Wie vóór de pensioengerechtigde leeftijd uit Nederland vertrekt, bouwt in die jaren in principe geen AOW meer op. Dat kan later flink schelen, want voor ieder jaar dat je niet verzekerd bent, wordt je AOW met 2 procent verlaagd. Wie bijvoorbeeld op zijn veertigste vertrekt en daarna niet meer in Nederland verzekerd is, mist 27 opbouwjaren. Dat betekent later een korting van 54 procent op de AOW. Juist daarom kijken veel emigranten naar de mogelijkheid om zich vrijwillig bij te verzekeren via de Sociale Verzekeringsbank.
Wat je in 2026 aan premie betaalt
Je kunt je vrijwillig verzekeren voor de AOW, voor de Anw of voor beide. In 2026 betaal je voor de AOW 17,9 procent van je inkomen, met een minimumpremie van € 569 en een maximumpremie van € 5693 per jaar. Voor de Anw betaal je 0,1 procent van je inkomen, met een minimumpremie van € 3 en een maximumpremie van € 31 per jaar. De maximumpremie geldt vanaf een inkomen van € 38.883. Samen kom je dus in 2026 uit op minimaal € 572 en maximaal € 5724 per jaar.
De vraag die iedereen stelt: verdien je dat later terug?
Dat is de kern van de zaak. Op papier klinkt vrijwillig bijverzekeren aantrekkelijk, want je voorkomt dat je later AOW misloopt. Maar de premie kan behoorlijk oplopen. Zeker als je een redelijk inkomen hebt, zit je al snel aan het maximum. Daardoor is vrijwillig bijverzekeren niet automatisch financieel gunstig. Je koopt er wel zekerheid mee, maar niet per se een voordelige regeling.
Het voorbeeld van modaal en anderhalf keer modaal
Wie in 2026 modaal verdient, zit rond € 48.000 bruto per jaar. Wie anderhalf keer modaal verdient, komt uit op ongeveer € 72.000 bruto per jaar. In beide gevallen zit je boven de grens van € 38.883 en betaal je dus dezelfde maximumpremie. Voor de AOW is dat € 5693 per jaar en voor de Anw maximaal € 31. Samen is dat € 5724 per jaar, oftewel ongeveer € 477 per maand. Het maakt in dit voorbeeld dus nauwelijks uit of je modaal verdient of anderhalf keer modaal: je zit in beide gevallen al op het hoogste premiestandje.
Wat krijg je daar later voor terug?
In de berekeningen is uitgegaan van de aanname dat de AOW de komende jaren steeds ongeveer net zo hard stijgt als tussen 2025 en 2026, dus met grofweg 3,5 procent per jaar. Zelfs met die vrij gunstige aanname blijkt dat vrijwillig bijverzekeren bij een modaal inkomen of anderhalf keer modaal niet meteen een financieel buitenkansje is. Voor een alleenstaande duurt het in deze benadering ongeveer twaalf jaar AOW ontvangen voordat de betaalde premie is terugverdiend. Voor iemand die samenwoont of getrouwd is, loopt dat op tot ongeveer zestien jaar. Dat verschil komt doordat de AOW voor alleenstaanden hoger is dan voor samenwonenden.
Vergeet niet: vrijwillig bijverzekeren kan meestal maar tien jaar
Daar zit een belangrijk praktisch punt. Je kunt je via de SVB in beginsel maximaal tien jaar vrijwillig verzekeren. Dat betekent dat je niet eindeloos kunt doorbetalen om later een volledig gat te dichten. In die tien jaar kun je maximaal 20 procent extra AOW-opbouw veiligstellen, omdat ieder verzekerd jaar 2 procent AOW-opbouw oplevert. Bij de maximumpremie betaal je dan over tien jaar alleen al voor de AOW in totaal € 56.930. Daar staat tegenover dat je later dus maximaal 20 procent extra AOW ontvangt.
Waar ligt ongeveer het omslagpunt?
Het omslagpunt ligt grofweg onder de inkomensgrens waarbij je de maximumpremie gaat betalen. In de berekeningen komt naar voren dat vrijwillig bijverzekeren voor alleenstaanden financieel eerder interessant begint te worden bij inkomens tussen ongeveer € 26.000 en € 32.000 bruto per jaar. Voor samenwonenden ligt dat omslagpunt grofweg tussen € 18.000 en € 32.000 bruto per jaar, afhankelijk van hoe lang je later AOW ontvangt. Wie modaal of meer verdient, betaalt dus al snel zoveel premie dat de terugverdientijd lang wordt.
Wat betekent dit in gewone taal?
De simpele conclusie is dat vrijwillig bijverzekeren vooral aantrekkelijker wordt naarmate je inkomen lager is. Verdien je modaal of meer, dan betaal je al snel de maximumpremie en duurt het lang voordat je dat later via de AOW hebt terugverdiend. Verdien je duidelijk minder dan modaal, dan kan het financieel logischer worden om je wel vrijwillig bij te verzekeren. Toch is ook dat niet het hele verhaal. Misschien bouw je in je nieuwe woonland ook ouderdomspensioen op. Misschien wil je vooral zekerheid. En misschien verblijf je maar een beperkt aantal jaren in het buitenland. Dan kan vrijwillig bijverzekeren toch rust geven, ook als het niet de voordeligste rekensom is.
Belangrijke waarschuwing bij deze voorbeelden
Bij deze voorbeelden hoort wel een duidelijke kanttekening. De berekeningen gaan ervan uit dat je inkomen tien jaar lang gelijk blijft. In de praktijk gaan veel mensen in de loop van de tijd meer verdienen. Daardoor kan de premie in latere jaren hoger uitvallen dan in het eerste jaar. Zie deze voorbeelden dus vooral als een heldere indicatie en niet als een persoonlijke eindberekening. Juist daarom is het verstandig om niet alleen naar de premie van nu te kijken, maar ook naar je verwachte inkomensontwikkeling en naar het pensioen dat je mogelijk in je nieuwe woonland opbouwt.
Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!
Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl