De meeste mensen die emigreren, hebben nagedacht over de eerste jaren in het buitenland. Veel minder mensen hebben nagedacht over de laatste.Toch is het heel verstandig om dit voor vertrek wel te doen. In dit artikel leg ik je uit waarom.
Wie op zijn vijftigste vertrekt, denkt zelden aan wat er op zijn zevenenzestigste gebeurt. Maar het leven in het buitenland houdt niet op bij de fase waarin alles nieuw en opwindend is. Op een gegeven moment word je ook daar ouder, en dat brengt andere vragen met zich mee dan de vragen waarmee je ooit vertrok. Een aantal zaken kun je nog bijsturen als je er vroeg genoeg bij bent. Andere niet meer.
AOW: elk jaar in het buitenland telt mee
De AOW bouw je op door in Nederland te wonen of te werken, en wel voor de periode tussen je vijftiende en je AOW-leeftijd. Momenteel is dat 67 jaar. Voor elk jaar dat je verzekerd bent, bouw je twee procent van de volledige AOW op. Wie veertig jaar in Nederland heeft gewoond, krijgt honderd procent. Maar wie tien jaar in het buitenland heeft gewoond zonder vrijwillige verzekering, krijgt twintig procent minder.
Dit is een van de meest onderschatte financiële gevolgen van emigratie. De SVB (Sociale Verzekeringsbank) keert de AOW ook uit aan mensen die in het buitenland wonen, maar de korting is definitief. Je kunt het niet achteraf herstellen.
Gelukkig bestaat er een oplossing: vrijwillige AOW-verzekering via de SVB. Hiermee blijf je premie betalen en bouw je gewoon door, ook vanuit het buitenland. De premie is echter niet laag, en bovendien kun je je alleen aanmelden in de eerste tien jaar nadat je Nederland hebt verlaten. Wie langer wacht, is die mogelijkheid voorgoed kwijt.
Aanvullend pensioen: wat gebeurt er met je werkgeverspensioen?
Naast de AOW hebben veel Nederlanders een aanvullend pensioen opgebouwd via hun werkgever. Dit pensioen staat bij een pensioenfonds of verzekeraar en wordt uitbetaald zodra je de pensioenleeftijd bereikt, ongeacht waar je woont. Het maakt voor de uitbetaling dus in principe niet uit of je in Nederland of in het buitenland verblijft.
Wat echter wel uitmaakt, is waar dit pensioen belast wordt. Dat hangt af van het belastingverdrag tussen Nederland en je woonland. In sommige gevallen betaal je belasting in het land waar je woont, in andere gevallen in Nederland. Bovendien zijn de belastingtarieven en heffingskortingen per land heel verschillend. Wie dat vooraf niet uitzoekt, kan voor verrassingen komen te staan.
Een extra aandachtspunt: als je na je emigratie nog tijdelijk in loondienst werkt in het buitenland, bouw je daar mogelijk aanvullend pensioen op volgens de lokale regels. Dat kan later tot ingewikkelde situaties leiden met meerdere pensioenuitbetalers en meerdere belastingdiensten.
Zorgverzekering: een ander systeem op een kwetsbaar moment
Gezondheidszorg is voor gepensioneerden in het buitenland een van de meest praktische vraagstukken. Je kunt je Nederlandse zorgverzekering niet meenemen naar het buitenland, want die vervalt zodra je je uitschrijft uit de BRP. Daarvoor in de plaats moet je lokale zorg regelen, en dat systeem verschilt sterk per land.
Binnen de Europese Unie is er een gunstige regeling voor gepensioneerden die pensioen ontvangen vanuit Nederland. Via het CAK (Centraal Administratie Kantoor) word je aangemeld voor zorg in je woonland, die betaald wordt door Nederland. Je betaalt hiervoor een bijdrage aan het CAK. Dit klinkt overzichtelijk, maar in de praktijk levert de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg per EU-land sterk uiteenlopende ervaringen op.
Buiten de EU is de situatie doorgaans ingewikkelder. Je bent dan afhankelijk van een particuliere zorgverzekering, en die wordt naarmate je ouder wordt duurder en minder ruim in dekking. Sommige verzekeraars stellen een maximumleeftijd voor toetreding, of sluiten bepaalde aandoeningen uit. Wie op zijn veertigste emigreert naar Thailand of Zuid-Afrika en er nooit over nadenkt, kan op zijn vijfenzestigste voor een serieus probleem staan.
Belastingverdragen: in welk land betaal je belasting op je pensioen?
Nederland heeft met tientallen landen belastingverdragen gesloten om te voorkomen dat je over hetzelfde inkomen twee keer belasting betaalt. Toch is de situatie lang niet altijd eenvoudig. Voor AOW geldt vaak dat het woonland mag heffen. Maar voor aanvullende pensioenen, lijfrentes en bepaalde overheidspensioenen gelden soms andere regels.
Bovendien is er het risico van een fiscale leegte: als je woonland jouw pensioeninkomen om technische of administratieve redenen niet of laag belast, kan Nederland alsnog besluiten bronbelasting in te houden. Dat heet de bronstaatheffing, en die is in de afgelopen jaren voor sommige landen van toepassing geworden. Dit is een terrein waarop een gespecialiseerde belastingadviseur echt het verschil kan maken.
Kortom, het is niet genoeg om te weten dat er een verdrag bestaat. Je moet weten wat er in dat verdrag staat voor jouw specifieke type pensioeninkomen.
Zorg in een vreemde taal: praktisch en emotioneel
Er is een verschil tussen dagelijks leven in een ander land en ziek zijn in een ander land. Wie twintig jaar in het buitenland woont, spreekt misschien redelijk de lokale taal voor boodschappen, sociale contacten en praktische zaken. Maar wie op de spoedeisende hulp terechtkomt, of wie een specialist moet consulteren over een complexe diagnose, merkt dat taal op zo’n moment een andere lading krijgt.
Medische terminologie is voor veel emigranten de eerste echte taalbarrière. Je begrijpt de bijsluiter niet meteen, je volgt het gesprek tussen twee artsen niet volledig, je weet niet zeker of je de instructies na een ingreep goed hebt begrepen. Dat zijn geen onoverkomelijke problemen, maar het zijn wel situaties die extra energie kosten op momenten waarop je die energie eigenlijk niet hebt.
Daarbij speelt ook de emotionele kant van ouder worden in den vreemde. Veel emigranten beschrijven hoe de behoefte aan vertrouwdheid toeneemt naarmate ze ouder worden. De taal van je kindertijd, het nieuws van thuis, het contact met mensen die dezelfde culturele referenties delen. Het zijn kleine dingen die in je jongere jaren nauwelijks opvallen, maar die op latere leeftijd zwaarder kunnen wegen dan je had verwacht.
De vraag die je jezelf eerlijk moet stellen, is niet alleen of je nu fijn woont in het buitenland, maar ook of je later nog fijn wílt wonen in het buitenland, op een moment waarop je meer afhankelijk bent van anderen en de omgeving om je heen.
Kleinkinderen en de meetlat van de afstand
Er is nog een thema dat weinig mensen in hun emigratieplanning meenemen, simpelweg omdat het bij vertrek nog toekomstmuziek is: kleinkinderen. Wie op zijn vijftigste emigreert, heeft misschien kinderen van twintig, vijfentwintig. De vraag of die kinderen ooit kinderen krijgen, en waar ze dan wonen, lijkt ver weg.
Toch vertellen veel emigranten die inmiddels grootouder zijn geworden dat de komst van kleinkinderen een van de meest ingrijpende momenten was in hun buitenlandse leven. Niet ingrijpend in negatieve zin per se, maar ingrijpend in de zin dat de afstand plotseling voelbaar werd op een manier die daarvoor niet zo was. Een vlucht van drie uur is op een doordeweekse dinsdag geen probleem. Maar als je kleinzoon zijn eerste stappen zet, of als je kleindochter ziek is en jouw dochter jou nodig heeft, is diezelfde drie uur ineens een andere drie uur.
Sommige emigranten lossen dit op door vaker te reizen, of door langere periodes in Nederland door te brengen. Anderen trekken hun conclusies en keren terug. Weer anderen schikken zich in de situatie en vinden er vrede mee. Er is geen goed antwoord, maar er is wel een vraag die je jezelf van tevoren mag stellen: hoe zou ik me voelen als dit mijn werkelijkheid wordt?
Terugkeer naar Nederland: makkelijker gezegd dan gedaan
Veel emigranten houden in hun achterhoofd de optie om op latere leeftijd terug te keren naar Nederland, bijvoorbeeld als de gezondheid achteruitgaat, als het sociale netwerk in het buitenland dunner wordt, of als de kleinkinderen een sterkere aantrekkingskracht uitoefenen dan verwacht. Dat is begrijpelijk, maar het is ook een optie die makkelijker klinkt dan ze is.
Ten eerste is er de woningmarkt. Wie zijn Nederlandse huis heeft verkocht en tien of vijftien jaar heeft gewacht, betaalt bij terugkeer in veel gevallen een flink hoger bedrag voor een vergelijkbare woning. Ten tweede heeft Nederland een inkomenstoets voor bepaalde toeslagen, en een buitenlands pensioen telt daarin gewoon mee. Ten derde moet je je opnieuw inschrijven in de BRP en opnieuw een zorgverzekering afsluiten, wat in principe vlot gaat, maar wat soms haken en ogen heeft als je lang weg bent geweest.
Maar er is ook een vraag die dieper gaat dan de logistiek. Keer je eigenlijk wel terug naar hetzelfde land?
Nederland verandert, en het doet dat zonder jou. Wie vijftien jaar lang elders heeft gewoond, heeft die veranderingen van een afstand gevolgd, via nieuws en via bezoeken, maar heeft er geen deel van uitgemaakt. De wijk waar je woonde, ziet er anders uit. De vrienden die je had, hebben hun leven verder geleefd. Politiek, cultuur, humor, de kleine gewoonten van het dagelijks leven, het is allemaal een beetje verschoven terwijl jij niet keek.
Dat betekent niet dat terugkeer mislukt is voordat het begint. Maar het betekent wel dat je bij terugkeer opnieuw moet ingroeien, net zoals je dat deed toen je emigreerde. Je bent in twee richtingen een buitenstaander geworden: in het land waar je woonde, en uiteindelijk ook in het land waar je vandaan komt. Dat is geen reden om niet te vertrekken. Het is wel iets om van tevoren te weten.
Vroeg nadenken betaalt zich terug
De kern van dit alles is dat oud worden in het buitenland geen vanzelfsprekendheid is die zichzelf regelt. Het is een onderwerp waarbij je tijdig actie moet ondernemen: de vrijwillige AOW-verzekering heeft een aanmeldingstermijn, particuliere zorgverzekeringen kennen leeftijdsgrenzen, en belastingverdragen bepalen mede welk land profijt heeft van jouw pensioeninkomen.
Maar naast de regelgeving zijn er de vragen die geen loket kent en geen formulier vereisen. Hoe wil je oud worden, en in welke omgeving? Welke taal wil je horen als het moeilijk wordt? Hoe dichtbij wil je zijn als er mensen zijn die je nodig hebben, of als jij iemand nodig hebt?
Emigreren is een van de meest bewuste beslissingen die je kunt nemen. Dat rechtvaardigt ook de meest bewuste voorbereiding, niet alleen voor de eerste jaren in het buitenland, maar voor alles wat daarna nog komt.
Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!
Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl