Door Eric Jan van Dorp, emigratiespecialist

Als emigratiespecialist stel ik mezelf die vraag regelmatig. Het antwoord ligt in een patroon dat al tientallen jaren stabiel is: de meeste mensen die over emigreren nadenken, komen nooit verder dan nadenken.

Twee procent in 2005, drie procent nu

Het oudste serieuze onderzoek naar emigratie-intenties van Nederlanders stamt uit 2005. Demografen Ter Bekke, Van Dalen en Henkens, verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), ondervroegen een representatieve groep Nederlanders en kwamen tot een opvallende conclusie: 2 procent van de Nederlanders gaf aan te willen emigreren. Maar slechts een tiende van die groep (0,2 procent van de totale bevolking ) had ook daadwerkelijk concrete plannen.

Twintig jaar later zijn die verhoudingen licht verschoven. Op basis van de werkelijke emigratiecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kom ik tot de conclusie dat het percentage inmiddels dichter bij 3 procent ligt. De redenering legt zichzelf uit.

Hoe de rekening klopt

Nederland telt ruim 17,9 miljoen inwoners, maar voor een berekening van emigratie-intenties is de relevante groep kleiner. Circa 18 procent van de Nederlandse bevolking heeft een migratieachtergrond, waarvan een groot deel bij emigratie terugkeert naar het land van herkomst van de ouders — dat is een andere beweging dan de emigratie die ik hier bedoel. De relevante basis bestaat uit de Nederlanders zonder migratieachtergrond: ruwweg 14,7 miljoen mensen.

Drie procent van 14,7 miljoen is 441.000 mensen die serieus over vertrek nadenken. Als vervolgens een op de tien van hen ook concrete stappen zet (0,3 procent van de totale groep) kom ik op ruim 44.000 mensen. Het CBS telde in 2024 precies 43.173 in Nederland geboren personen die daadwerkelijk vertrokken, van wie 29.520 binnen Europa bleven. De cijfers sluiten bijna naadloos op elkaar aan.

Dat is geen toeval. Het bevestigt dat de basisverhouding van het NIDI-onderzoek uit 2005 nog steeds geldig is: de groep met vage emigratiegedachten is ruwweg tien keer zo groot als de groep die er ook echt iets mee doet.

Tevreden met het leven, ontevreden over het land

Die verhouding van tien staat in het teken van een typisch Nederlands fenomeen dat het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) al jaren documenteert. In het meest recente Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB, 2024) blijkt dat Nederlanders hun eigen leven gemiddeld een 7,7 geven, maar de samenleving slechts een 6,2 en de politiek een schamele 4,9. Van alle Nederlanders is 67 procent optimistisch over de richting van het eigen leven, tegenover slechts 12 procent die optimistisch is over de richting van het land.

“Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.”

Dit patroon is niet nieuw. Het SCP signaleerde het al in 2008 en het geldt sindsdien onverminderd. De gevleugelde woorden van voormalig SCP-directeur Paul Schnabel vatten het samen: “Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.”

Internationaal gezien doet Nederland het overigens uitstekend. In het World Happiness Report 2025, opgesteld door de Universiteit van Oxford in samenwerking met Gallup en de VN, staat Nederland op de vijfde positie wereldwijd met een score van 7,306 op een schaal van tien. Finland, Denemarken en IJsland gaan ons voor.

Maar dat hoge geluksrapportcijfer neemt de ontevredenheid over de eigen samenleving niet weg. Integendeel: het CBS meet al twintig jaar dat het aandeel Nederlanders dat tevreden is met het leven schommelt tussen 84 en 86 procent, terwijl de ontevredenheid over de politiek en het overheidsbeleid juist toeneemt. Die combinatie, persoonlijk welbevinden in orde, maatschappelijk perspectief minder, is precies de voedingsbodem voor emigratie-intenties.

Zorgen over immigratie, politiek, inkomen en samenleving

Recente SCP-onderzoeken geven bovendien een concreter beeld van wat Nederlanders dwars zit. Volgens het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB 2024, bericht 2) zijn immigratie, de politiek en inkomen de meest genoemde maatschappelijke problemen. Daarna volgen het tekort aan betaalbare woningen en zorgen over de manier van samenleven. Dat zijn geen abstracte kwesties, maar problemen die mensen in hun dagelijks leven raken.

Bovendien groeit het gevoel van onmacht. In COB 2025 (bericht 3) constateert het SCP dat steeds meer Nederlanders het gevoel hebben geen grip te hebben op de ontwikkelingen in de samenleving. Dat gevoel leidt tot ongemak en onvrede, en soms tot ressentiment. Interessant is daarbij de paradox die het SCP in 2025 (bericht 2) beschrijft: de manier van samenleven is tegelijkertijd het meest genoemde maatschappelijke probleem én een van de meest genoemde sterke punten van Nederland. Nederlanders zijn dus niet eensgezind somber, maar ze maken zich wel zorgen over de richting.

Daar komt bij dat de ongelijkheid in Nederland zichtbaar toeneemt. In het rapport Sociale en Culturele Ontwikkelingen 2025 laat het SCP zien dat mensen met een lager inkomen, minder opleiding of slechtere gezondheid vaker te maken hebben met een opeenstapeling van problemen en minder vertrouwen hebben in zowel medeburgers als de overheid. Voor deze groep is de afstand tot de samenleving het grootst. Dat zijn overigens niet per se de mensen die emigreren, want emigratie vraagt juist om middelen en doorzettingsvermogen. Maar hun ontevredenheid kleurt wel het algemene maatschappelijke klimaat waaruit emigratie-intenties groeien.

Wie denkt erover na?

Onderzoek uit 2005 laat zien dat de typische Nederlander met emigratieplannen destijds hoogopgeleid was, een goed inkomen had en vaak vertrok met partner en kinderen. Dat profiel is inmiddels breder geworden.

Het CBS laat zien dat in 2023 maar liefst 20,9 procent van de emigrerende Nederlanders (met een Nederlandse achtergrond) 50 jaar of ouder was, terwijl dat onder alle emigranten samen slechts 12,3 procent betrof. De groep 55-plussers die vertrekt groeit relatief het snelst. Pensioenmigratie is een begrip geworden.

Wat de motivaties betreft is ruimte en rust al decennialang de voornaamste drijfveer voor Nederlanders die emigreren. In onderzoek uit 2005 (Ter Bekke et al.) worden bevolkingsdichtheid, drukte en gebrek aan rust consequent als pushfactoren genoemd. Dat is in twintig jaar niet wezenlijk veranderd, al zijn de crisis op de woningmarkt, de belastingdruk en de massale immigratie er als motieven bijgekomen.

Een op de tien zet de stap

Dat negen op de tien mensen uiteindelijk toch afhaken en niet vertrekken zegt meer over emigratie dan het getal van de vertrekkers. Emigreren is en blijft geen stap die je zomaar maakt en voor het gros dus, na overweging, een te grote stap.

De 440.000 Nederlanders met serieuze emigratiegedachten vormen zoals ik hierboven liet zien ook geen tijdelijk verschijnsel. Het zijn mensen die zich oriënteren, landen vergelijken, fiscale consequenties doorrekenen. Soms jarenlang. Emigreren is geen impulsieve beslissing, maar het resultaat van een lang afwegingsproces. De drempels zijn reëel en in mijn handboeken vind je praktische aanwijzingen over hoe deze hobbels het soepelst te nemen. Maar voor ruim 43.000 mensen per jaar is de balans uiteindelijk doorgeslagen naar de andere kant. Twee derde van hen blijft binnen Europa, zo blijkt uit de CBS-cijfers over 2024.



Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.

☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!

Eric Jan van Dorp, emigratiespecialist

Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl

Veel meer informatie over emigreren vind je uiteraard in mijn handboeken ‘Succesvol emigreren naar…‘.

Nieuwsbrief

Blijf altijd op de hoogte van onze nieuwste uitgaves

© 2026 Grenzenloos - Design & realisatie door Webheads