Liesbeth Arts emigreerde 15 jaar geleden naar Frankrijk, samen met haar man Henk. “Een zoektocht, via een zelfgekozen pad, dat een dwaalspoor leek te zijn en nu al zo’n 15 jaar duurt.” Ze schreef daar eerder twee meeslepende boeken over. Nu kijkt ze terug.

Dit is het tweede deel van haar verhaal.
Het voorgaande deel vindt u hier.

Toen we 4,5 jaar de na de opening, de deuren van ons café in december 2011 definitief sloten dacht ik: zo, en nu ga ik weer gewoon in mijn eigen vak werken en geld verdienen.

Na al die jaren van hard werken en dienstbaar zijn had ik ontzettende zin in om weer fulltime als artiest aan de slag te gaan. Ook Henk ging zich, als contrabassist weer meer toeleggen op optredens buiten de deur. Gelukkig had hij dankzij ons café een enorm netwerk aan muzikanten opgebouwd. 
Ik nam weer contact op met mijn organisatienetwerk in Nederland, maar dat viel tegen. De tijd had ook daar niet stilgestaan en het was duidelijk: ik en mijn act lagen eruit. Een jongere garde had mijn plaats ingenomen.  Maar dat was niet het enige, ik merkte dat de hele entertainment business in Nederland veranderd was.  
Alles was superchic geworden, een en al glamour. Was Nederland nu zo veranderd of was ik inmiddels al zo  verfranst?

Ik zou me aan moeten passen aan deze snelle veeleisende wereld, een nieuwe act moeten verzinnen, een nieuwe aanpak met een ander imago dan die van inmiddels ‘suffe waarzegster in een soepjurk’, zoals Henk het zo fijntjes verwoordde.
Naast de vraag of ik hier nog wel zin in had, kwam natuurlijk ook het probleem geld. Om te investeren heb je geld nodig en dat had ik dus niet. 

Gelukkig had ik hier in de buurt kennis gemaakt met een Franse organisator van circusspektakel en die zag wel wat in mijn ‘act’ als zigeunerin. Ik sprak inmiddels voldoende Frans om kaart te lezen.  Toen ik hem aangaf dat ik heel druk bezig was met Frans studeren zei hij lachend: “Maar verlies je accent niet hoor!”  
Hij probeerde me werkelijk aan werk te helpen, maar het kwam langzaam op gang. Hier was dat waarzeggen op feestjes niet echt bekend, de mensen waren wat wantrouwend. Maar als ik wel werd ingehuurd dan waren ze allemaal razend enthousiast, dus ik had wel de hoop dat als ik eenmaal bekend zou zijn, veel zou kunnen werken. 
Ik had gewoon meerdere opdrachtgevers nodig!  Via internet schreef ik wel honderd Franse organisatiebureaus aan, soms kreeg ik een antwoord dat ze mijn act in een dossier zouden bewaren. Maar net als in Nederland destijds zou ik eigenlijk zo’n bureau moeten bezoeken om mezelf te presenteren. De Tarotkaarten meenemen en laten zien welke impact mijn act kon hebben. En dat kon dus niet omdat reizen door Frankrijk nu eenmaal geld kost. En zo eindigde elke poging die ik deed steeds weer op het grote struikelblok: geld.

Ik had structureel werk
en inkomen nodig ! 


Het was me wel duidelijk dat ik met die enkele Franse en soms nog Nederlandse optredens niet uit het  geldgebrek dal zou komen. 
Ik had structureel werk en inkomen nodig ! 
Het zou beter zijn als ik gewoon een baan had, maar wel een beetje op niveau. Het leek me heel leuk om iets in het toerisme te doen. Ik dacht dat ik met mijn enthousiasme,  klantgerichtheid én kennis van Engels, Nederlands en een klein beetje Duits wel kans zou maken.   
Maar dat viel tegen! Alle aardige mensen waar ik de voorgaande jaren een leuk contact mee had gehad gaven geen sjoege. Ze bleven vriendelijk maar het baantje kreeg ik niet. 
Ze vonden me wel  leuk, beetje gek en aardig, prima als uitbaatster van ons “Café des Arts” maar blijkbaar  niet geschikt voor de rol van collega! Er waren ook gewoon niet zoveel banen en wel veel jonge Franse sollicitanten met een diploma voor toerisme. En om eerlijk te zijn begreep ik ook wel dat mijn Frans goed genoeg was voor een café eigenaresse en artieste, maar niet representatief voor een medewerkster op kantoor. 
Een vrouw van de communauté commune zei letterlijk op een voorstel van mijn kant : “Daar heb je madame Arts weer met haar ideeën!”

Inmiddels waren we anderhalf jaar verder en was ik de wanhoop nabij en dat wreekte ik op mezelf: “Wie ben ik eigenlijk nog, wie zit er nu op mij te wachten, ik kan niets, ik zie er ook niet uit, ik ben oud, dik en oninteressant… !”
Ik was 51, m’n zwarte haar was verruild voor een grijze bos. Dat was het: ik was een grijze muis geworden, “een mislukking”! 

Al mijn vaste waarden en zekerheden waren omver geworpen: 
In Nederland was ik op het moment van vertrek de best betaalde waarzegster in de entertainmentbranche, ik wist me te verkopen, communicatie was mijn sterke kant. Hier in Frankrijk durfde ik haast geen geld meer te vragen, alles leek mij veel te duur. Ik was de feeling voor geld kwijt geraakt.  Dit werd ook bevestigd door de omgeving. Alle Franse mensen die wij kenden leefden van een habbekrats, sommigen hadden misschien wel meer te besteden maar iedereen vond alles te duur. 
Op communicatieniveau voelde ik me teruggeworpen op kleuterniveau. 
In Nederland was ik een persoonlijkheid met eigen vrienden, hier was ik onderdeel van een stel geworden. Natuurlijk wilde ik heel graag met Henk samen zijn, ook onze muzikantenvrienden en de mensen uit de omgeving  vond ik heel leuk en aardig  maar ik miste ontzettend echte vriendinnen om gezellig diepgaande gesprekken mee te voeren. 

Ik dacht er ook aan om met mijn kaarten te gaan coachen, maar het bleef bij het plannen maken. Het lukte me niet om het concreet te maken. 
Eigenlijk was dat wel logisch! Ik was bang geworden om te ondernemen en risico’s te nemen. Ik was in mijn leven altijd gewend geweest dat het “meezat” , dat mensen open stonden voor wie ik was, hier liepen al mijn pogingen uit op een flop. Ik was mijn bravoure en eigenwaarde kwijt. 
Ik was zelf vastgelopen, dan kom je niet ver als coach!

Aangezien ook al mijn sollicitaties en pogingen om hier in Frankrijk aan de bak te komen op niets uitliepen en er niet veel anders te doen viel, ben ik op aandringen van Henk begonnen met schrijven. 
Het boek over onze belevenissen, dat ik eigenlijk al een tijd wilde schrijven.
En warempel, ik knapte op! 
Het was heerlijk om over onze beginperiode te schrijven, ik werd er vrolijk van!  Ook in het schrijven zelf had ik enorm veel plezier, ik was eigenlijk verbaasd over mezelf , dat het zo gemakkelijk ging. 
Ik begon mijn oude bravoure weer terug te krijgen, zeker toen mijn schrijverij geaccepteerd werd door een Nederlandse uitgever. Ik kreeg het gevoel dat ik weer meetelde. 
Ik begon mijn blog en had dat eerste jaar al 30000 views en kreeg leuke reacties. Ik had weer hoop op de toekomst met een baan als schrijfster.

In de tussentijd deed Henk nog steeds optredens in de omgeving, had enkele leerlingen en was begonnen met muziek schrijven. 
Er kwam een soort innerlijk rijke en vredige periode, we leefden heel erg op onszelf, genietend van de prachtige natuur en ons huis, dat we toch nog steeds hadden, allebei volgden we ons hart en waren bezig met een creatief proces. Iets waar ik eigenlijk heel trots op was.   
In de zomer organiseerden we tuinconcerten waarbij iedereen iets te eten en drinken meenam. Voor de muzikanten gingen we na afloop met de pet rond. En waar dezelfde personen in de kroeg zuinigjes op één drankje hadden gezeten, kwamen ze hier aan met een overvloed aan zelfgemaakte taartjes, hapjes en voldoende drankjes, alles werd gedeeld. Het waren super gezellige middagen met goede muziek, de gasten waren hartelijk en genoten. De muzikanten kwamen graag met Henk spelen, ook voor hen was het een feestje. Dat waren de zorgeloze momenten van het leven als God in Frankrijk!  

Op zich konden we zo onszelf die eerste vier jaar na de sluiting nog wel bedruipen en zelfs gelukkig zijn, zolang we gewoon dit kleine sobere Franse leventje leidden. Door de sluiting van ons café bouwden we in ieder geval geen verdere schulden op, dat was alleen al een enorme opluchting!
Armoede op zich is heus niet erg zolang er nog perspectieven zijn! Je kunt best een tijd héél sober leven en gelukkig zijn omdat je weet dat het een keer goed komt.  

Hoewel we met heel kleine beetjes deze schulden aflosten, ging het toch financieel steeds moeizamer. Spullen zoals computers, auto, wasmachine, schoenen, kleding die we nog uit onze rijke’ Hollandse tijd hadden gingen kapot, de kachel begaf het en voor vervanging was natuurlijk geen geld. Alle centen moesten worden omgedraaid!  

Henk verkocht een aantal versterkers en twee basgitaren. Ik verkocht mijn viool. We hielpen iemand verhuizen en kregen in ruil een oud maar heerlijk bed, precies wat we nodig hadden. Maar spontane ritjes naar Nederland, zomaar voor een verjaardag zaten er niet in, cadeautjes geven ho maar, zelfs logerend bezoek ontvangen gaf stress… 

Onze lieve vrienden en familie bekeken de zaak vanuit hun Hollandse perspectief…

Gelukkig werden we erg geholpen door vrienden en familie, financieel  of met spullen, wat natuurlijk heel lief was, en zelfs onze redding! Maar dat heeft ook een keerzijde. Mensen gaan zich uit bezorgdheid ook met je bemoeien.  Onze lieve vrienden en familie bekeken de zaak vanuit hun Hollandse perspectief, zij hadden niet in de gaten dat we echt ons best deden maar dat we zo ver over onze grenzen waren gegaan dat we lamgeslagen waren door de financiële problemen…  
Onbegrip volgde, mijn ouders wilden dat we terugkwamen. Mijn vader zei  hartgrondig: “Wat zoeken jullie daar toch in die armoede, kom terug naar Nederland, hier kun je gewoon weer werken!”  en werd vervolgens boos omdat we dat niet deden. Onze kinderen werden boos omdat we niet meer naar Nederland op bezoek kwamen. Het hebben van géén geld was onvoorstelbaar voor onze ‘rijke’ familie in Nederland, zij zagen het als een keuze.
Iedereen wist wel een oplossing voor ons, maar wij zaten gewoon vast. Tussen wal en schip gevallen. Zelfs voor terugverhuizen heb je geld nodig. 
Het was ook maar de vraag of we in Nederland, met onze leeftijd (50 en 63),  wel zomaar gelijk aan de slag zouden kunnen gaan. En geen geld hebben in Nederland leek ons nog zwaarder dan hier in Frankrijk. Daarbij ging ook iedereen voorbij aan het feit dat we geëmigreerd waren en dat we ons bestaan hier wilden opbouwen. 

Inmiddels was het 2015, ik had twee boeken geschreven. Ze waren lovend ontvangen maar ook weer hetzelfde liedje: het leverde geen geld op. 
Ik verviel in een tweede dip periode, al mijn hoop had ik op het schrijven gezet. Het was zo’n teleurstelling! Zelfs de e-books werden haast niet verkocht. In 2014 slechts 3 stuks terwijl ik inmiddels meer dan 35000 views op mijn blog had. Ik begreep het niet en was ook boos. 
“Die boeken kosten maar 5 euros, dat zou toch niet zo’n drempel moeten zijn voor mensen die blijkbaar wel mijn verhaaltjes leuk vinden om te lezen?” klaagde ik gefrustreerd tegen Henk.  

En zo begon het weer van voren af aan, weg was mijn vertrouwen in de toekomst. Het allerergste van die periode voor mij was dat ik het gevoel had een tweederangs burger te zijn geworden. Als je geen geld hebt tel je niet meer mee…  Als je voor een groot deel  leeft van wat mensen je toestoppen verlies je je autonomie en uiteindelijk ook het respect van anderen.  Ik had het gevoel alsof voor al onze familie en Nederlandse vrienden ‘mislukt’ op mijn voorhoofd getatoeëerd stond. 
Ik zag en voelde het aan hun reacties; we waren afgeschreven. 
Ook voor ons was de limiet bereikt ik voelde me inderdaad niet geloofwaardig meer. We zaten op een zinkend schip, zoals mijn vader het ons misprijzend voor de voeten had gegooid.

In 2016 besloot ik dat het zo niet verder kon, alles wat we aan spullen hadden kunnen verkopen was verkocht, mijn nachtelijke paniekaanvallen werden heviger, zeker als er weer  een deurwaarder aan de deur was geweest. De bodem was bereikt,ik was het geploeter rondom geldproblemen zo ongelooflijk beu!  Ik moest het toegeven, alleen kwam ik er niet uit, alles wat ik probeerde om een stabiel inkomen te genereren liep op niets uit.

Ik kon het niet alleen, ik moest deze spiraal doorbreken en hulp gaan zoeken!  En die vond ik: er kwam een reddende engel op mijn pad…

© 2021 Grenzenloos - Design & realisatie door Webheads