Er zijn landen die je bezoekt en landen die je langzaam in je hoofd meeneemt naar huis. Spanje hoort voor veel Nederlanders bij die tweede categorie. Je kent het gevoel wel. Het licht is zachter, de dagen lijken langer, het leven speelt zich meer buiten af. En zodra je er vaker komt, sluipt er een gedachte in je systeem die steeds lastiger weg te duwen is. Wat nou als ik hier gewoon ga wonen?
Toch gebeurt er ondertussen iets dat je niet kunt negeren. Spanje is bezig om grenzen te trekken. Niet tegen toerisme als idee, maar tegen de manier waarop toerisme steeds vaker op een stille, bijna onzichtbare manier de woningmarkt binnendringt. Het gaat over huizen die geen huizen meer zijn, maar beleggingen, verdienmodellen of seizoensobjecten. En dat heeft gevolgen. Niet alleen voor vakantieverhuurders, maar ook voor hoe lokale inwoners kijken naar mensen die zich “bewoner” voelen, maar slechts een deel van het jaar aanwezig zijn.
Ibiza als spiegel van een groter probleem
Ibiza laat die ontwikkeling in één oogopslag zien. Het aanbod van vakantieverhuur is er in 2025 bijna gehalveerd ten opzichte van 2024, en volgens toerismelobby Exceltur ligt het aanbod zelfs rond de 80 procent lager dan in 2017 (Reuters, 13 januari 2026). Dat zijn cijfers die niet meer klinken als een kleine correctie, maar als een koerswijziging.
Wat erachter zit, is geen spontane verandering in de markt, maar een bewuste keuze om steviger in te grijpen. Illegale advertenties worden verwijderd, controles worden aangescherpt, en boetes worden niet langer gezien als symbolische waarschuwingen (o.a. berichtgeving over handhaving en boetes in 2025). Het eiland lijkt daarmee een soort proeftuin: hier wordt zichtbaar wat er gebeurt als politiek, toezicht en maatschappelijke irritatie samenkomen.
Want de kern van het verhaal is niet dat Spanjaarden opeens “tegen toeristen” zijn. De kern is dat steeds meer inwoners zich afvragen waarom wonen, iets wat ooit vanzelfsprekend was, nu voelt als een privilege dat je moet bevechten.
Waarom dit niet alleen over Airbnb gaat
Het is verleidelijk om dit te versimpelen tot een strijd tegen platforms. Alsof de oplossing vooral technisch is: haal de advertenties offline, zet een register op, en klaar. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Het draait uiteindelijk om schaarste. Om het feit dat woningruimte een beperkte bron is, en dat die bron jarenlang door verschillende partijen als rekbaar is behandeld. De ene keer door investeerders, de andere keer door eigenaren die meer rendement zien in kort verblijf dan in vaste huur. En soms door niets anders dan het simpele mechanisme van vraag en aanbod, dat in populaire gebieden genadeloos uitpakt.
Spanje probeert daarom niet alleen te handhaven, maar ook het systeem opnieuw in te richten. Landelijk geldt er een verplicht registratieregime voor kortdurende verhuur, waarbij woningen een registratienummer moeten hebben dat zichtbaar is in advertenties. Dit loopt via een digitale “één-loket”-omgeving die controle en gegevensdeling tussen overheid en platforms makkelijker maakt (Reuters, 13 januari 2026). De symboliek daarvan is belangrijker dan het papierwerk. Het is een manier om te zeggen: deze markt is niet langer vrijblijvend.
En de aandacht verschuift inmiddels naar andere vormen van verhuur die de woningmarkt eveneens kunnen verstoren. In januari 2026 werd bijvoorbeeld gemeld dat Spanje extra maatregelen voorbereidt om constructies aan te pakken die de woningmarkt verder klem zetten, waaronder misbruik van tijdelijke huurvormen (Reuters, 12 januari 2026). Dat geeft aan dat dit debat verder gaat dan vakantieverhuur. Het gaat over het herstellen van een balans die als te lang zoek is geweest.
De ongemakkelijke categorie: de ‘semigrant‘
En dan komt het deel dat voor Nederlandse emigranten extra gevoelig kan zijn. Want er is nog een categorie die vaak net buiten schot blijft in deze discussie, maar langzaam wel zichtbaarder wordt. Dat is de ‘semigrant’. De mens met een tweede huis. Met een leven dat zich over twee landen uitstrekt. Een paar maanden in Nederland, een paar maanden in Spanje. Niet toerist, maar ook niet volledig lokaal. Ergens ertussenin.
Dat is zelden kwaadaardig bedoeld. Integendeel. Het is vaak het resultaat van een verstandig opgebouwd bestaan. Je houdt werk, inkomen en zekerheid in Nederland, terwijl je in Spanje ruimte, licht en rust vindt. En juist omdat het zo logisch voelt, valt één effect vaak minder op: jouw aanwezigheid is niet neutraal. Want elke woning die je inneemt, is ook een woning die een ander niet kan huren of kopen. Zelfs als jij er niemand direct “uit duwt”, kan de optelsom van duizenden vergelijkbare keuzes een dorp of wijk structureel veranderen.
Dat is precies waarom je in sommige gebieden een nieuwe, stille vorm van irritatie ziet ontstaan. Niet over buitenlanders als groep, maar over het gevoel dat er mensen zijn die wel meedoen aan het mooie deel van het land, terwijl ze minder zichtbaar zijn in het gewone deel.
“Je woont hier niet echt” is geen belediging, maar een diagnose
Je hoort het soms letterlijk. Vaker voel je het tussen de regels door. De zin: je woont hier niet echt. Dat klinkt hard. Maar als je hem goed leest, is het geen belediging. Het is een diagnose van een soort scheefgroei.
Voor jou kan het leven in Spanje voelen als betrokkenheid. Je kent de weg, je hebt een vaste kapper, je groet de buurman, je koopt op de markt. Maar voor de buurt kan jouw aanwezigheid alsnog aanvoelen als tijdelijk. Omdat de luiken maanden dicht zijn. Omdat de straat in de winter stil wordt. Omdat voorzieningen verdwijnen als er te weinig jaarrond bewoners zijn. Omdat jonge gezinnen wegtrekken wanneer prijzen stijgen. Het gaat niet om één persoon. Het gaat om het patroon dat ontstaat als een plek steeds meer een seizoensruimte wordt.
Daarom is dit onderwerp ook moreel, en niet alleen juridisch. Want wetten zijn de bovenlaag. De diepere laag is de vraag: van wie is een stad, een wijk, een kuststrook, een eiland? En nog scherper: wie mag er leven, en wie mag er alleen consumeren?
Wat dit betekent voor jou als emigrant
Dit betekent niet dat je niet welkom bent. Spanje is geen vijandig land dat plotseling de deur dichtgooit voor mensen van buitenaf. Maar het betekent wel dat het tijd is voor een eerlijker zelfbeeld. De periode waarin emigreren vooral ging over jouw vrijheid, jouw droom en jouw nieuwe begin, schuift langzaam op naar een tijd waarin ook de ontvangende samenleving terugpraat.
De vraag wordt daarom subtieler, maar ook serieuzer. Niet: kan ik hier wonen? Natuurlijk kan dat. De vraag is: hoe woon ik hier? Op een manier die bijdraagt, of op een manier die vooral ruimte inneemt?
En daar zit een ongemakkelijke waarheid onder. Je kunt je hele leven “een buitenlander” blijven, zelfs als je de taal aardig spreekt en de cultuur bewondert. Niet omdat mensen je niet mogen, maar omdat je nooit echt onderdeel wordt van het weefsel van een plek. Je blijft een eiland in een land. Het hoeft niet zo te gaan, maar het gebeurt vaker dan je denkt.
Bewust emigreren is misschien de nieuwe norm
Misschien is dit de fase waarin emigreren volwassen wordt. Minder romantisch, maar eerlijker. Minder “Spanje als ontsnapping”, meer “Spanje als samenleving”. Want als je erheen verhuist, verhuis je niet naar het weer. Je verhuist naar mensen. Naar een geschiedenis, naar regels, naar gewoonten, naar lokale gevoeligheden. En naar een woonmarkt die al jaren onder druk staat.
In dat licht is de les van Ibiza niet dat je moet twijfelen aan jouw plan. De les is dat je je plan moet verdiepen. Dat je je niet alleen moet afvragen of jij gelukkig wordt in Spanje, maar ook wat jouw aanwezigheid betekent voor de plek waar je terechtkomt. Zeker als je er niet het hele jaar bent. Zeker als je een tweede huis koopt in een gebied waar jongeren wegtrekken omdat ze het niet meer kunnen betalen.
Dat klinkt zwaar. Maar het is ook bevrijdend. Want wie dit beseft, kan andere keuzes maken. Bewuster wonen. Eerlijker omgaan met de omgeving. Minder vanzelfsprekend nemen wat aantrekkelijk is, en meer oog hebben voor wat kwetsbaar is.
Tot slot
Spanje blijft voor veel Nederlanders een prachtig land om naartoe te verhuizen. Dat verandert niet. Maar de tijd verandert wel. En je merkt dat lokale inwoners steeds vaker grenzen stellen aan een economie die hun woonruimte wegdrukt. Die grens gaat vandaag over vakantieverhuur. Morgen over tijdelijke verhuurconstructies. En steeds vaker ook over de vraag hoeveel “tweede levens” een regio kan dragen zonder zijn eigen bewoners kwijt te raken.
Als je straks in Spanje woont, of je bent onderweg daarnaartoe, dan hoop ik dat je niet alleen denkt aan jouw uitzicht en jouw vrijheid, maar ook aan jouw rol. Niet als gast. Niet als klant. Maar als buur.
Want uiteindelijk is dat misschien de meest duurzame vorm van emigreren: niet verhuizen naar een droom, maar landen in een werkelijkheid, met respect voor iedereen die daar al woont.
Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!
Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl