Je denkt dat bevallen vooral een lichamelijk verhaal is. Weeën. Puffen. Een baby. Een oerkracht waar je niet over onderhandelt. Tot je het in het buitenland meemaakt. Dan ontdek je iets geks. In Europa lijkt het soms alsof je niet alleen een kind krijgt, maar ook meteen een nieuw systeem cadeau krijgt. Met andere regels. Andere gewoontes. Andere verwachtingen. En vooral: een ander idee van wat “normaal” is.
In Nederland kun je thuis bevallen. Dat is bij ons bijna een cultureel ding. In Zweden kijken ze je dan aan alsof je vertelt dat je de baby in de schuur hebt gevonden. In Spanje beval je meestal in het ziekenhuis, maar krijg je daarna als partner net zo goed betaald verlof als de moeder. En in Hongarije kun je lang thuisblijven, maar moet je wel even goed snappen wat dat betekent voor je inkomen.
Dit artikel is geen droge landenvergelijking, want ik kunnen onmogelijk alle landen noemen. Ik kies drie delen van Europa, met Zweden, Spanje en Hongarije als voorbeelden.
Waarom bevallen in het buitenland zo anders kan voelen
Nederland is in Europa best een buitenbeentje. Niet omdat wij het altijd beter doen, maar omdat wij historisch veel vertrouwen hebben in verloskundigen en in bevallen buiten het ziekenhuis.
Een concreet voorbeeld is thuis bevallen. Dat gebeurt in Nederland nog relatief vaak. Gemiddeld gaat het om ongeveer één op de acht bevallingen. In veel andere landen is de standaard: ziekenhuis. Punt. Dat geeft veiligheid en structuur, maar het verandert ook je ervaring. Je hebt andere routines. Andere protocollen. Soms minder keuzeruimte. Soms juist meer rust omdat “alles er al is”.
En dan komt de tweede verrassing, waar veel emigranten pas achter komen als het te laat is om nog rustig te googelen. Nazorg is niet overal zoals in Nederland. Wij kennen kraamzorg. Iemand die bij je thuis komt. Die je helpt. Die even meekijkt of je baby goed aanhapt. En die tussendoor ook nog zegt dat je vooral moet slapen, wat natuurlijk totaal onmogelijk is.
In veel Europese landen ga je na de bevalling naar huis en is het vooral: bel ons als je iets nodig hebt. Dat is niet verkeerd. Maar het is wel even slikken, als je dacht dat er vanzelf iemand op de stoep zou staan.
Scandinavië: alsof het land al heeft bedacht wat jij straks nodig hebt
Scandinavië voelt voor veel emigranten als een strak georganiseerd land, maar niet kil. Het is eerder… betrouwbaar. Alsof het systeem zegt: “Je krijgt een baby. Dat is al genoeg. Wij doen de rest wel even logisch.”
Zweden: het land waar tijd een vorm van ondersteuning is
Zweden is voor emigranten een fascinerend voorbeeld, omdat alles rondom ouderschap opvallend strak en tegelijk flexibel is geregeld.
Voor één kind heb je recht op 480 dagen ouderschapsuitkering. Dat is dus geen “een paar weken en daarna succes”, maar grofweg zestien maanden die je samen kunt verdelen. Van die 480 dagen zijn 390 dagen inkomensafhankelijk. De overige 90 dagen zijn een vast laag bedrag per dag. (Försäkringskassan)
Die inkomensafhankelijke dagen komen in de praktijk neer op ongeveer 80 procent van je loon, tot een plafond. Verdien je meer dan dat plafond, dan wordt niet je hele salaris meegerekend. (Öresunddirekt)
Wat ook typisch Zweeds is: het systeem duwt je zachtjes richting eerlijk verdelen. Er zijn dagen die je kunt overdragen aan je partner, maar er zijn ook 90 dagen op het inkomensniveau die per ouder “gereserveerd” zijn en niet overdraagbaar. Met andere woorden: het is niet de bedoeling dat één ouder alles opneemt en de ander niets.
En dan komt de Zweedse realiteit die iedere ouder herkent, maar die in Zweden echt onderdeel is van het systeem: je kind wordt ziek. Daar is een aparte regeling voor, “VAB”. Je kunt compensatie krijgen voor maximaal 120 dagen per jaar als je thuisblijft bij een ziek kind. Die vergoeding ligt net onder de 80 procent van je inkomen (ook weer tot een plafond).
Dat klinkt bijna te netjes. Maar het effect in het dagelijks leven is heel concreet. Ouderschap voelt minder als “een privéproject dat je in je avonduren oplost”. Het is ingebouwd in de realiteit van het land.
Hoe voelt bevallen in Zweden zelf?
Zweden is geen thuisbevalland. De standaard is ziekenhuis. Dat voelt voor Nederlandse begrippen soms wat klinisch. Maar tegelijk hoor je van emigranten vaak iets anders: dat het rustiger is dan je dacht. Minder gedoe. Minder paniek. Professioneel. Kort. Duidelijk.
Je moet vooral één knop omzetten in je hoofd. Niet denken: “Ik ga dit doen zoals in Nederland.” Maar denken: “Ik ga snappen hoe het hier werkt.” Dat geeft vaak verrassend veel ontspanning.
Zuid-Europa: warm, sociaal en toch vaak verrassend medisch
Zuid-Europa trekt veel Nederlanders aan. Zon. Buitenleven. Mensen die echt met je praten. Een koffietje dat altijd langer duurt dan gepland. Maar rond zwangerschap en geboorte merk je iets interessants. De sfeer is warm. Het systeem is vaak juist behoorlijk ziekenhuisgericht.
Spanje: ziekenhuis is normaal, maar verlof is opeens modern en gelijk
Spanje is de afgelopen jaren een heel interessant land geworden voor ouders. Niet alleen door het weer, maar door de manier waarop verlof is vormgegeven.
Sinds de hervormingen is het uitgangspunt dat beide ouders evenveel recht hebben. En dat is niet een symbolisch extra weekje, maar een serieuze periode. Spanje heeft in 2025 de stap gemaakt van 16 naar 17 weken volledig betaald geboorteverlof voor iedere ouder. Dat geldt voor verlofperiodes die starten op of na 31 juli 2025. De uitkering wordt betaald via de sociale zekerheid en is gebaseerd op 100 procent van de “regulatory base” (een sociaal verzekeringsbegrip dat meestal dicht bij je normale loon ligt, tot een maximum).
En daar blijft het niet bij. Spanje heeft via wetgeving in de zomer van 2025 ook twee extra betaalde weken toegevoegd die je flexibel kunt opnemen tot het kind acht jaar is. Het is dus niet alleen “alles meteen na de geboorte”, maar ook later nog ruimte voor opvang, wennen, schoolstart, of gewoon: een periode waarin het thuis niet loopt.
Belangrijk detail: die twee extra flexibele weken kun je vanaf 1 januari 2026 aanvragen, en ze zijn bedoeld voor kinderen die geboren (of geadopteerd) zijn vanaf 2 augustus 2024. Daardoor zie je nu in Spanje een overgangsperiode waarin de regels net veranderd zijn, maar de praktijk per datum verschilt.
Wat je als emigrant vooral voelt, is dit: Spanje heeft verlof de afgelopen jaren echt gelijker gemaakt voor mannen en vrouwen. Dat zie je ook terug in het maatschappelijke effect. Reuters meldde dat inmiddels ongeveer 40 procent van de mannen in Spanje ouderschapsverlof opneemt.
En dan is er nóg iets wat je vaak hoort in gesprekken in Spanje: naast dit geboorteverlof bestaat er een apart “permiso parental” van acht weken tot het kind acht jaar is, dat in de praktijk meestal onbetaald is. Juist daarom was er de afgelopen jaren discussie over betaling en EU-regels. In de nieuwe hervormingen is in elk geval een deel van die zorgperiode nu wél betaald gemaakt via die extra weken. (BOE)
En de bevalling zelf in Spanje?
In Spanje beval je meestal in het ziekenhuis. Dat is de norm. Dat kan heel prettig zijn, want alles is dichtbij. Maar het vraagt ook iets van jou. Vooral als je graag regie wilt houden, of als je Nederlandse verwachtingen meeneemt. Het verschil tussen een fijne ervaring en een gevoel van “ik word geleefd” zit vaak in één ding: communicatie. Als jij nog net genoeg Spaans onder de knie hebt voor het bestellen van een broodje en het vragen om de rekening, dan wil je daar niet pas tijdens een wee achter komen. Een partner die stevig staat, of iemand die kan vertalen, maakt dan opeens een wereld van verschil.
Centraal Europa: je kunt vaak lang thuisblijven, maar de rekensom komt sneller
Centraal Europa is de regio waar je als emigrant soms merkt dat kinderen krijgen ook een beleidskwestie is. Niet alleen een privéwens. Overheden stimuleren gezinnen. Soms royaal. Soms met een duidelijke agenda.
Hongarije: veel tijd, maar niet altijd veel inkomen
Hongarije is populair onder emigranten en tegelijk een land waar je snel merkt: dit werkt anders dan in Nederland. Moeders hebben in Hongarije recht op 24 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dat is ongeveer een half jaar. Daarna kun je nog een tijd thuis blijven (tot in totaal wel 36 maanden) met een uitkering die is gekoppeld aan je eerdere inkomen, maar met een stevig maximum. Dat maximum ligt zó dat veel mensen er vroeg of laat tegenaan lopen.
En daar zit precies de pijn voor veel jonge gezinnen. Je kunt heel lang thuisblijven. Dat is een voordeel. Maar je levert daar wel inkomen voor in. Je moet dus goed kijken of het ook financieel past bij jullie leven.
Partnerverlof in Hongarije: korter, en minder royaal dan je denkt
Waar Spanje partners serieus veel weken geeft, is Hongarije een stuk soberder. Vaders of partners hebben recht op 10 werkdagen geboorteverlof. De eerste vijf dagen worden volledig doorbetaald, de tweede vijf dagen worden voor 40 procent doorbetaald. Dat is niet “slecht”. Maar het is wel een compleet ander uitgangspunt dan Spanje. Daar is het idee: beide ouders gelijk. In Hongarije zie je nog sterker: de eerste periode is vooral rond de moeder georganiseerd.
Hoe voelt bevallen in Hongarije?
Hongarije is typisch een ziekenhuisland. Dat is niet iets waar je over discussieert, dat is gewoon hoe het gaat. De ervaring verschilt sterk per stad, per ziekenhuis en per arts, en ook of je publiek of privé gaat. Niet omdat de medische wetenschap bij een “gewoon” ziekenhuis te wensen overlaat, dat is absoluut niet het geval, maar vanwege de (lastige) taal. Veel emigranten kiezen in Boedapest bijvoorbeeld bewust voor een privékliniek waarbij communicatie (in het Engels) makkelijker is en de begeleiding daardoor voorspelbaarder voelt.
Waarom Hongarije toch zo’n bijzonder voorbeeld is
Omdat het land daarnaast heel actief bezig is met gezinsbeleid. Hongarije heeft verschillende familie- en kinderregelingen en spreekt ook openlijk over het stimuleren van kinderen krijgen. De reden: de bevolking loopt sterk terug in aantal, net als in veel andere Europese landen. Verschil met bijvoorbeeld Nederland is dat het aantal inwoners in Nederland elk jaar sterk toeneemt, maar dat is puur te danken aan immigratie. Hongarije laat uitsluitend nieuwe inwoners toe die aantoonbaar zichzelf kunnen onderhouden. Wie geen werk heeft en geen woning, wordt niet toegelaten.
Wat je vooraf wil weten
Als je zwanger bent, of het serieus overweegt, dan is er één valkuil die ik je echt wil besparen. Dat je denkt: “Dit zoeken we later wel uit.” Later is precies het moment waarop je geen energie hebt om systemen te ontcijferen.
Wat je vooraf wil snappen is simpel. Waar beval je hier normaal gesproken, thuis of ziekenhuis? En als het ziekenhuis is, hoe vrij ben je in keuzes? Welke nazorg is standaard? Is er iemand die thuis langskomt, of ben jij degene die overal achteraan moet? Hoe ziet het verlof er concreet uit voor jullie allebei, en vooral: wat gebeurt er met het inkomen?
En dan is er nog de menselijke kant, die je niet in wetten vindt. In welk land voel jij je op je gemak? Waar voel jij dat je gehoord wordt? Waar voel je je veilig met je nieuwe kindje op de arm? In welk land kun jij jezelf zijn als je moe bent, kwetsbaar, en net moeder of vader bent geworden?
Dit artikel is geschreven door Eric Jan van Dorp, auteur van onder meer de Succesvol emigreren-boekenreeks en oprichter van Grenzenloos.nl.
☕ Vind je deze en alle andere informatie op onze site waardevol? Steun Eric Jan en zijn team met een kleine donatie en help Grenzenloos gratis en onafhankelijk te houden. Zie: Samen houden we het gratis!
Grenzenloos werkt samen met diverse partners, waaronder Norsk.nl