Door C.L. Wouters

De verhaallijn begint ruim vóór de daadwerkelijke verhuizing. Ron schetst hoe de liefde voor Zweden ooit ontstond tijdens een vakantie in 2007, na jaren van zonvakanties in het zuiden. Zweden voelt als het tegenovergestelde van de hitte en drukte die hij gewend is. Hij beschrijft hoe stilte daar ineens een “geluid” wordt: berken, water, ruimte, en het gebrek aan haast. Dat eerste gevoel, dat Zweden letterlijk ademruimte geeft, blijft door het hele boek heen terugkomen als de kern van hun verlangen om te vertrekken.  

Toch is dit geen romantisch sprookje van “we gaan en alles wordt beter”. Ron benadrukt juist hoe belangrijk voorbereiding is. Tijdens de coronaperiode maken ze plannen, rekenen ze door, verdiepen ze zich in taal en praktische zaken, en ze kijken kritisch naar hun financiële basis. Niet omdat alles dan probleemloos verloopt, maar omdat je dan minder snel omvalt als het tegenzit. Die voorbereiding contrasteert hij met televisiebeelden van onvoorbereide emigranten, waar drama vaak de motor is. Hij wil het anders doen, al blijkt “anders” in het boek een woord met meerdere lagen.  

Het huis verkocht

Een belangrijk kantelpunt is de periode vlak voor vertrek: het huis in Assendelft gaat in de verkoop, maar de markt zit in een dip. De spanning is voelbaar, omdat hun vertrekdatum al in de agenda staat en er al een huurhuis in Zweden is geregeld. Als er eindelijk één serieuze kijker komt en de verkoop rondgaat, wordt de verhuizing concreet: niet langer een droom, maar een eenmalige overtocht. De bekende reis met Stena Line die eerder altijd een retour was, wordt nu een enkele reis. Dat detail zet meteen de sfeer: hetzelfde decor, maar een totaal andere betekenis.  

Dan komt Anders. De hond is niet alleen een gezinslid, maar ook een symbool. Hij is afkomstig uit Spanje, heeft al meerdere adressen gehad en komt onverwacht in hun leven. Ron twijfelt eerst, José ziet direct een lieve hond. Anders krijgt een Zweedse naam omdat hun leven “anders” wordt en dat van de hond ook. In Zweden blijkt Anders opvallend goed te passen: sneeuw, ijs, zwemmen in het meer, overal mensen die hem begroeten. Anders functioneert in het boek als brug naar contact in de buurt, als ritmegever van de dag, en als anker op momenten dat Ron zelf wankelt.  

De eerste maanden wonen ze tijdelijk in een huurhuisje bij Ekshärad. Daar ontploft het ideaalbeeld meteen op kleine, irritante details: kieren, muggen, een huis dat minder goed blijkt dan voorgespiegeld, beloftes die niet worden nagekomen. Ron geeft het een spottende bijnaam, “Muggendaal”, en die humor werkt als uitlaatklep. Tegelijk is dit het stadium waarin ze koortsachtig op zoek gaan naar een koopwoning. Ze willen geen klushuis, geen totale eenzaamheid in het bos, maar ook niet midden in de stad. Het aanbod blijkt tegen te vallen: veel oud en vervallen, of huizen met een addertje onder het gras. Er is één uitzondering: een bijna nieuw huis net buiten Sunne, wit in plaats van het droombeeld van rood, met uitzicht en voorzieningen dichtbij. Uiteindelijk groeit het inzicht dat hun “perfecte plaatje” hun ook kan blokkeren. Ze kiezen voor het huis dat wél klopt in dagelijks gebruik. De verhuizing naar het “Witte Huis” voelt als het echte begin van hun Zweedse leven.  

Twee sporen

Daarna schuift het boek steeds meer tussen twee sporen. Het eerste spoor is persoonlijk en anekdotisch. Ron vertelt over toevallige ontmoetingen met Nederlanders in Zweden, over een aannemer die via Facebook opduikt en later een schuur en kas bouwt, en over hoe netwerken soms zomaar ontstaan als je eenmaal ergens woont. Hij gebruikt dit om te laten zien dat je als emigrant niet alleen “integreert” via instanties, maar ook via mensen, kleine afspraken, en wederzijdse hulp. In datzelfde spoor waarschuwt hij voor minder frisse figuren: verhalen over dubieuze huisaanbiedingen en aannemers met een te glad verhaal. Zijn boodschap is: hou je hoofd koel, ook als je verliefd bent op een huis, en check via je netwerk wat je kunt checken.  

Het tweede spoor is informatief. Ron bespreekt kosten van wonen en leven, en zet daarmee een hardnekkig Nederlands beeld recht: Zweden is niet automatisch “heel duur”. Hij laat zien hoe de wisselkoers van de kroon voor euroland-inkomens gunstig kan uitpakken, hoe huizenprijzen buiten de grote steden lager liggen, en hoe autokosten en vaste lasten anders uitvallen. Tegelijk nuanceert hij dat het voordeel vooral speelt als je inkomsten in euro’s hebt. Als je in Zweden werkt en in kronen verdient, ervaar je dat anders. Hij is ook eerlijk over fiscale verschillen, zoals de Zweedse benadering van belasting op winst bij verkoop van een woning, en hij geeft concrete waarschuwingen over de timing van emigreren en verkopen.

Bureaucratie en zorg

Het meest geladen informatieve deel gaat over bureaucratie en zorg. Ron beschrijft organisaties als systemen die zichzelf beschermen met procedures, waarin niemand graag beslist en waarin een foutje of verkeerd vakje het proces kan stilzetten. Hij schrijft dit niet als abstracte theorie, maar als iets dat je lijfelijk voelt wanneer je net bent geëmigreerd en alles tegelijk moet regelen. Het hoofdstuk over het CAK en Försäkringskassan is daarin het kernvoorbeeld: je kunt klem komen te zitten tussen twee landen die allebei hun eigen regels hebben en niet soepel samenwerken. In hun situatie leidt dat tot frustratie en uiteindelijk tot een maatwerkoplossing, maar pas nadat ze volhouden, stevig doorvragen en formeel druk zetten. De conclusie is dubbel: het kán worden opgelost, maar je krijgt het niet cadeau. Je moet taai blijven, ook als je denkt dat het “logisch” zou moeten werken.  

Naast het papierwerk gaat het boek steeds terug naar de Zweedse leefstijl die Ron tegelijk bewondert en soms lastig vindt. Hij beschrijft Zweden als rustiger, minder gehaast, met een tempo dat voor hem voelt alsof Nederland vijftig jaar teruggaat in de tijd. Winkels die tussen de middag dicht zijn, vakmensen die “volgende week misschien” zeggen en soms lang op zich laten wachten, en een samenleving waarin geduld een basisvaardigheid is. Ron laat ook zien dat “stugge Zweden” niet zijn ervaring is: in hun buurt worden ze welkom geheten met fruit, bessen, koffie, hulp en wederkerigheid. Het beeld van afstandelijkheid wordt vervangen door een soort stille vriendelijkheid, zolang je jezelf ook open opstelt en moeite doet, bijvoorbeeld met de taal.  

Taal

Die taal is in het boek geen decor, maar een instrument. Ron en José hebben vooraf Zweedse les gevolgd en oefenen bewust door Zweedse films, boeken en gesprekken. Dat maakt het regelen makkelijker en vergroot de “gunfactor” die Ron voelt in contact met buren en instanties. Tegelijk blijft hij realistisch: je spreekt niet meteen perfect, maar je kunt wel laten zien dat je het serieus neemt.  

De sfeer van het boek kantelt halverwege expliciet naar de emotionele onderstroom. Ron beschrijft hoe hij, ondanks al zijn planning, na aankomst twijfelt en zich ontworteld voelt. Hij mist Nederland op onverwachte momenten, niet omdat hij terug wil naar de drukte, maar omdat vertrouwdheid iets anders is dan kwaliteit. Zelfs “niet meer hoeven werken” blijkt niet alleen bevrijding, maar ook verlies van structuur en identiteit. José blijkt in die fase zijn steunpilaar. Dat maakt hun relatie, die al tientallen jaren standhoudt, tot een stille motor van het verhaal. De boodschap is nuchter: de emotie komt toch wel, hoe goed je ook plant. Het verschil zit in hoe je erdoorheen beweegt en wie er naast je staat.  

Van emigreren naar wonen

In de latere hoofdstukken wordt het dagelijks leven tastbaarder. Ron beschrijft winter 2023-2024 als veel strenger dan lokale verhalen hem hadden doen geloven: vroeg sneeuw, lang sneeuw, en echte kou. Daar tegenover zet hij de zomer van 2024, waarin ze een kas en moestuinbakken hebben, leren telen met hulp van de buurvrouw, en plezier krijgen in oogsten, inmaken en plukken in het bos. Je voelt daarin hoe “emigreren” langzaam verschuift naar “wonen”. Niet meer alleen regels en grote beslissingen, maar het ritme van hout halen, sneeuw, tuin, bezoek uit Nederland, en gesprekken over het weer.  

Het boek raakt ook grotere thema’s, zoals Zweedse politiek en de toetreding tot de NAVO. Ron beschrijft hoe Zweden, met Finland, in een nieuwe veiligheidsrealiteit belandt en hoe diplomatie en internationale spanningen doorwerken in het gevoel van een land. Dat blijft in het boek ondersteunend, geen hoofdplot, maar het draagt bij aan het beeld van Zweden als een land dat rustig oogt, maar wel degelijk in beweging is.  

Aan het einde, in het nawoord, trekt Ron de lijnen strak. Hij wilde een mengvorm schrijven van informatie en ervaringen, en dat is precies wat je hebt gelezen. Zijn belangrijkste conclusies zijn helder. Emigreren vraagt dat je je hart volgt, maar dat je je financiële basis op orde hebt. Je moet accepteren dat veel hulp niet vanzelf komt en dat jij degene bent die het moet regelen. En als je naar Värmland kijkt, dan is het een regio met lage huizenprijzen, maar ook met beperkte werkgelegenheid, waardoor plannen als een B&B of camping lang niet altijd rendabel zijn. Met andere woorden: het landschap kan je trekken, maar je moet wel weten waarvan je gaat leven.  

Een must-read

Dit boek leest heerlijk als je naar Zweden wilt emigreren omdat je niet alleen wordt meegenomen in een herkenbaar, menselijk verhaal, maar ondertussen ook precies ziet hoe het er in de praktijk aan toe gaat: van huizen zoeken en tijdelijk wonen tot burencontact, taalleren, seizoenen doorstaan en het soms taaie regelwerk rond instanties en zorg. De combinatie van nuchtere uitleg, concrete voorbeelden en een droge, vaak relativerende humor maakt dat je regelmatig glimlacht, terwijl je tegelijk ongemerkt een realistischer beeld opbouwt van wat emigreren echt vraagt en wat het je kan brengen.

Het boek Zweden is anders van Ron Serné is hier te bestellen, maar ook via Bol.com.

Nieuwsbrief

Blijf altijd op de hoogte van onze nieuwste uitgaves

© 2026 Grenzenloos - Design & realisatie door Webheads