Stel: om je pensioen straks aan te vullen spaar je iedere maand en je belegt het in aandelen die wat meer waard worden. Vanaf 2028 zegt de belastingdienst dan: “Die aandelen zijn in december meer waard dan in januari, dus je moet nu alvast belasting betalen over dat verschil.” Welkom bij de nieuwe box 3-wet die door de Tweede Kamer is aangenomen en nu bij de Eerste Kamer ligt.
Ik merk dat mensen die normaal nooit over emigreren praten, ineens zijn gaan rekenen. Niet omdat ze belasting op zich onrechtvaardig vinden, maar wel om deze nieuwe belastingmaatregel die in 2028 moet ingaan.
Eerst dit. Zo werkt box 3 nu
Op dit moment werkt box 3 nog niet met jouw echte rendement. Het systeem kijkt naar je vermogen op 1 januari en rekent met vaste percentages. Voor 2026 zijn die percentages voor de voorlopige aanslag onder meer 1,28 procent voor banktegoeden en 6,00 procent voor beleggingen en andere bezittingen. Daarna betaal je 36 procent belasting over het berekende voordeel. Er is ook een heffingsvrij vermogen, € 59.357 per persoon. Heb je een fiscale partner, dan is het samen € 118.714.
Wat betekent dat in de praktijk? Het betekent dat je boven de genoemde bedragen belasting moet betalen omdat de fiscus er vanuit gaat dat je je vermogen groeit, bijvoorbeeld door dividend op aandelen of rente op spaarrekeningen. Ook als je spaarrekening maar 1% rente geeft en je beleggingen nauwelijks renderen.
En dan nu het nieuwe plan. Dit is wat er echt verandert
De nieuwe wet heet Wet werkelijk rendement box 3. Het woord “werkelijk” klinkt alsof het eerlijker wordt. En in zekere zin is het dat ook, want fictie verdwijnt. Alleen komt er iets nieuws voor terug dat voor veel beleggers veel onrustiger voelt, en misschien nog wel meer fictie is dan voorheen.
De hoofdregel wordt namelijk vermogensaanwas. Dat betekent dat niet alleen rente en dividend meetellen, maar ook de waardeverandering van je beleggingen, dus koersstijgingen en koersdalingen. En dat gebeurt jaarlijks, ook als jij niet verkoopt.
Ik zeg het maar even zoals mensen het thuis zeggen: je kunt straks belasting verschuldigd zijn over winst die je niet in je hand hebt gehad.
Een concreet voorbeeld
Ik geef je een concreet voorbeeld, omdat je dan meteen ziet waar het verschil zit tussen het huidige box 3-systeem en het nieuwe plan voor 2028.
Het voorbeeld gaat om iemand die op € 200.000 in beleggingen heeft, geen spaargeld in box 3, geen schulden, en verder geen ander box 3-vermogen. Aan het einde van het jaar is die portefeuille € 250.000 waard. Dus op papier is er € 50.000 winst.
Ik begin met 2026, zoals het nu werkt. In 2026 kijkt de Belastingdienst naar je vermogen op 1 januari en rekent met een fictief rendement. Voor beleggingen is dat in 2026 6,00 procent. Daarover betaal je 36 procent belasting. Het gaat dus niet om jouw echte koerswinst, maar om een modelberekening.
Als de persoon in dit voorbeeld alleenstaand is, heeft hij in 2026 een heffingsvrij vermogen van € 59.357. Van zijn € 200.000 blijft dan € 140.643 over als belastbaar vermogen. Daar rekent de Belastingdienst 6,00 procent fictief rendement over. Dat is € 8438,58. Over dat bedrag betaal je 36 procent belasting. Dan kom je uit op ongeveer € 3038 box 3-belasting.
Als diezelfde man getrouwd is en een fiscale partner heeft, dan is het heffingsvrij vermogen samen € 118.714. Dan blijft van die € 200.000 nog € 81.286 over als belastbaar vermogen. Daarover is het fictieve rendement € 4877,16. En 36 procent belasting daarover is ongeveer € 1756.
Tot zover 2026. Nu laat ik je zien wat er in 2028 gebeurt als de nieuwe wet doorgaat.
In het voorstel voor 2028 verdwijnt het heffingsvrij vermogen zoals je dat nu kent. In plaats daarvan komt een heffingsvrij resultaat. De gedachte is dus niet meer: “een stuk van je vermogen is vrijgesteld”, maar: “de eerste euro’s rendement zijn vrijgesteld”. In de plannen gaat het om € 1800 per persoon.
In dit voorbeeld is het rendement heel concreet: de portefeuille gaat van € 200.000 naar € 250.000. Dat is € 50.000 waardestijging. En die waardestijging telt in het nieuwe systeem mee, ook als je niet verkoopt. Dat is precies waarom mensen dit “belasting op papieren winst” noemen.
Als de man alleenstaand is, trek je van die € 50.000 eerst het heffingsvrij resultaat van € 1800 af. Dan blijft € 48.200 over. Daarover betaal je 36 procent belasting. Dat is € 17.352 (ipv € 3038 in 2026)
Als de man getrouwd is en een fiscale partner heeft, dan is het heffingsvrij resultaat samen € 3600. Dan blijft van de € 50.000 nog € 46.400 over. Daarover betaal je 36 procent belasting. Dat is € 16.704 (in plaats van € 1756 in 2026).
Dat lijkt me toch een duidelijk verschil… En wat als je dit geld niet hebt liggen? Dan moet je dus een deel van je beleggingen gaan verkopen. Als de koers ondertussen flink gedaald is, dan verkoop je dus bezit met verlies om de belasting over ‘je papieren winst’ te moeten bekostigen…
Kan ik daarom maar beter aan sparen in plaats van beleggen?
Ik krijg deze vraag vaak, en ik snap hem helemaal. Want als jij denkt: “Laat ik het dan maar niet beleggen, maar gewoon op een spaarrekening zetten”, dan wil je vooral weten of je daarmee van die hele discussie over papieren winst af bent.
Ik geef je daarom hetzelfde voorbeeld, maar dan met spaargeld in plaats van beleggingen. Dus weer € 200.000, geen schulden, geen ander box 3-vermogen. Het enige wat ik verander, is de vorm: sparen in plaats van beleggen.
Wat er in 2026 gebeurt als jij € 200.000 op een spaarrekening hebt In 2026 werkt box 3 met vaste percentages per categorie. Spaargeld valt onder banktegoeden. Daarvoor hanteert de Belastingdienst in 2026 een fictief rendement van 1,28 procent en je betaalt 36 procent belasting over dat berekende rendement.
Als jij alleenstaand bent, heb je in 2026 een heffingsvrij vermogen van € 59.357. Dan blijft er van jouw € 200.000 nog € 140.643 over waar box 3 naar kijkt. Over dat bedrag rekent het systeem 1,28 procent rendement. Dat komt neer op ongeveer € 1800 “fictieve rente”. En daarover betaal je 36 procent belasting. Dat is grofweg € 648.
Als jij getrouwd bent en je hebt een fiscale partner, dan is het heffingsvrij vermogen samen € 118.714. Dan blijft er van die € 200.000 nog € 81.286 over. Daar rekent box 3 weer die 1,28 procent over. Dat is ongeveer € 1040 “fictieve rente”. En daarover betaal je 36 procent belasting. Dat is grofweg € 375.
Wat ik wil dat je hier ziet, is dit: ook als jij gewoon spaart, kan je in 2026 belasting betalen op basis van een model, los van de vraag hoeveel rente jij echt krijgt. Het gaat bij sparen veel minder hard dan bij beleggen, maar het blijft een systeem dat rekent met aannames.
En hoe zit dat dan in 2028, als de nieuwe wet doorgaat In het plan voor 2028 verdwijnt het heffingsvrij vermogen zoals je dat nu kent. In plaats daarvan komt er een heffingsvrij resultaat van € 1800 per persoon per jaar. Bij spaargeld betekent dat in de praktijk dat jouw rente het uitgangspunt wordt. En dat is een belangrijk verschil met beleggen, want bij sparen heb je geen koersstijging die alleen op papier bestaat. Je hebt gewoon rente. Die komt binnen. Punt.
Omdat niemand vandaag precies kan voorspellen welke spaarrente jij in 2028 krijgt, geef ik je één rekenvoorbeeld met 2 procent rente. Niet omdat dat “de” rente wordt, maar omdat het lekker rekent en je er gevoel bij krijgt.
Bij 2 procent rente ontvang je op € 200.000 ongeveer € 4000 rente per jaar. Ben jij alleenstaand, dan gaat eerst € 1800 daarvan eraf als heffingsvrij resultaat. Dan blijft er € 2200 over waar je 36 procent belasting over betaalt. Dat is € 792 (ipv € 648).
Ben jij getrouwd en heb je een fiscale partner, dan is jullie heffingsvrij resultaat samen € 3600. Dan blijft er van die € 4.000 rente nog € 400 over. Daar betaal je 36 procent belasting over. Dat is € 144 (ipv € 375).
En nu komt de conclusie die voor veel mensen rust geeft
Als jij dit geld niet belegt maar spaart, dan haal je de grootste bron van onzekerheid weg. Je hebt geen koerswinst die op papier kan verdampen. Je loopt dus veel minder risico dat je belasting moet betalen over iets wat later weer weg is. In 2028 kan het zelfs zo zijn dat je, bij een lage rente, nauwelijks boven het heffingsvrije resultaat uitkomt, waardoor je weinig box 3-belasting betaalt. Zeker als je met z’n tweeën bent.
Maar ik zeg er meteen bij: sparen heeft ook een keerzijde. Je mist mogelijk rendement en je hebt inflatie. Dus ik zeg niet: “Iedereen moet sparen.” Ik zeg wel: als jij vooral bang bent voor belasting op papieren winst en voor het risico dat je in een slecht moment moet verkopen, dan is spaargeld in elk geval overzichtelijker dan beleggingen. En precies daarom zie je nu dat mensen niet alleen over emigratie praten, maar ook over iets simpels: hoe hun vermogen verdeeld is, en hoeveel rust dat geeft.
Wat heeft dit voor impact op de Nederlandse economie?
Ik wil ook even benoemen wat dit breder kan doen, want dit gaat niet alleen over jouw belastingaanslag. Als veel mensen minder gaan beleggen in aandelen, omdat ze geen zin hebben in jaarlijkse heffing over papieren koerswinst, dan raakt dat uiteindelijk ook de economie. Bedrijven halen namelijk een deel van hun groeigeld uit beleggers. Dat geldt direct bij nieuwe aandelenuitgiftes en indirect via de beurs, omdat een goed functionerende beurs de drempel verlaagt om kapitaal op te halen.
Als Nederlandse particuliere beleggers zich terugtrekken, wordt de vijver kleiner. Dan gaan bedrijven sneller kijken naar buitenlandse investeerders, naar buitenlandse beurzen of naar andere landen waar kapitaal makkelijker en stabieler beschikbaar is. En dat is precies het soort stille verschuiving dat je pas jaren later merkt: minder investeringen hier, minder groei hier, en uiteindelijk ook minder banen en minder innovatie in Nederland.
Waarom ik verwacht dat dit emigratiegedrang gaat geven
Emigreren is geen knop. Dat weet ik als geen ander. Je moet echt verhuizen, echt wonen, en fiscaal ook echt weg zijn, anders krijg je later ellende. Maar ik snap de gedachte heel goed. Want als jij je leven zo hebt ingericht dat je rustig opbouwt voor later, dan wil je niet dat de fiscus jouw beleggingsritme gaat bepalen.
Ik verwacht dat mensen om zich heen gaan kijken in Europa. Ze vragen zich af waar je in Europa woont zonder dat je elk jaar het gevoel hebt dat je belasting betaalt over lucht. Niet alleen vanwege je portemonnee, maar ook vanuit een gevoel van rechtvaardigheid.
In welke landen betaal je dan weinig vermogensbelasting? Dat is een lastige vraag, want vermogensbelasting is natuurlijk anders dan vermogensaanwasbelasting. En daar zitten verschillen in veel landen.
Ik zet het voor je op een rijtje vanuit één heel praktische vraag: in welk land loop je als “gewone” belegger (Jan met de pet, zonder ingewikkelde bv-constructies) het minste risico dat de fiscus elk jaar meerekent met koerswinst die je nog niet hebt verzilverd. Met andere woorden: je wilt vooral een land waar belasting meestal pas speelt als je verkoopt, en niet ieder jaar op basis van waardeschommelingen.
Eerst dit, zodat je niet verkeerd leest wat ik zeg. In het grootste deel van Europa is “belasting bij verkoop van beleggingen” de normale hoofdregel. Het Nederlandse plan om breed te heffen over vermogensaanwas (dus ook ongerealiseerde koerswinst) is juist opvallend.
Zwitserland
Zwitserland wordt het vaakst genoemd door particuliere beleggers, omdat koerswinsten op effecten voor privébeleggers in principe niet belast zijn, zolang je niet als professioneel handelaar wordt gezien. Je betaalt daar natuurlijk wél andere dingen, zoals belasting op dividend en vaak ook een (kantonale) vermogensbelasting, maar het grote verschil is dat je als normale belegger meestal niet jaarlijks wordt aangeslagen op papieren koerswinst.
Cyprus
Cyprus is interessant omdat de Cypriotische capital gains tax in de kern vooral gekoppeld is aan Cypriotisch vastgoed en aan aandelen in (vastgoedrijke) vennootschappen. Voor beursgenoteerde aandelen geldt bovendien een belangrijke uitsluiting in die vastgoedhoek. Dit maakt Cyprus voor veel “gewone” effectenportefeuilles vaak rustiger dan landen die breed koerswinsten belasten, en zeker rustiger dan een systeem dat jaarlijks ongerealiseerde winsten meeneemt.
België, met een waarschuwing
België stond lang bekend als “makkelijk” voor particuliere beleggers, maar dat beeld verandert. Per 1 januari 2026 is er wetgeving in voorbereiding/uitwerking om gerealiseerde meerwaarden op financiële activa te belasten. Dat is nog steeds geen jaarlijkse vermogensaanwas zoals Nederland beoogt, maar het betekent wel dat België minder vanzelfsprekend is als je zoekt naar een plek waar koerswinsten helemaal buiten beeld blijven.
Ierland, als waarschuwing die ik je echt wil meegeven
Ierland is een land waar Nederlanders zich soms op verkijken als ze veel in beleggingsfondsen zitten. Daar bestaat een systeem van deemed disposal na een vaste periode, waardoor je op een bepaald moment belasting kunt krijgen over winst die je niet hebt gerealiseerd. Dat is niet elk jaar, maar het voelt voor veel langetermijnbeleggers wél als “afrekenen zonder verkoop”.
Als jij dit wilt samenvatten in één zin, zou ik het zo zeggen. Wie vooral rust wil en wil voorkomen dat hij jaarlijks betaalt over papieren koerswinst, komt in Europa al snel uit bij landen waar belasting op beleggingen vooral speelt bij dividend/rente en bij verkoop, waarbij Zwitserland, Cyprus en Luxemburg in de praktijk vaak als eerste worden onderzocht, terwijl België minder “vanzelfsprekend” is geworden en Ierland een bekende valkuil kan zijn voor beleggingsfonds-beleggers
Wat ik jou zou adviseren, nog voordat je ook maar één verhuisdoos aanraakt
Ik zou dit onderwerp niet wegduwen. En ik zou ook niet meteen in de stand schieten van “dan ben ik weg”. Ik zou eerst iets praktisch doen, en dat is altijd mijn eerste stap bij dit soort vragen.
Ik zou je eigen liquiditeit bekijken. Met andere woorden: heb jij, naast je beleggingen, genoeg ruimte om een belastingrekening op te vangen zonder te hoeven verkopen in een dip. Als het antwoord “nee” is, dan begrijp ik heel goed dat je onrustig wordt van vermogensaanwas. Dan is jouw probleem namelijk niet alleen belasting, maar timing.
Daarna zou ik pas de tweede stap zetten. Als jij toch al dacht aan emigreren, of als je gewoon graag opties openhoudt, dan kun je nu alvast landen vergelijken op een manier die bij jou past: niet alleen op zon en sfeer, maar ook op hoe beleggen fiscaal wordt behandeld, en vooral op de vraag of je belasting betaalt bij realisatie of al tijdens het “op papier rijker worden”.
En ja, als de Eerste Kamer dit straks aanneemt, dan verwacht ik dat dit onderwerp een vaste plek krijgt in emigratiegesprekken. Niet alleen bij mensen met miljoenen. Juist bij mensen met een paar ton die gewoon netjes voor later proberen te zorgen.
Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!
Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl