvanglocatie vanzelf een brandpunt van veel grotere frustratie.
Elke week nieuwe druk op een vastgelopen systeem
Nederland kreeg in 2025 24.070 eerste asielaanvragen. Daarnaast kwamen er 16.500 nareizende familieleden naar Nederland. In het eerste kwartaal van 2026 vroegen bijna 6000 mensen voor het eerst asiel aan en kwamen er 4560 nareizigers bij. Tel je eerste aanvragen en nareizigers in dat kwartaal bij elkaar op, dan gaat het om ruim 10.000 mensen in drie maanden. Dat is gemiddeld ruim 800 per week. Veruit de meesten, maar niet iedereen krijgt uiteindelijk een verblijfsvergunning, maar het is wel een voortdurende instroom in een systeem dat al jaren onder druk staat. (bron: IND, jaarcijfers 2025; CBS, 2026)
Daarbij speelt nog iets anders. Veel asielzoekers krijgen uiteindelijk een verblijfsstatus. Daarna stopt het verhaal niet. Dan begint juist de volgende fase: huisvesting, gezinshereniging, inburgering, onderwijs, zorg en werk. In 2025 kwamen er 16.500 nareizigers naar Nederland, het hoogste aantal sinds het begin van deze meting in 2013. Volgens de IND werd in 2025 87 procent van de mvv-aanvragen voor nareis ingewilligd. Daardoor ervaren veel burgers asiel niet als één persoon die bescherming vraagt, maar als het begin van een langere keten van verblijf, gezinshereniging en druk op voorzieningen. (bron: CBS, 2026; IND, 2025)
Het is barmhartig om mensen die écht hulp nodig hebben te helpen, maar een land mag ook eerlijk kijken naar zijn eigen draagkracht. En Nederland is geen dunbevolkt land met eindeloze ruimte. Nederland is vol, duur en ingewikkeld georganiseerd. Wie doet alsof dat niet uitmaakt, begrijpt niet waarom de frustratie zo groot is.
De woningmarkt maakt alles explosiever
Het gevoeligste punt is wonen. Nederland heeft een enorme woningnood. Starters blijven langer thuis wonen, alleenstaanden vinden nauwelijks iets betaalbaars en gezinnen met een middeninkomen vallen vaak tussen wal en schip. Sociale huur is voor veel mensen op papier bereikbaar, maar in de praktijk bijna onbereikbaar geworden.
In veel gemeenten moet je jaren wachten op een sociale huurwoning. Vaak gaat het om 7 tot 10 jaar. In populaire regio’s is het nog erger. Dat zijn jaren waarin jonge mensen geen gezin kunnen stichten, gescheiden ouders geen eigen plek vinden en werkende Nederlanders vast blijven zitten in kamers, tijdelijke huur of te dure particuliere woningen.
In dat licht ligt de huisvesting van statushouders uiterst gevoelig. Formeel hebben statushouders sinds 2017 niet meer automatisch voorrang op een sociale huurwoning. Maar gemeenten hebben wel de wettelijke taak om statushouders woonruimte te bieden. In de praktijk betekent dit dat zij een plek moeten krijgen in een woningmarkt waar bijna niemand een plek kan vinden. Statushouders concurreren op de woningmarkt namelijk vooral met andere starters, niet met doorstromers die zelf weer een woning achterlaten.
Dan kun je als overheid uitleggen dat dit juridisch, moreel of bestuurlijk noodzakelijk is. Maar de jonge Nederlander die al jaren op een woning wacht, hoort vooral dit: nog langer wachten.
Ook integratie speelt mee
Een tweede gevoelig punt is werk en uitkering. Het is niet eerlijk om te doen alsof statushouders nooit aan het werk gaan. Er zijn genoeg mensen die hier een nieuw bestaan opbouwen, de taal leren, werken, belasting betalen en een bijdrage leveren. Maar het is ook niet eerlijk om te doen alsof integratie vanzelf goedkomt.
Het CBS meldde in 2025 dat statushouders vaker werk als belangrijkste inkomstenbron hebben naarmate zij langer in Nederland zijn. Toch had van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, negen jaar later slechts 47 procent werk als belangrijkste inkomstenbron. Met andere woorden: zelfs na bijna tien jaar was werk nog niet voor een meerderheid de belangrijkste bron van inkomen. (bron: CBS, 2025)
Voor veel Nederlanders schuurt dat. Niet omdat zij vluchtelingen niets gunnen, maar omdat zij zelf steeds vaker het gevoel hebben dat er voor hen steeds minder overblijft.
Dat gevoel wordt versterkt doordat de Nederlandse bevolking inmiddels alleen nog groeit door migratie. In 2025 groeide Nederland met 87.000 inwoners (een stad zo groot als Heerlen), terwijl er meer mensen overleden dan er werden geboren. Ook in het eerste kwartaal van 2026 kwam de bevolkingsgroei volledig door migratie. Nederland is bovendien het op een na dichtstbevolkte land van Europa (Malta is 1). (bron: CBS, 2026; Eurostat, 2025)
Dan is het niet vreemd dat veel Nederlanders denken: hoeveel kan er nog bij?
Waarom sommige Nederlanders naar andere landen kijken
Wie dit alles bij elkaar optelt, begrijpt waarom sommige Nederlanders naar andere landen kijken. Niet alleen naar Spanje of Portugal vanwege het klimaat, maar ook naar landen waar migratie strenger wordt geregeld of waar de instroom van asielzoekers veel lager is.
Denemarken is daarbij een veelgenoemd voorbeeld. Het land voert al jaren een streng asielbeleid en registreerde in 2025 1835 eerste asielaanvragen (In Nederland dus 24.070). Dat is van een heel andere orde dan Nederland, Duitsland of Frankrijk. Denemarken laat zien dat een West-Europees land ook een veel strenger beleid kan voeren.
Ook in Centraal-Europa is het beeld anders. Hongarije had in 2025 slechts 105 eerste asielaanvragen, Tsjechië 930, Slowakije 130 en Polen 11.155. Polen zit dus hoger dan de andere Midden-Europese landen, maar nog altijd veel lager dan grote West-Europese landen. In landen als Hongarije, Tsjechië en Slowakije is asielmigratie in het dagelijks leven nauwelijks een onderwerp.
Dat betekent niet dat deze landen paradijzen zijn. Denemarken is duur en sociaal gesloten. Hongarije heeft een andere politieke cultuur en lagere lonen. Polen is economisch interessant, maar niet voor iedereen makkelijk toegankelijk. Tsjechië en Slowakije hebben hun eigen taal- en arbeidsmarktbarrières. Maar voor mensen die rust, ruimte, overzichtelijkheid en minder migratiedruk zoeken, kunnen dit wel landen zijn die serieuzer op de lijst komen.
Vergeet niet: als emigrant word je zelf immigrant
Er zit natuurlijk ook een aardige ironie in dit verhaal. Wie uit Nederland vertrekt omdat hij genoeg heeft van immigratie, wordt na aankomst in zijn nieuwe land zelf immigrant. Je bent dan niet meer de Nederlander die vanaf de zijlijn naar het debat kijkt, maar de buitenlander die zich ergens wil inschrijven, een huis wil huren of kopen, een arts zoekt en misschien gebruikmaakt van zorg, onderwijs of andere voorzieningen.
Dat mag best even gezegd worden. Wie naar Hongarije, Zweden, Frankrijk, Spanje of Denemarken verhuist, komt daar niet binnen als een soort geschenk aan de lokale bevolking. Je bent gewoon een nieuwkomer.
Daarom moet je zorgvuldig blijven praten over migratie. Je mag streng zijn, voor jezelf grenzen stellen en hardop zeggen dat de instroom te hoog is en dat de woningmarkt dit niet aankan. Maar achter ieder dossier zit nog steeds een mens. Dat geldt voor de asielzoeker in Nederland, maar straks misschien ook voor jou als Nederlander in een ander land.
Niet vertrekken uit boosheid, wel uit realisme
Toch blijft één waarschuwing (die je vaker van mij hoort) belangrijk. Emigreer niet alleen omdat je boos bent op Nederland. Boosheid kan een beginpunt zijn om na te denken, maar het is geen goed fundament voor een nieuw leven. Wie alleen vertrekt uit frustratie, neemt die frustratie vaak mee. Dan wordt elk probleem in het nieuwe land opnieuw een bewijs dat de wereld niet deugt.
Maar je mag wel erkennen dat migratie-onrust een echte pushfactor is geworden. Voor sommige Nederlanders is het niet langer alleen een politiek onderwerp. Het raakt aan hun woonkansen, hun veiligheidsgevoel, hun vertrouwen in de overheid en hun idee van de toekomst van hun kinderen. Als daar jaar na jaar geen zichtbaar perspectief tegenover staat, zullen meer mensen zich afvragen of hun toekomst nog wel in Nederland ligt.
Ik vind niet dat je moet emigreren omdat je je buik vol hebt van het Nederlandse migratiebeleid, maar ik begrijp wel dat het voor sommige mensen het laatste zetje kan zijn. Zeker als zij toch al verlangden naar meer ruimte, meer rust, minder drukte en een samenleving waarin zij zich prettiger voelen.
De verstandigste houding is daarom niet: weg uit Nederland omdat je boos bent. De verstandigste houding is: eerlijk onderzoeken of er een land is waar jouw leven beter past. Een land met meer ruimte, meer rust, lagere bevolkingsdruk, een ander migratiebeleid en een samenleving waarin je je thuis kunt voelen.
Emigreren moet uiteindelijk nog steeds een positieve keuze zijn. Maar het is niet vreemd dat steeds meer Nederlanders die positieve keuze gaan zoeken buiten een land dat zij als vol, vastgelopen en bestuurlijk uitgepraat ervaren. En wie dan eenmaal vertrokken is, mag zichzelf af en toe best herinneren aan die kleine les in nederigheid: ook jij bent dan immigrant geworden.
Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!
Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl